Wanneer u de ACD-functie hebt geactiveerd, is uw aansluiting klaar om ACD-oproepen te ontvangen. Indien u in één of meer ACD-groepen inlogt, krijgt u ook de inkomende oproepen van de hiermee in betrekking staande groep.
Wanneer uw telefoontoestel niet in een ACD-groep ingelogd is, werkt het als een normale aansluiting, en bent u via uw normale aansluitingsnummer bereikbaar.
U moet kiezen in welke ACD-groep u gesprekken wilt nemen. Doe dit, wanneer uw telefoontoestel inactief is.
ACD 1 |
Omschakelen om ACD groepen te selecteren/deselecteren.
Wanneer u een ACD-groep hebt gekozen, geeft het hiermee verbonden toetsenlicht permanent licht.
Klaar |
Druk.
Het ACD klaar licht geeft permanent licht en de ACD-groep lichten zijn uit. Er worden nu ACD-oproepen op uw telefoon geplaatst.
Het display toont de wachstatus:
Dialog 4223 Professional / Dialog 3213:
Dialog 4222 Office / Dialog 3212:
Wanneer het toestel inactief is, toont het display de wachtrijsituatie (aantal in wacht zijnde oproepen) voor iedere groep (groepen 0-3, dan groepen 4-7 in intervallen van 5 seconden).
Enkel in samenwerking met de ACD-Call Center supervisor (optioneel PC-ondersteund systeem).
De PIN code is een persoonlijke identificatiecode die kan worden gebruikt om persoonlijke agentenstatistieken in de ACD-CCS te maken, bijvoorbeeld wanneer er verschillende personen hetzelfde toestel gebruiken bijv. tijdens het wisselen van ploeg.
Klaar |
Druk.
Het ACD klaar licht begint te flikkeren. U wordt gevraagd uw PIN‑code in te voeren.
![]() |
Kies de PIN-code (1 - 3 cijfers) en druk.
Het ACD klaar licht geeft permanent licht en de ACD-groep lichten zijn uit. Er worden nu ACD-oproepen op uw telefoon geplaatst.
Een agentnummer is een persoonlijk identificatienummer dat kan worden gebruikt om de passende individuele begroeting van de agent te kiezen. Deze begroeting wordt iedere keer dat de agent een ACD-oproep beantwoordt voor de oproeper afgespeeld.
Klaar |
Druk.
Het ACD klaar licht begint te flikkeren. U wordt gevraagd het agentnummer in te voeren.
![]() |
Kies het agentnummer (1 - 255) en druk.
Het ACD klaar licht geeft permanent licht en de ACD-groep lichten zijn uit. Er worden nu ACD-oproepen op uw telefoon geplaatst. Gelieve uw systeembeheerder naar uw agentnummer te vragen.
Er is ook een combinatie van de twee inlog-methodes mogelijk (met PIN en agentnummer). In dit geval moet de ACD klaar toets slechts één keer worden gedrukt, wanneer u met het inloggen begint.
|
|
|||||||||
© Ericsson Enterprise 2004 |