De HMC gebruiken om referentiecodes en systeemgegevens te verzamelen

Informatie over het verzamelen van referentiecodes en andere systeemgegevens met een HMC.

Voer deze stappen uit om referentiecodes (functies 11-19) en systeemgegevens (functie 20) te verzamelen op een HMC.
Opmerking: Zorg dat u over een afgedrukt exemplaar van het bijbehorende storingsrapport beschikt om de gegevens te noteren die u hier verzamelt. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
  1. Klik in het navigatiegebied op Server en partitie > Serverbeheer.
  2. U bekijkt als volgt de referentiecodes (functie 11) op het bedieningspaneel: Selecteer in het inhoudsgebied het systeem of de logische partitie en bekijk de bijbehorende waarde in de kolom Waarde bedieningspaneel.
  3. Om referentiecodes te bekijken die overeenkomen met functies 12-19 op het bedieningspaneel: klik in het inhoudsgebied op het systeem.
  4. Selecteer het systeem of de logische partitie.
  5. Klik met de rechtermuisknop op het systeem of de logische partitie en kies Eigenschappen.
  6. Klik op het tabblad Referentiecode.
  7. Selecteer het item met de tijdsaanduiding die u wilt bekijken.
  8. Klik op de knop Details.
  9. Noteer de waarden die overeenkomen met de functies 12 tot en met 19 op het bedieningspaneel.
  10. Zodra u klaar bent, klikt u tweemaal op OK.
  11. Om systeeminformatie te verzamelen die overeenkomt met functie 20 op het bedieningspaneel: open in het navigatiegebied de map Servicetoepassingen.
  12. Klik op Service Focal Point.
  13. In het gegevensgebied klikt u op Servicefuncties.
  14. In het venster Servicefuncties selecteert u het systeem en kiest u Geselecteerd > Servicefuncties bedieningspaneel.
  15. Kies een van de volgende opties:
    • U bekijkt als volgt functie 20 voor het geselecteerde systeem: Selecteer Systeemfunctie > Systeemtype, Model en Featurecode (20).
    • U bekijkt als volgt functie 20 voor een logische partitie: Selecteer de logische partitie in de lijst en selecteer Systeemfunctie > Systeemtype, model, en featurecode (20).
  16. Noteer het type computer, het model, de functiecode van de processor en de gegevens van het IPL-type.
Voor meer informatie over het uitvoeren van bedieningspaneelfuncties op de HMC raadpleegt u Toegang tot de bedieningspaneelfuncties met de HMC.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen