Een groep van agenten met geprogrammeerde antwoordtoetsen voor één van de ACD‑wachtrijen.
Een toets op het telefoontoestel van een agent die gebruikt wordt om een administratieve periode te beginnen. Zie paragraaf Administratietoets.
De tijd tussen twee gesprekken die een agent voor andere doeleinden kan gebruiken. Administratieve tijd kan gemeenschappelijk of individueel zijn. De administratieve tijd kan op het telefoondisplay worden aangetoond. Zie paragraaf Administratief.
Iedere nevenaansluiting die ten minste één geprogrammeerde ACD-antwoordtoets heeft.
Een nummer dat wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen de verschillende agenten en dat overeenstemt met het begroetingsreferentienummer van de individuele agent.
Een wachtrij met een variabele lengte tengevolge van het veranderen van het aantal agenten dat in een ACD-groep is ingelogd.
Een code die door de agent wordt gekozen. Zie paragraaf Administratietoets, Geen administratietoets, Meervoudige gesprekscodes en Gesprekcodes voor niet-ACD oproepen.
Een hoofdlijn is hetzelfde als een externe lijn. En kan digitaal of analoog zijn.
Een groep van hoofdlijnen die naar een ACD‑nummer wordt geleid.
Integrated Services Digital Network. Voorziet uw systeem van aanvullende diensten van het openbare net.
Alle telefoontoestellen die met de PBX verbonden zijn, hebben een uniek intern nummer (tot 8 cijfers). Indien uw telefoon met een display is uitgerust, kunt u uw nummer zien.
Een toets op het telefoontoestel van een agent die wordt gebruikt om een jobonderbreking te beginnen en te stoppen voor een bepaalde tijd zonder uit het systeem uit te loggen. Zie paragraaf ACD pauzetoets.
Extensie-installatie. Uw telefoonschakelsysteem (bijv. BusinessPhone 250).
Persoonlijk identiteitsnummer. Een code die door de agent wordt gebruikt om in het systeem in te loggen. Een PIN is enkel nuttig, wanneer het systeem over een verbonden CCS systeem beschikt. Zie paragraaf De ACD functie activeren.
De supervisor kan altijd een agent opschakelen die ingelogd is. De supervisor kan ook opschakelen, wanneer een ACD agent hem vraagt om dit te doen. Tijdens de opschakeling hoort u geen waarschuwingstoon. Zie paragraaf Hulp.
Een agent met een supervisor functie voor een aantal agenten. De supervisor kan van een CCS-systeem voorzien zijn.
Een beperking voor hoe dikwijls de vastgelegde administratieve tijd mag afgelopen zijn, voor de agent automatisch wordt uitgelogd.
Zie paragraaf Controleren van time-outs.
Een externe lijn van een privaat netwerk.
Ieder ACD-gespreksnummer heeft een wachtrij voor gesprekken, voor het geval dat er geen vrije agenten beschikbaar zijn.
|
|
|||||||||
© Ericsson Enterprise 2004 |