BusinessPhone – Dialog 4222 Office / Dialog 3211 & 3212
BEA Dialoogbeschrijving

Instrument

De instrument-dialoog is het hoofdvenster van de toepassing. Van hier kunt u onmiddellijk met het programmeren van de functietoetsen van uw telefoontoestel beginnen.

De besturingbalk onderaan in de dialoog verschaft toegang tot uw persoonlijke Instellingen, het Index zoeken, het Toewijzing van PBX groepen, de Administratiesectie, waar u uw wachtwoord kunt wijzigen, en de DCM Export om um individuele verkorte nummers op een naamkaart te printen. Indien u meer informatie wenst, dan klik enkel op het hulpfunctievakje om het BEA systeemoverzicht en het BEA hulpsysteem te openen. Om met de BusinessPhone Extension Assistant te stoppen, klik op de exit toets.

Beschrijving

Het centrale deel van de dialoog toont uw telefoontoestel en een vakje met een korte beschrijving van uw aansluiting, met inbegrip van:

Beweeg de muis over de functietoetsen van uw telefoontoestel om de toetsenparameters toetsnaam, toetsfunctie, toegewezen nummer/id en individueel verkort nummer te bekijken. Een rode lamp toont aan dat er een functie of een individueel verkort nummer (of beide) aan de toets werd toegewezen.

Een functie of een individueel verkort nummer programmeren

Klik op de instrumenttoetsen in het beschrijvingsvakje en er verschijnt een nieuwe dialoog met een afbeelding van uw telefoontoestel. Klik op één van de programmeerbare functietoetsen om een functiecode en/of een individueel verkort nummer toe te wijzen. Een rode lamp toont dat de toets tevoren geprogrammeerd werd.

Toetsen die zich op optionele toetsenborden bevinden (DSS eenheden) zijn op dezelfde manier geprogrammeerd, maar in een afzonderlijke dialoog. Om de Direct Station Select dialoog te openen, klik op de DSS-waarde in het beschrijvingsvakje. Er verschijnt een afbeelding van de DSS eenheid. Hoe een toets op een optionele DSS eenheid geprogrammeerd wordt, zie DSS aangesloten.

Een functie of een individueel verkort nummer wijzigen

Beweeg de muis over de functietoetsen van uw telefoontoestel om de toetsenparameters toetsnaam, toetsfunctie, toegewezen nummer/id en individueel verkort nummer te bekijken. Een rode lamp toont aan dat er een functie of een individueel verkort nummer (of beide) aan de toets werd toegewezen.

Bijkomend verschijnt er een groene stipje op de gekozen toets. Klik op de gekozen toets om het pop-up venster te sluiten en de toetsparameter-dialoog te doen verschijnen. In deze dialoog kunt u de toetsfunctie, het toegewezen nummer of de id wijzigen en een belalternatief en een prioriteit kiezen, indien beschikbaar. Zie ook Toetsparameters.

Wijzig nu de toetsparameters zoals gewenst. Wanneer u met uw wijzigingen tevreden bent, klik op overdragen in de besturingsbalk onderaan om uw wijzigingen in het systeem op te slaan.

Acties