Informatie over het waarschuwingslampje en over de manier waarop u dit kunt gebruiken bij het opsporen van een probleem.
Het waarschuwingslampje wordt geactiveerd als de serverfirmware of een logische partitie een actie vaststelt die gelogd wordt als een service-actie. De service-actie kan wellicht worden gecorrigeerd door de systeembeheerder, of kan verlangen dat een serviceprovider probleembepaling uitvoert of onderdelen vervangt. Het waarschuwingslampje is derhalve een zichtbare aanwijzing om de logboeken voor service-events te controleren.
Alle service-events kunnen het waarschuwingslampje activeren en berichtenfuncties in werking stellen (als deze functies geconfigureerd zijn). Dit kan gebeuren in het besturingssysteem of in de HMC, afhankelijk van de plaats waar zich de fout heeft voorgedaan, en of de server
wordt beheerd door een HMC.
Het diagnoseprogramma in de serverfirmware en in de besturingssystemen bepaalt
of de event ernstig genoeg is om te melden aan de serviceafdeling,
mits elektronisch rapporteren is geconfigureerd. Alle service-events zorgen dat
het waarschuwingslampje geactiveerd wordt en dat de berichtfunctie in werking
wordt gesteld, waaronder semafoon en e-mail, als deze zijn geconfigureerd.
Service-events waarvoor een serviceprovider nodig is, genereren automatisch een elektronisch probleemrapport voor de serviceafdeling (mits het elektronisch melden van problemen aan de serviceafdeling geconfigureerd is).
Voorbeelden van service-events die het waarschuwingslampje activeren maar geen elektronische foutmelding genereren, zijn:
Opmerking: Deze events zorgen niet automatisch voor een elektronische foutmelding aan de serviceafdeling, maar aan het besturingssysteem of HMC. De systeembeheerder kan er echter wel voor kiezen de problemen elektronisch te laten melden, mits de functie voor het elektronisch melden van problemen geconfigureerd is.
- Configuratiefouten, zoals I/O-adapters in de verkeerde sleuf.
- Problemen met de omgevingstemperatuur.
- Verloren gaan van de verbinding tussen de server en de HMC waarbij de meest waarschijnlijk oorzaak een netwerkprobleem is
- Een logische IBM i5/OS-partitie die bezig is met het plaatsen van een systeemreferentiecode (SRC) van het type Attentie.
Voorbeelden van service-events die het waarschuwingslampje activeren en een elektronisch probleemrapport genereren:
- Adapter- en apparaatstoringen in een besturingssysteem
- Storingen in de voedingseenheid in de server en I/O-uitbreidingseenheden
Het systeemwaarschuwingslampje moet geactiveerd worden als er zich een service-event voordoet. Het geeft daarmee aan dat er een nieuwe event is bijgeschreven in de logboeken voor service-events. De beheerder kan dan het systeemwaarschuwingslampje uitschakelen met behulp van de HMC of het besturingssysteem, afhankelijk van uw omgeving. Hiermee kan de beheerder op een nieuwe probleem gewezen worden als zich dat voordoet. Er hoeft niet gewacht te worden tot het probleem is opgelost voordat het systeemwaarschuwingslampje wordt uitgeschakeld. Wanneer het lampje wordt uitgeschakeld, wordt door de beheerder bepaald.
Verschillen tussen de serverfirmware en de besturingssystemen:
- Service-event die is ontdekt door de serverfirmware: Het systeemwaarschuwingslampje wordt geactiveerd en er wordt een logboek met service-events doorgegeven aan het besturingssysteem of de HMC, als u er een hebt. Als het systeem door een HMC wordt beheerd, draagt de HMC zorg voor de functies voor berichten en elektronische foutmeldingen. Is dit niet het geval, dan zorgt het besturingssysteem voor de functies voor berichten en elektronische foutmeldingen.
- Event waarvoor service kan worden verleend vastgesteld door AIX and Linux: het waarschuwingslampje van de server
of de logische partitie is geactiveerd, waardoor ook het systeemwaarschuwinglampje
van de server geactiveerd wordt. Het waarschuwingslampje van de server of logische partitie kan vanaf de console worden uitgeschakeld, in het diagnosehulpprogramma.
- Voor systemen die door de HMC worden beheerd, bevindt het waarschuwingslampje van de logische partitie zich op de HMC met de beheersfuncties voor de logische partitie. De service-event wordt naar de HMC gezonden en de functies voor berichten en elektronische foutmelding van de HMC worden geactiveerd.
- Voor systemen die niet beheerd worden door de HMC, the AIX or Linux worden bericht- en foutmeldingsfuncties
geactiveerd.
- Events waarvoor service kan worden verleend worden vastgesteld doori5/OS: Het waarschuwingslampje van de
logische partitie wordt geactiveerd, hetgeen ook zorgt dat het waarschuwingslampje
op de server wordt geactiveerd. Het waarschuwingslampje van de logische partities kan worden uitgeschakeld vanaf de console van de partitie in het SST/DST Service Action Log, onder Hardware Service Manager, door de ontvangst van de service-event te bevestigen.
- Voor systemen die door de HMC worden beheerd, bevindt het waarschuwingslampje zich op de HMC met de beheerfuncties van de logische partitie. De service-event wordt naar de HMC gestuurd. De functies voor berichten en elektronische foutmelding van de logische fi5/OS-partitie worden geactiveerd. Hierdoor kunnen de i5/OS-functies voor het automatisch downloaden van fixes worden gebruikt (indien geconfigureerd).
- Voor systemen die niet beheerd worden door een HMC, worden de i5/OS bericht- en foutmeldingsfuncties geactiveerd.
Hier volgt een aantal voorbeelden van waarom een waarschuwingslampje verlicht is en wat dit
betekent:
- Als het systeemwaarschuwingslampje aan is (continu brandt) en er wordt geen referentiecode weergegeven in functie 11 op het bedieningspaneel of op de HMC, betekent dit dat er een service-event heeft plaatsgevonden in één van de logische partities. Zie Probleemanalyse starten.
- Als de systeemwaarschuwingslampje aan is (continu brandt), en er wel een referentiecode wordt getoond in functie 11 op bedieningspaneel of op de HMC, betekent dit dat u het probleem moet analyseren. Zie Probleemanalyse starten.
Waar het waarschuwingslampje zich op de server bevindt, is afhankelijk van het model dat u hebt. Als u over een HMC beschikt en het fysieke waarschuwingslampje oplicht, wordt u ook
gewaarschuwd doordat het serverpictogram wordt gewijzigd. Als u logische partities hebt, wordt mogelijk ook het pictogram aangepast van de partitie waar het probleem zich voordoet. Het attentiepictogram is een gele driehoek met daarin een uitroepteken [!]. Als u dit pictogram ziet, moet u controleren of het fysieke waarschuwingslampje brandt.
Figuur 1. Serverpictogram met waarschuwingslampje

Figuur 2. Serverpictogram zonder waarschuwingslampje

Om te zien waar het waarschuwingslampje zich op uw server bevindt, kiest u het desbetreffende model:
Figuur 3. Waarschuwingslampje voor alle modellen behalve model 570 en 595

Figuur 4. Waarschuwingslampje voor model 570

Opmerking: Het waarschuwingslampje van model 570 bevindt zich in de rechterbovenhoek, niet op het bedieningspaneel.