Firmwarefixes voor server en voedingssubsysteem ophalen via een HMC met internetverbinding

Informatie over het aanbrengen van fixes voor de firmware op de server en het voedingssubsysteem (als u beschikt over een model 575- of 59x-server) via een HMC, als u een internetverbinding hebt vanaf de HMC of de server.

Opmerking: U moet HMC-fixes installeren voordat u firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem installeert, zodat de HMC overweg kan met alle fixes of nieuwe functies die u aanbrengt op de server. Als een HMC bovendien verschillende servers beheert met verschillende firmwarereleaseniveaus, moet het niveau van de HMC-machinecode gelijk zijn aan of hoger zijn dan het niveau van de systeemfirmware op de server met het hoogste releaseniveau.

Nadat u de HMC-fixes hebt geïnstalleerd, moet u de firmwarefixes voor de server en het voedingssubsysteem samen installeren, of eerst de fixes voor het voedingssubsysteem installeren (als u een model 575- of 59x-server hebt) en daarna de fixes voor de serverfirmware.

Voer de taken 1 t/m 6 uit om de firmwarefixes voor de server en het voedingssubsysteem op te halen (als u een model 575- of 59x-server hebt).

Opmerking: Standaard wordt de serverfirmware pas op de tijdelijke zijde geïnstalleerd nadat de bestaande inhoud van de tijdelijke zijde is geïnstalleerd op de permanente zijde. (Dit proces wordt automatisch uitgevoerd wanneer u een fix voor de serverfirmware installeert.) Als u de inhoud van de permanente zijde wilt bewaren, selecteert u Installeren en activeren in de Uitgebreide Voorzieningen op de HMC-interface, en geeft u aan dat u het firmwareniveau niet automatisch wilt accepteren.

Taak 1. Controleren of u over een internetverbinding beschikt

Om fixes vanaf het service- en ondersteuningssysteem of de website te downloaden naar uw HMC of server, moet u een verbinding hebben met de serviceafdeling via een modem, direct of indirect internet, of een pass-throughsysteem.

Voor het controleren van de serviceverbinding volgt u de volgende stappen:

  1. Open in het navigatiegebied Servicetoepassingen.
  2. Kies Ondersteuning op afstand.
  3. Klik op Uitgaande connectiviteit aanpassen.
  4. Kies de tab voor het type uitgaande connectiviteit dat u voor de HMC hebt gekozen (Lokale modem, Internet VPN of Pass-throughsystemen). Meer informatie over deze instellingen vindt u in Een verbindingstype opgeven vanaf de HMC.
    Opmerking: Als geen verbinding is ingesteld met de serviceafdeling, moet u de service-verbinding instellen voordat u verder gaat met deze procedure. Instructies voor het instellen van een verbinding met de serviceafdeling vindt u in Instellen van AIX, IBM i5/OS, Linux, en de HMC voor verbinding met de serviceafdeling.
  5. Klik op Testen.
  6. Controleer of de test is geslaagd. Als de test niet wordt voltooid, moet u het probleem met de connectiviteit oplossen en corrigeren voordat u verder kunt gaan met deze procedure.

Taak 2. De versie en release van de HMC-machinecode vaststellen

Het niveau van de HMC-machinecode bepaalt de beschikbare functies, waaronder serverfirmware-onderhoud zonder interruptie en verbeteringen voor het upgraden naar een nieuwe release.

  1. Ga naar het navigatiegebied en open Onderhoud gelicentieerde interne code.
  2. Selecteer Update van HMC-code.
  3. Zoek in het statusgebied van het gegevensvenster de versie en release van de HMC-machinecode op.
  4. Noteer de versie en release.

Taak 3. Kijken welke firmwareniveaus er aanwezig zijn op een HMC

  1. Controleer of de beheerde systemen en voedingsframes (als u een model 575 of 59x-server hebt) zich in de correcte staat bevinden.
    1. Ga naar de HMC en kies Server en partitie.
    2. Kies Serverbeheer en controleer of de status Uitschakelen, Standby of Operationeel is.
    3. Als u een model 575- of 59x-server hebt, kiest u Framebeheer en controleert u of de status Standby is.
  2. Vouw in de HMC de map Onderhoud gelicentieerde interne code uit.
  3. Klik op het pictogram Updates gelicentieerde interne code.
  4. In het gegevensgebied klikt u op Gelicentieerde interne code wijzigen voor de huidige release.
  5. In het venster Doelobject selecteren klikt u op het doelsysteem en vervolgens op OK. Het doel is het beheerde systeem waarvan u het niveau van de firmware wilt controleren.
  6. In het venster Gelicentieerde interne code wijzigen, selecteert u Systeemgegevens bekijken en klikt u op OK.
  7. In het venster LIC-repository opgeven selecteert u Geen en vervolgens klikt u op OK. In het venster dat wordt weergegeven, ziet u de systeemgegevens van het doelsysteem.
    • Het geïnstalleerde niveau is het niveau van de firmware dat is geïnstalleerd en wordt geladen in het geheugen nadat het beheerde systeem is uitgeschakeld en weer ingeschakeld.
    • Het geactiveerde niveau geeft het niveau weer van de firmware dat actief is en wordt uitgevoerd in het geheugen.
    • Het geaccepteerde niveau geeft het backupniveau weer van de firmware. U kunt terugkeren naar dit backupniveau van de firmware als u besluit het geïnstalleerde niveau te verwijderen.
  8. Noteer het geïnstalleerde niveau en klik op Sluiten.
  9. Klik op Annuleren.

Taak 4. Kijken welke firmwareniveaus er beschikbaar zijn

Om te zien welke niveaus er beschikbaar zijn, gaat u als volgt te werk:
  1. Vouw in de HMC de map Onderhoud gelicentieerde interne code uit.
  2. Klik op het pictogram Updates gelicentieerde interne code.
  3. Klik in het gegevensgebied op Gelicentieerde interne code wijzigen voor huidige release.
  4. In het venster Doelobject selecteren klikt u op het doelsysteem en vervolgens op OK.
  5. In het venster Interne code wijzigen, selecteert u Systeemgegevens bekijken en klikt u op OK.
  6. In het venster LIC-repository opgeven, selecteert u de repositorylocatie waarvan u de beschikbare firmware-fixes wilt bekijken en klikt u op OK. De volgende opties zijn beschikbaar:
    • IBM servicewebsite (Op deze site vindt u de meest recente fixes. U hebt een directe internetverbinding nodig voor toegang tot deze site.)
    • IBM-ondersteuningssysteem (Op deze site vindt u de meest recente fixes. Voor toegang tot deze site kunt u een modem of een directe internetverbinding gebruiken.)
    • DVD-RAM: Kies deze optie als u de fix eerder op een CD hebt gezet en deze is geladen in het DVD-station op de HMC.
      Opmerking: Als u de DVD-RAM-mediumrepository kiest en u bij gebruik van een CD die u zelf hebt gemaakt een I/O-fout krijgt, kan dat betekenen dat de software die u hebt gebruikt om de CD te maken, niet voldoet aan vereisten van de HMC met betrekking tot het schrijven van tijdelijke records.
    • FTP-site: Kies deze optie als u de fix eerder hebt gedownload naar een FTP-site. (Deze site moet dan eerder zijn opgezet door de ondersteuningsdienst van uw organisatie.) Een FTP-server is een systeem waarop het FTP-serverprotocol is geactiveerd. Als u de FTP-site selecteert, hebt u de volgende gegevens nodig:
      Opmerking: Gewoonlijk is op een PC alleen de FTP-client actief.
      • FTP-site - De volledig gekwalificeerde host- en domeinnaam van de FTP-server waarvandaan u de fix wilt downloaden.
      • Gebruikers-ID - Uw gebruikers-ID voor de FTP-server.
      • Wachtwoord - Uw wachtwoord voor de FTP server.
      • Directory - De directory op de FTP-server waar de firmwarefix voor de server of het voedingssubsysteem staat. U kunt de standaarddirectory /opt/ccfw/data opgeven als u de fix in die directory hebt geplaatst, of u kunt het pad wijzigen als de fix zich in een andere directory bevindt dan de standaarddirectory. Als u bijvoorbeeld de fix hebt gedownload en gekopieerd naar een unieke directory op de FTP-server, kunt u die directory opgeven.
    • Vaste schijf: Kies deze optie als u de fix eerder hebt gedownload naar het vaste-schijfstation op uw HMC. (Deze repository kan geselecteerd worden nadat een succesvolle code-update voor deze release de laatst voltooide update naar een ander beheerd systeem of voedingssubsysteem door deze HMC was.)
      Opmerking: Voor meer informatie over elk van de repositorylocaties klikt u op Help.
    Een venster wordt weergegeven met systeemgegevens over het doelsysteem, met daarin de opvraagbare niveaus van de firmware.
    Opmerking: Als geen firmware-fixes beschikbaar zijn op de geselecteerde repositorylocatie, zijn de tabelkolommen leeg.
  7. Leg de beschikbare firmwareniveaus vast.

