Een inkomende oproep zou met een bepaalde nevenaansluiting moeten worden doorverbonden, maar het opgeroepen nummer is bezet. Er zijn verschillende opties:
U kunt op een bezet nummer opschakelen, zie paragraaf Opschakelen en gedwongen vrijgave.
Het gesprek met het bezet nummer doorverbinden:
![]() ![]() ![]() ![]() |
Druk en houd vast (zie display).
De gesprekspartner van het bezet nummer wordt op het display getoond.
|
Druk om het gesprek te voeren.
Het gesprek wordt automatisch geplaatst, wanneer het nummer vrij wordt. De nevenaansluiting hoort een gesprekswachtsignaal.
Notificatie |
Druk.
Kring 1 |
Druk een vrije kringtoets.
De toetslamp geeft continu licht. Het gesprek bevindt zich nu in een wachttoestand, met notificatie van een vrij nummer. U kunt nieuwe inkomende gesprekken beantwoorden.
Bij interne groepsnummers kunnen er geen gesprekken in wacht indien bezet worden geplaatst.
Een belsignaal en het knipperen van de kringtoetslamp tonen aan dat de aansluiting vrij is. Antwoord binnen de acht seconden door de kringtoets te drukken, anders wordt het gesprek automatisch geplaatst.
Kring 1 |
Druk.
Het licht van de kringtoets gaat uit.
Gesprek |
Druk om een nevenaansluiting op te roepen.
|
Druk om het gesprek te voeren.
Of:
Indien de oproeper een andere aansluiting wenst:
Kring 1 |
Druk.
Clear |
Druk.
Roep de nieuwe aansluiting op en voer het gesprek op een gewone manier.
De oproeper verkiest het later opnieuw te bellen:
Clear |
Druk om te verbreken.
Clear |
Druk om te verbreken.
|
|
|||||||||
© Ericsson Enterprise 2003 |