Werkstanden voor inschakelen en uitschakelen van het beheerde systeem

Informatie over de opties voor het in- of uitschakelen van een beheerd systeem.

Hier worden de opties voor in- en uitschakelen beschreven die beschikbaar zijn voor het starten en afsluiten van een beheerd systeem met behulp van een console.

In de onderstaande tabel worden de opties voor inschakelen beschreven. Er zijn ook opties voor uitschakelen beschikbaar; deze worden hieronder in een tweede tabel vermeld.

Werkstand voor inschakelen Beschrijving
Standby partitie

Gebruik deze werkstand om logische partities te maken en te activeren Als de inschakelingsoptie standby partitie is voltooid, wordt op het bedieningspaneel op het beheerde systeem de tekst Standby partitie afgebeeld, waarmee wordt aangegeven dat u de HMC voor het beheerde systeem kunt gebruiken om de resources te partitioneren.

Opmerking: Automatisch startende partities worden niet gestart als u het systeem met deze werkstand inschakelt.

Raadpleeg voor meer informatie over logische partities De server partitioneren.

Systeemprofiel Met deze optie wordt het systeem ingeschakeld volgens een vooraf gedefinieerde verzameling profielen.
Opmerking: De profielen worden geactiveerd in de volgorde waarin deze in het systeemprofiel worden afgebeeld.
Raadpleeg voor meer informatie over systeemprofielen Systeemprofiel.
Partitie automatisch starten Met deze optie worden de logische partities gestart waarvoor eerder is aangegeven dat deze automatisch kunnen worden gestart.

Raadpleeg voor meer informatie over logische partities De server partitioneren.

Raadpleeg voor meer information over het inschakelen van het beheerde systeem Een beheerd systeem inschakelen.

Gebruik de volgende opties voor uitschakelen om een beheerd systeem af te sluiten.

Werkstand voor uitschakelen Beschrijving
Normaal uitschakelen

Met de werkstand Normaal uitschakelen wordt een systeem op een bestuurde manier afgesloten. Tijdens het afsluiten krijgen programma's de tijd om opschoonbewerkingen uit te voeren (einde-taak verwerking).

Snel uitschakelen

Met de werkstand Snel uitschakelen wordt het systeem uitgeschakeld door alle actieve taken meteen te beƫindigen. De programma's waarvoor die taken worden uitgevoerd, krijgen niet de kans om opschoonbewerkingen uit te voeren. Deze optie is vooral geschikt om een systeem af te sluiten wanneer er sprake is van een dringende of kritieke situatie.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen