De operator informeert een aansluiting over een inkomend gesprek vooraleer het gesprek te plaatsen.
U kunt de kosten voor externe gesprekken op een gekozen account nummer plaatsen (maximaal 15 cijfers).
Zie paragraaf Andere nuttige eigenschappen.
Een faciliteit die spraakaanwijzingen aan interne en externe oproepers zendt en van alle te kiezen opties voorzien is. Gesproken aanwijzingen leiden de oproeper naar de gewenste bestemming. Zie paragraaf Andere nuttige eigenschappen.
Een aanwijzing naar een bezet nummer om de persoon te informeren dat u met hem/haar wilt spreken. Zie paragraaf Berichten.
Er kan een bericht aan iedere nevenaansluiting worden gezonden. Dit is nuttig, wanneer u een bezettoon hoort of geen antwoord krijgt. Er zijn drie soorten berichten:
1. Bel mij bericht.
2. Tekstbericht (alleen naar een displaytoestel).
3. Gesproken bericht.
Zie paragraaf Berichten.
Een toets op het bedieningspaneel. Wanneer buiten werking geactiveerd is, worden alle externe gesprekken naar de operator-wachtrij naar een alternatieve antwoordpositie omgeleid. De operator kan nog altijd het bedieningspaneel als een normaal telefoontoestel gebruiken, indien buiten werking geactiveerd is, en kan op zijn individueel aansluitingsnummer worden opgeroepen. Wanneer een gesprek gedurende 30 seconden niet wordt beantwoord (deze tijd kan worden veranderd) wordt het bedieningspaneel automatisch als zonder toezicht gekenmerkt. De lamp geeft licht en knippert kort.
Een derde verbinding (persoon) die kan worden opgenomen in een lopend gesprek tussen twee personen.
De verbinding kan intern of extern zijn. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
Wanneer u extern werkt, maakt de DISA functie het mogelijk externe gesprekken (lange afstand) te voeren via de firma PBX. U betaalt alleen maar voor het gesprek met uw firma. Zie paragraaf Andere nuttige eigenschappen.
Tijdens een intern of extern lopend gesprek kunt u een informatieverzoek maken en vervolgens het gesprek doorverbinden naar een andere partij (intern of extern). Zie paragrafen Tijdens gesprekken en Nuttige tips.
Een gesprek met de gewenste aansluiting verbinden.
Een cijfercode die met een specifieke functie overeenstemt.
Een derde (ongewenste) partij tijdens opschakeling onderbreken. Zie paragraaf Uitgaande gesprekken.
Uitgaande gesprekken kunnen worden geteld met individuele gespreksmeters of specifieke account nummers. Zie paragraaf Gesprek tellen.
Een groep van nevenaansluitingen kan een gemeenschappelijk nummer hebben naast de individuele nevenaansluitingsnummers. Iedere nevenaansluiting binnen de groep kan het gesprek beantwoorden.
De operator wordt na 30 seconden opnieuw opgeroepen (deze tijd kan worden veranderd) wanneer een gesprek bij bezet in wacht of naar een niet-antwoordend nummer werd geplaatst.
Een hoofdlijn is hetzelfde als een externe lijn. En kan digitaal of analoog zijn.
Indien een nevenaansluiting bezet is, kan de operator de andere gesprekspartner identificeren.
Een oproep die voorlopig niet kan worden geplaatst, bijv. het gewenste nummer is bezet, kan in wacht worden gezet en, na heroproep, later worden geplaatst.
Nummers van 1-8 cijfers die zijn toegewezen aan nevenaansluitingen of aan externe lijnen of als algemene verkorte nummers.
Interne oproepers worden geïnformeerd over de afwezigheid en de retourtijd. Externe oproepers worden naar de operator doorgeschakeld, bij wie dezelfde informatie beschikbaar is. De operator kan tekst- of gesproken informatie invoeren voor iedere nevenaansluiting in het systeem. Dit is nuttig om de bewaarde informatie up-to-date te houden voor collega's die niet op kantoor zijn. Er kunnen drie soorten informatie zijn:
1. Voorgeprogrammeerde tekstinformatie.
2. Tekstinformatie (alleen voor display toestellen).
3. Gesproken informatie.
Een directe tweerichtingsgespreksfunctie tussen twee nevenaansluitingen, bijvoorbeeld een directiesecretaresse-communicatie. Zie paragraaf Andere nuttige eigenschappen.
Integrated Services Digital Network. Voorziet uw systeem van aanvullende diensten van het openbare net. Zie paragraaf ISDN-faciliteiten.
Een gesprek beginnen door één enkele toets te bedienen. Interne nummers (of algemene verkorte nummers) kunnen in iedere nevenaansluiting worden opgeslagen. Zie paragraaf Verkorte nummers.