Taak 5. Een actuele release of upgrade bijwerken naar een nieuwe release

Opmerking: Als u tijdens de update van de code een fout ontvangt en wordt doorverwezen naar het programma Service Focal Point in de HMC, betekent dit dat u alle open events die er de oorzaak van waren dat de update van de code mislukte, moet repareren en sluiten. Voor meer informatie raadpleegt u Werken met Service Focal Point voor de HMC. Als u tijdens de update een referentiecode HSCFxxxx ontvangt, raadpleegt u de HSCFxxxx-foutcodes voor Licensed Internal Code.

Om de actuele release bij te werken of een upgrade naar een nieuwe release aan te brengen, voert u de volgende stappen uit:

  1. U moet HMC-fixes installeren voordat u firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem installeert, zodat de HMC overweg kan met alle fixes of nieuwe functies die u aanbrengt op de server. Als een HMC bovendien verschillende servers beheert met verschillende firmwarereleaseniveaus, moet het niveau van de HMC-machinecode gelijk zijn aan of hoger zijn dan het niveau van de systeemfirmware op de server met het hoogste releaseniveau. Instructies voor het bijwerken van de HMC-machinecode vindt u in Fixes en upgrades voor de HMC-machinecode ophalen. Daarna moet u de firmwarefixes voor de server en het voedingssubsysteem samen installeren, of eerst de fixes voor het voedingssubsysteem installeren (als u een model 575- of 59x-server hebt) en daarna de fixes voor de serverfirmware.
  2. Controleer of de beheerde systemen en voedingsframes (als u een model 575 of 59x-server hebt) zich in de correcte staat bevinden.
    1. Ga naar de HMC en kies Server en partitie.
    2. Kies Serverbeheer en controleer of de status Uitschakelen, Standby of Operationeel is.
    3. Als u een model 575- of 59x-server hebt, kiest u Framebeheer en controleert u of de status Standby is.
  3. Vouw de map Onderhoud gelicentieerde interne code uit.
  4. Klik op het pictogram Updates gelicentieerde interne code.
  5. Kies een van de volgende opties:

Taak 5.1. Een actuele release bijwerken

  1. In het gegevensgebied klikt u op Gelicentieerde interne code wijzigen voor de huidige release.
  2. In het venster Doelobject selecteren klikt u op het doelsysteem en vervolgens op OK. Het doel is het beheerde systeem waarop u een update wilt aanbrengen.
    Opmerking: U kunt verschillende beheerde systemen selecteren die gelijktijdig moeten worden bijgewerkt. Als u een 575-systeem hebt, moet u met bepaalde overwegingen rekening houden voordat u verschillende beheerde systemen gaat bijwerken of upgraden. Zie voor details Firmware toepassen op meerdere beheerde systemen met behulp van een HMC.
  3. In het venster Gelicentieerde interne code wijzigen, selecteert u Wizard Gelicentieerde Interne Code Wijzigen starten en klikt u op OK.
  4. Selecteer in het venster LIC-repository Opgeven de repositorylocatie waarvan u de beschikbare firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem wilt downloaden. Klik vervolgens op OK. De volgende opties zijn beschikbaar:
    • IBM servicewebsite (Op deze site vindt u de meest recente fixes. U hebt een directe internetverbinding nodig voor toegang tot deze site.)
    • IBM-ondersteuningssysteem (Op deze site vindt u de meest recente fixes. Voor toegang tot deze site kunt u een modem of een directe internetverbinding gebruiken.)
      Opmerking: Als u firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem downloadt via een modem, kan dat welk enkele uren duren.
    • DVD-RAM: Kies deze optie als u de fix eerder op een CD hebt gezet en deze is geladen in het DVD-station op de HMC.
      Opmerking: Als u de DVD-RAM-mediumrepository kiest en u bij gebruik van een CD die u zelf hebt gemaakt een I/O-fout krijgt, kan dat betekenen dat de software die u hebt gebruikt om de CD te maken, niet voldoet aan vereisten van de HMC met betrekking tot het schrijven van tijdelijke records.
    • FTP-site: Kies deze optie als u de fix eerder hebt gedownload naar een FTP-site. (Deze site moet dan eerder zijn opgezet door de ondersteuningsdienst van uw organisatie.) Een FTP-server is een systeem waarop het FTP-serverprotocol is geactiveerd. Als u de FTP-site selecteert, hebt u de volgende gegevens nodig:
      Opmerking: Gewoonlijk is op een PC alleen de FTP-client actief.
      • FTP-site - De volledig gekwalificeerde host- en domeinnaam van de FTP-server waarvandaan u de fix wilt downloaden.
      • Gebruikers-ID - Uw gebruikers-ID voor de FTP-server.
      • Wachtwoord - Uw wachtwoord voor de FTP server.
      • Directory - De directory op de FTP-server waar de firmwarefix voor de server of het voedingssubsysteem staat. U kunt de standaarddirectory /opt/ccfw/data opgeven als u de fix in die directory hebt geplaatst, of u kunt het pad wijzigen als de fix zich in een andere directory bevindt dan de standaarddirectory. Als u bijvoorbeeld de fix hebt gedownload en gekopieerd naar een unieke directory op de FTP-server, kunt u die directory opgeven.
    • Vaste schijf: Kies deze optie als u de fix eerder hebt gedownload naar het vaste-schijfstation op uw HMC. (Deze repository kan worden geselecteerd als de laatst voltooide update voor een ander beheerd systeem of voedingssubsysteem door deze HMC een succesvolle code-update voor deze release was, of als de fix is gedownload met behulp van de ophaalfunctie van de Uitgebreide Voorzieningen in de HMC-interface.)
      Opmerking: Voor meer informatie over elk van de repositorylocaties klikt u op Help.
  5. Klik in het welkomstvenster op Volgende. Een van de volgende gebeurtenissen vindt plaats:
    • Als in de geselecteerde repository alleen een update naar de actuele release beschikbaar is, gaat u verder met stap 6.
    • Als er een bericht wordt afgebeeld dat er een nieuwe upgradeniveau beschikbaar is, kiest u een van de volgende opties:
      • Klik op Annuleren om naar een upgrade voor een nieuwe release te gaan. U hoeft de repository niet opnieuw te selecteren. Ga vervolgens verder met stap 4 in Taak 5.2.
      • Klik op OK om verder te gaan met een update voor de huidige release, en ga dan verder met stap 6.
    • Als er geen updates of upgrades voor uw actuele release beschikbaar zijn, verschijnt er een bericht dat aangeeft dat de doellocaties zijn bijgewerkt. In deze situatie klikt u op Annuleren om de taak te beëindigen.
  6. In het venster van de wizard Gelicentieerde Interne Code Wijzigen controleert u of Beheerd systeem en Power LIC is geselecteerd en maakt u een keuze:
    • Als het venster bij 'Huidige selectie installatietype' een grijs afgebeeld bericht bevat, gaat u door met stap 7.
    • Als het venster, bij 'Huidige selectie installatietype', een bericht bevat over de beschikbaarheid van een update zonder interruptie, kiest u een van de volgende opties:
      • Om verder te gaan met een update zonder interruptie voert u de volgende stappen uit:
        1. Lees het afgebeelde bericht.
          N.B.:  Voer geen configuratie- of
          beheers
           handelingen uit aan het beheerde systeem als 
          de gelicentieerde interne code wordt bijgewerkt. 
          Opmerking: Voer, zolang de firmware-update niet is afgerond, geen bewerkingen uit op het beheerde systeem waarop de update wordt aangebracht. Bij een bewerking kunnen code-update en bewerking weliswaar correct afgerond worden. Als er zich echter een fout voordoet, laat dan de update doorlopen totdat deze voltooid is en probeer pas daarna een nieuwe bewerking. Als de zonder interruptie uitgevoerde firmware-update mislukt, verwijder dan het beschadigde image en probeer de update zonder interruptie van de gelicentieerde interne code opnieuw. Voor meer informatie raadpleegt u Het huidige niveau van de firmware (Licensed Internal Code) verwijderen.
        2. Ga verder met stap 7.
      • Als u de automatische installatie wilt onderbreken om de update te installeren en activeren, klikt u op Geavanceerde opties.
        1. Selecteer in het interruptievenster de doellocatie waarop u de update wilt uitvoeren. Het type installatie wordt afgebeeld in het veld Interruptiestatus.
        2. Bij "Selecteer het type installatie dat wordt uitgevoerd" kunt u een keuze maken uit de beschikbare opties, te weten:
          • Installeren en activeren zonder interruptie
          • Installeren zonder interruptie, activering met interruptie uitstellen
          • Installeren en activeren met interruptie
        3. Klik op OK en ga verder met stap 7.
  7. Klik op Volgende. Het venster met de licentieovereenkomst voor de Hardware Management Console verschijnt.
  8. Lees de overeenkomst en klik op Accept.
  9. In het venster Actie bevestigen, voert u de gevraagde acties uit en klikt u op Beëindigen.

    Als in de HMC-interface het volgende bericht verschijnt, moet u handmatig alle toepassingen en logische partities afsluiten om te voorkomen dat het systeem deze abnormaal beëindigt.Sluit alle toepassingen die op dit moment voor de onderstaande systemen op uw besturingssystemen actief zijn.

    Gebruik de normale procedures voor het afsluiten van de logische partities:

    Aan het einde van het proces met interruptie keert het beheerde systeem automatisch terug naar de oorspronkelijke status.

  10. Om te controleren of het installeren van de fix is gelukt, raadpleegt u Taak 6. Controleren of de fix correct is geïnstalleerd.

Taak 5.2. Upgraden naar een nieuwe release

  1. Om een upgrade naar een nieuwe release aan te brengen, klikt u in het inhoudsgebied op Gelicentieerde interne code bijwerken tot een nieuwe release.
  2. In het venster Doelobject selecteren klikt u op het doelsysteem en vervolgens op OK. Het doel is het beheerd systeem waarvoor u de firmware wilt upgraden naar een nieuwe release.
    Opmerking: U kunt verschillende beheerde systemen selecteren die gelijktijdig moeten worden bijgewerkt (tenzij de DVD-repository wordt gebruikt tijdens een upgrade. In dat geval wordt de upgrade op volgorde uitgevoerd.) Als u een 575-systeem hebt, moet u bovendien met bepaalde overwegingen rekening houden voordat u verschillende beheerde systemen gaat bijwerken of upgraden. Voor details over het gebruik van een DVD-repository tijdens een upgrade, of voor overwegingen bij het bijwerken en upgraden van een 575-systeem, raadpleegt u Firmware toepassen op meerdere beheerde systemen met behulp van een HMC.
  3. Selecteer in het venster LIC-repository Opgeven de repositorylocatie waarvan u de beschikbare firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem wilt downloaden. Klik vervolgens op OK.
    Opmerking: Als u een bericht krijgt dat u alleen de DVD-RAM-mediarepository kunt gebruiken, betekent dit dat u niet de juiste release van de HMC-machinecode hebt geïnstalleerd. U dient uw HMC-machinecode dan te updaten voordat u verder kunt gaan. Voor meer informatie raadpleegt u Fixes en upgrades voor de HMC-machinecode ophalen.
    De volgende opties zijn beschikbaar:
    • IBM servicewebsite (Op deze site vindt u de meest recente fixes. U hebt een directe internetverbinding nodig voor toegang tot deze site.)
    • IBM-ondersteuningssysteem (Op deze site vindt u de meest recente fixes. Voor toegang tot deze site kunt u een modem of een directe internetverbinding gebruiken.)
      Opmerking: Als u firmwarefixes voor de server of het voedingssubsysteem downloadt via een modem, kan dat welk enkele uren duren.
    • DVD-RAM: Kies deze optie als u de fix eerder op een CD hebt gezet en deze is geladen in het DVD-station op de HMC.
      Opmerking: Als u de DVD-RAM-mediumrepository kiest en u bij gebruik van een CD die u zelf hebt gemaakt een I/O-fout krijgt, kan dat betekenen dat de software die u hebt gebruikt om de CD te maken, niet voldoet aan vereisten van de HMC met betrekking tot het schrijven van tijdelijke records.
      Opmerking: Als u verschillende beheerde systemen wilde upgraden, wordt deze upgrade door de DVD-RAM-mediarepository op volgorde uitgevoerd. Zie voor details Firmware toepassen op meerdere beheerde systemen met behulp van een HMC.
    • FTP-site: Kies deze optie als u de fix eerder hebt gedownload naar een FTP-site. (Deze site moet dan eerder zijn opgezet door de ondersteuningsdienst van uw organisatie.) Een FTP-server is een systeem waarop het FTP-serverprotocol is geactiveerd. Als u de FTP-site selecteert, hebt u de volgende gegevens nodig:
      Opmerking: Gewoonlijk is op een PC alleen de FTP-client actief.
      • FTP-site - De volledig gekwalificeerde host- en domeinnaam van de FTP-server waarvandaan u de fix wilt downloaden.
      • Gebruikers-ID - Uw gebruikers-ID voor de FTP-server.
      • Wachtwoord - Uw wachtwoord voor de FTP server.
      • Directory - De directory op de FTP-server waar de firmwarefix voor de server of het voedingssubsysteem staat. U kunt de standaarddirectory /opt/ccfw/data opgeven als u de fix in die directory hebt geplaatst, of u kunt het pad wijzigen als de fix zich in een andere directory bevindt dan de standaarddirectory. Als u bijvoorbeeld de fix hebt gedownload en gekopieerd naar een unieke directory op de FTP-server, kunt u die directory opgeven.
  4. Lees de overeenkomst en klik op Accept.
  5. In het venster Actie bevestigen, voert u de gevraagde acties uit en klikt u op Beëindigen.

