Informatie over het gebruik van het bedieningspaneel voor het verzamelen van referentiecodes en andere systeemgegevens.
Volg deze stappen om referentiecodes en systeemgegevens te verzamelen (functies 11 tot en met 20) met behulp van het bedieningspaneel.
Opmerking: Zorg dat u over een afgedrukt exemplaar van het bijbehorende storingsrapport beschikt om de gegevens te noteren die u hier verzamelt. Voor meer informatie raadpleegt u
De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
- Druk op het bedieningspaneel op de selectieknop tot 11 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de uit 32 tekens bestaande code (16 tekens op de eerste regel en 16 tekens op de tweede regel) van het scherm Function/Data.
- Druk op de selectieknop tot 12 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 13 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 14 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 15 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 16 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 17 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 18 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk op de selectieknop tot 19 op het scherm Function/Data verschijnt.
- Druk op Enter.
- Noteer de code van 32 tekens.
- Druk weer op de selectieknop tot nummer 20 verschijnt op de eerste regel van het venster Function/Data.
- Druk op Enter.
- Noteer het machinetype, model en serienummer van het apparaat.
Opmerking: - Als 11 wordt weergegeven in het scherm Function/Data op het scherm van het bedieningspaneel, dan vormen de nummers die volgen de referentiecodes.
- Als een ander nummer dan 11 op het scherm Function/Data wordt weergegeven, kan het zijn dat dit nummer niet duidt op een probleem met het systeem. Deze codes kunnen verwijzen naar functies die u op het scherm van het bedieningspaneel hebt geselecteerd.
- Als u over een console met kolommen voor het type en de referentiecode beschikt, moet u
de gegevens onder de kolom Type noteren als de eerste 4 tekens van functie 11 in
het storingsrapport. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
Als er een A, B, C of D als eerste teken in de kolom Type wordt weergegeven, moet u de gegevens in de kolom met referentiecodes als de laatste vier tekens van functie 11 gebruiken. Als u wilt weten met wie u contact moet opnemen als u meer hulp nodig hebt, gaat u naar Contact opnemen met de serviceafdeling van IBM.