1 2de
Toets voor toegang tot secundaire toetsfuncties.
2 Doorverbinden / Omleiden
| a. | Een lopend gesprek doorverbinden. Zie paragraaf Tijdens gesprekken. |
| b. | Omleiding activeren/deactiveren. Zie paragraaf Gesprek doorverbinden. |
3 Informatieverzoek / Conferentie
| a. | Een informatieverzoek aan een interne of externe partij. |
| b. | Een telefoonconferentie tot stand brengen. Zie paragraaf Tijdens gesprekken. |
4 Lijn 2
Lijntoets 2 voor inkomende en uitgaande gesprekken.
5 Lijn1 / Bewaren/Opnieuw kiezen
| a. | Lijntoets 1 voor inkomende en uitgaande gesprekken. |
| b. | Bewaar of kies opnieuw een extern nummer. Zie paragraaf Uitgaande gesprekken. |
6 Bericht / Info
| a. | Berichten verzenden en ontvangen. Zie paragraaf Berichten. |
| b. | Informatie invoeren. Zie paragraaf Afwezigheidsinformatie. |
7 Programmeerbare toetsen
Nummers opslaan en functies programmeren.
8 Uitschakelen
De microfoon aan- of uitschakelen. Zie paragrafen Tijdens gesprekken en Geluidloos bellen.
9 Luidspreker aan/uit
De luidspreker in- of uitschakelen. Zie paragraaf Tijdens gesprekken.
10 Volumecontrole
11 Clear
12 Luidspreker
13 Hoorn met hoorapparaatfunctie
Gelieve hiervan nota te nemen:
De hoorn kan kleine metalen voorwerpen in het bereik van de ontvanger aantrekken en vasthouden.
Telefoontoetsen Dialog 4220 / Dialog 3210
|
|
|||||||||
© Ericsson Enterprise 2004 |