De operator kan de drie kringtoetsen gebruiken om de gespreksloop te controleren tijdens het plaatsen van een gesprek bij een vrije of bezette aansluiting. Een gesprek dat geplaatst werd of in wacht is via een kringtoets, kan altijd worden teruggenomen.
Een functie die automatisch de goedkoopste manier kiest om uw extern gesprek te verbinden (niet noodzakelijkerwijze de kortste afstand).
Zie paragraaf Least cost routing.
Alle deelnemers van een nevenaansluitingsgroep worden opgeroepen, d.w.z. ze ontvangen een korte, schrille toon op de luidspreker gevolgd door een gesproken bericht van de verzender. Zie paragraaf Groepseigenschappen.
Het mailbox systeem controleert de berichten die voor u nagelaten of door u verzonden werden tijdens uw afwezigheid. Zie paragraaf Berichten.
Maakt het mogelijk dat de operator naar een gesprek meeluistert tijdens het afhandelen van nieuwe gesprekken. Er is maar één luisterverbinding van de operator naar het gecontroleerde gesprek. De controletoets kan op dezelfde manier als de kringtoets worden gebruikt. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
Wanneer er muziek met het systeem is verbonden, horen alle in wacht zijnde externe oproepers deze muziek.
Wordt gebruikt om alle inkomende oproepen naar één nevenaansluiting (antwoordpositie) te leiden, bijvoorbeeld, wanneer het kantoor gesloten is. Zie paragraaf Bediening.
Alle telefoontoestellen die met de PBX verbonden zijn, hebben een uniek intern nummer. Indien uw telefoon met een display is uitgerust, kunt u uw nummer zien.
Maakt het mogelijk dat de operator een bezette aansluiting of een nieuw gesprek kan melden. De operator wordt heropgeroepen, wanneer het nummer vrij wordt. Zie paragraaf Uitgaande gesprekken.
Inkomende oproepen naar een nevenaansluiting worden naar een ander indexnummer doorgeschakeld (nevenaansluiting, algemeen verkort nummer of operator).
Er zijn drie mogelijkheden:
1. Direct, d.w.z. dat alle gesprekken naar een nevenaansluiting direct worden doorgestuurd.
2. Bij geen antwoord, d.w.z. dat een gesprek wordt doorgestuurd, wanneer het niet binnen een bepaalde tijd wordt beantwoord.
3. Bij bezet, d.w.z. dat een gesprek wordt doorgestuurd, wanneer de nevenaansluiting bezet is.
Zie paragraaf Gesprek doorverbinden.
Dit is nuttig om dringende gesprekken door te laten naar een nevenaansluiting met een actieve omleiding. Zie paragraaf Gesprek doorverbinden.
Op een lopend gesprek opschakelen, wanneer een gewenste aansluiting bezet is. Zie paragraaf Uitgaande gesprekken.
Een gebrek aan vrije gesprekslijnen belet het verbinden van de oproepen.
Extensie-installatie. Uw telefoonschakelsysteem (bijv. BusinessPhone 250).
Een externe oproeper wenst na elkaar met verschillende aansluitingen te spreken: Het seriegesprek zal opnieuw de operator oproepen, telkens wanneer een aansluiting een gesprek beëindigt. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
De teller volgt de tijd en de kosten van al uw gesprekken. Zie paragraaf Gesprek tellen.
Om de microfoon tijdelijk uit te schakelen. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
Een externe lijn van een privaat netwerk.
Een gesprek beginnen met een voorgeprogrammeerd nummer door een code te kiezen of een toets te drukken.
Verkorte nummers kunnen zijn:
1. Algemeen, d.w.z. alle nevenaansluitingen kunnen er gebruik van maken.
2. Individueel, d.w.z. dat ze geprogrammeerd zijn en door iedere nevenaansluiting afzonderlijk worden gebruikt (71 nummers).
Zie paragraaf Verkorte nummers.
Voorgeprogrammeerde afwezigheidsinformatie. Zie paragraaf Berichten.
Een gesprek naar een bezet nummer doorschakelen (wachtrij). Er kunnen reeds één of meer oproepen in wacht zijn voor de nevenaansluiting. Oproepen in wacht worden aan de nevenaansluiting getoond in de volgorde van binnenkomen. Zie paragraaf Uitgaande gesprekken.
Een oproep in wacht plaatsen. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
Oproepen naar de operator worden in een wachtrij geplaatst. Nieuwe oproepen worden in een algemene wachtrij geplaatst voor alle operators. Heroproepen worden in de individuele gesprekswachtrij van de operator geplaatst.
Een code van vier cijfers is nodig om bijv. uw nevenaansluiting te blokkeren en berichten van het mailbox systeem op te vragen. U kunt uw eigen wachtwoord gebruiken. Zie paragraaf Veiligheid.
|
|
|||||||||
© Ericsson Enterprise 2003 |