Volg deze procedure om het systeem te herstellen bij een IPL- of systeemfout onder i5/OS.
Controleer of:
- Het apparaat waarop u de opstartprocedure (IPL) hebt uitgevoerd, is gestart.
- De band en CD juist zijn geladen.
- Het gebruikers-ID en wachtwoord voor de aanmelding juist zijn.
- Het systeem is ingesteld op de juiste werkstand (Handmatig, Normaal, Auto of Veilig).
- De systeemwaarde voor datum/tijd en de werkstand van het bedieningspaneel juist is ingesteld als dit een automatische opstartprocedure is.
- De telefoon, modem, werkstand van het bedieningspaneel en de waarde QRMTIPL juist zijn ingesteld als dit een RIPL-opstartprocedure is.
Voer de volgende stappen uit om problemen met de opstartprocedure (IPL) of systeemstoringen te herstellen:
- Voer als volgt een IPL uit vanaf het bedieningspaneel of vanaf het Remote Control Panel van de Operations Console:
- Zet het systeem in de werkstand Handmatig.
- Kies een van de volgende opties:
- Als het systeem is ingeschakeld, selecteert u functie 03 en drukt u op Enter om een opstartprocedure (IPL) te starten.
- Als het systeem is uitgeschakeld, controleert u of het bedieningspaneel in de werkstand Normaal of Handmatig staat en drukt u op de aan-knop.
- Kies een van de volgende opties:
- Als u het aanmeldingsscherm ziet, meldt u zich aan bij het systeem en gaat u door met stap 3.
- Als u het aanmeldingsscherm niet ziet: hebt u een nieuwe referentiecode?
- Geef in het scherm IPL-opties Ja op bij de volgende parameters:
- Systeem definiƫren of wijzigen bij IPL
- Uitvoerwachtrijen leegmaken
- Taakwachtrijen leegmaken
- Onvolledige taken leegmaken
- Verander de systeemwaarde QMCHPOOL naar een kleinere waarde.
- Controleer of de systeemwaarde QCTLSBSD juist is gespeld, of wijs een alternatief stuursubsysteem toe.
- Verander de systeemwaarde QPWRDWNLMT naar een grotere waarde.
- Ga door met het IPL-proces.
Als u dezelfde storing krijgt, stelt u het systeem in op
de werkstand Normaal en neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.