    Als in de HMC-interface het volgende bericht verschijnt, moet u handmatig alle toepassingen en logische partities afsluiten om te voorkomen dat het systeem deze abnormaal beëindigt.Sluit alle toepassingen die op dit moment voor de onderstaande systemen op uw besturingssystemen actief zijn.

    Gebruik de normale procedures voor het afsluiten van de logische partities:

    Aan het einde van het proces met interruptie keert het beheerde systeem automatisch terug naar de oorspronkelijke status.

  6. Om te controleren of het installeren van de fix is gelukt, raadpleegt u Taak 6. Controleren of de fix correct is geïnstalleerd.

Taak 6. Controleren of de fix correct is geïnstalleerd

  1. Controleer of de beheerde systemen en voedingsframes (als u een model 575 of 59x-server hebt) zich in de correcte staat bevinden.
    1. Ga naar de HMC en kies Server en partitie.
    2. Kies Serverbeheer en controleer of de status Uitschakelen, Standby of Operationeel is.
    3. Als u een model 575- of 59x-server hebt, kiest u Framebeheer en controleert u of de status Standby is.
  2. Vouw in de HMC de map Onderhoud gelicentieerde interne code uit.
  3. Klik op het pictogram Updates gelicentieerde interne code.
  4. In het gegevensgebied klikt u op Gelicentieerde interne code wijzigen.
  5. In het venster Doelobject selecteren klikt u op het doelsysteem en vervolgens op OK. Het doel is het beheerde systeem waarvan u het niveau van de firmware wilt controleren.
  6. In het venster Gelicentieerde interne code wijzigen, selecteert u Systeemgegevens bekijken en klikt u op OK.
  7. In het venster LIC-repository opgeven selecteert u Geen en vervolgens klikt u op OK. In het venster dat wordt weergegeven, ziet u de systeemgegevens van het doelsysteem.
  8. Controleer of de geïnstalleerde en geactiveerde niveaus van de firmware overeenkomen met de fix die u hebt geïnstalleerd.
  9. Als het geïnstalleerde en het geactiveerde niveau van de firmware niet overeenkomen met de fix die u hebt geïnstalleerd, raadpleegt u Controle of de installatie van de fix is mislukt.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen