Onderhoud aan de HMC uitvoeren

Informatie over het uitvoeren van onderhoud en service aan de HMC.

De HMC maakt verbinding met een of meer beheerde systemen voor het uitvoeren van diverse functies. De primaire functies van de HMC zijn:
  • Het beschikbaar stellen van een console voor systeembeheerders en servicemedewerkers voor het beheer van serverhardware.
  • Het maken en onderhouden van een meervoudig gepartitioneerde omgeving op een beheerd systeem.
  • Het opsporen, melden en opslaan van wijzigingen in de toestand van de hardware.
  • Het optreden als verzamelpunt (focal point) voor service, zodat servicemedewerkers de juiste servicestrategie kunnen bepalen.
  • Het afbeelden van sessieterminals van het besturingssysteem voor elke partitie.

Het HMC-systeem wordt geleverd met de machinecode vooraf geïnstalleerd op het schijfstation. Nadat het systeem is geïnstalleerd en op een beheerd systeem is aangesloten, kan het systeembeheer beginnen.

De machinecode van de HMC heeft geen voorzieningen voor het laden of uitvoeren van extra programma's die geen verband houden met het beheer of de service van hardware. Alle taken die u nodig hebt voor het onderhoud van het beheerde systeem, het onderliggende besturingssysteem en de machinecode van de HMC zijn beschikbaar via de beheerinterface van de HMC.

Werking van beheerde systemen

De grafische gebruikersinterface van de HMC beschikt over functies voor het maken en onderhouden van een gepartitioneerde omgeving op een beheerd systeem. Via de interface kunnen objecten die op de HMC zijn gemaakt, rechtstreeks worden gemanipuleerd en komt er een aanzienlijke hoeveelheid informatie beschikbaar met betrekking tot wijzigingen die zijn aangetroffen in de toestand van de hardware.

Het beheerde systeem kan worden gebruikt als een gepartitioneerd systeem, soms ook wel aangeduid als logisch gepartitioneerd. Dit betekent dat er op het beheerde systeem meerdere besturingssystemen tegelijk kunnen draaien. Het systeem kan echter ook worden gebruikt als een enkele grote partitie, welke bekend staat als de standaard fabrieksconfiguratie op het moment van aflevering van het systeem. Als het systeem gepartitioneerd is, wordt een partitie die gebruik maakt van alle systeemresources een volledige-systeempartitie genoemd.

Partitionering biedt gebruikers de mogelijkheid om een enkel beheerd systeem op te delen in verschillende kleinere systemen. Elk van deze systemen draait in een partitie en is in staat om programma's uit te voeren in verschillende onafhankelijke systemen tegelijkertijd. Logisch partitioneren maakt het voor een gebruiker mogelijk om een enkel programma uit te voeren met verschillende sets gegevens in verschillende partities, alsof dat programma op verschillende fysieke systemen draaide. Door partities te maken kan een bedrijf een programma bijvoorbeeld testen in de ene partitie en datzelfde programma gelijktijdig verder ontwikkelen in een andere partitie, allemaal op hetzelfde systeem. Deze partitioneringsmethode "op hetzelfde systeem" is veel rendabeler omdat het in veel gevallen niet nodig is een afzonderlijk testsysteem te gebruiken.

De volledige-systeempartitie is niet anders dan de traditionele manier van systeemgebruik. De enkele server gebruikt al zijn resources als één systeem.

Diagnose van het HMC-systeem

Het HMC-systeem beschikt tevens over een set diagnoseprocedures die moeten worden gevolgd bij het oplossen van problemen met de HMC. Informatie over de diagnoseprogramma's voor de HMC vindt u in Diagnose van de HMC - Overzicht.

De HMC in- en uitschakelen

Tijdens het inschakelproces gaat de HMC na welke beheerde systemen er beschikbaar zijn en communiceren met de console. Om er zeker van te zijn dat elk beheerd systeem beschikbaar is op het moment dat u de HMC aanzet, moeten de beheerde systemen in de spaarstand of in de normale werkstand staan. De spaarstand wordt aangegeven door de aanduiding OK op het bedieningspaneel nadat de stroom op het beheerde systeem is ingeschakeld en de initiële tests voltooid zijn.

Opmerking: Als het beheerde systeem in een EPOW-status verkeert (emergency power off),moet het in de spaarstand worden gebracht voordat het door de HMC kan worden ingeschakeld.

U schakelt de HMC als volgt in:

  1. Druk één keer op de aan/uit-knop.
  2. Meld u, zodra het systeem de zelftest (power-on self-test, POST) heeft voltooid, aan bij de HMC.

De HMC uitschakelen

U schakelt de HMC als volgt uit:
  1. Meld u aan bij de HMC en kies Uitschakelen.
  2. De HMC sluit alle actieve programma's af en schakelt vervolgens zichzelf uit.

Zelftest bij opstarten (POST)

Na het inschakelen van de spanning en voordat het besturingssysteem wordt geladen, voert het systeem een zelftest (power-on self-test, POST) uit. Met deze test wordt, voorafgaand aan het laden van het besturingssysteem, gecontroleerd of de hardware correct functioneert. Tijdens de POST kunnen er codes worden afgebeeld die de voortgang van de testcyclus aangeven. Nadat de POST is voltooid, wordt de machinecode van de HMC geladen en wordt er een aanmeldingsprompt afgebeeld.

Specificaties en de plaats van onderdelen op de systeemeenheid

Het HMC-systeem is ondergebracht in een model van een personal computer. Informatie over de systeemspecificaties en de plaats van onderdelen op de systeemeenheid vind u in de Hardware Maintenance Manuals van de PC in kwestie. Zie Equivalente onderhoudsinformatie voor de hardware van de HMC-computer.

Extern netsnoer van de HMC

Ter voorkoming van een elektrische schok wordt er een drie-aderig netsnoer met een stekker met randaarde bijgeleverd. Sluit dit netsnoer alleen aan op een geaard stopcontact.

De netsnoeren die in de Verenigde Staten en Canada worden gebruikt, worden vermeld door Underwriter's Laboratories (UL) en zijn gecertificeerd door de Canadian Standards Association (CSA). Het netsnor bestaat uit het volgende:
  • Elektriciteitssnoer, type ST
  • Een contrastekker conform National Electrical Manufacturers Association (NEMA) L6-30P
  • Apparaatstekkers conform International Electrotechnical Commission (IEC) Standaard 320, Blad C13 en C14
In andere landen bestaat het netsnoer uit het volgende:
  • Elektriciteitssnoer, type HD21 of HD22
  • Contrastekkers die zijn goedgekeurd door de bevoegde testorganisatie voor het land waarin ze worden gebruikt
  • Apparaatstekkers conform International Electrotechnical Commission (IEC) Standaard 320, Blad C13 en C14

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen