Probleemanalyse voor Linux

Gebruik deze procedure om probleemanalyse voor Linux uit te voeren.

Als u een probleem hebt met uw Linux-systeem of logische partitie, kunt u proberen om meer informatie over het probleem te verzamelen, om het probleem op te lossen of om de beheerder of de serviceprovider van de hardware te helpen het probleem snel en accuraat op te lossen.
Opmerking: Bij het oplossen van problemen met Linux hebt u mogelijk een aantal beschikbare tools nodig. Voor meer informatie raadpleegt u Service- en productivity-tools verkrijgen voor Linux.

Zaken waarmee u rekening moet houden als u problemen met Linux wilt oplossen:

Controleer de volgende verbindingen:

De server is nooit gepartitioneerd en er is geen HMC of Integrated Virtualization Manager

  1. Is de server ingeschakeld of kunt u de server inschakelen?
    • Nee: Ga naar stap 2.
    • Ja: Controleer of de server is ingeschakeld en ga vervolgens naar stap 4.
  2. Voer de volgende stappen uit om te controleren of de server stroom krijgt:
    1. Als de server beveiligd is met een noodschakelaarcircuit, controleer dan of de noodschakelaar uitstaat.
    2. Als u een UPS hebt, controleer dan of de netsnoeren goed op de server zijn aangesloten en of alles werkt.
    3. Als u een goede stroombron hebt aangesloten op de server, treedt een van de volgende situatie op:
      • Als u beschikt over een bedieningspaneel, is het Function/Data-scherm op het bedieningspaneel verlicht.
      • Als u niet beschikt over een bedieningspaneel, zijn de Bulk Power Controller-systeemlampjes verlicht.
  3. Is het bedieningspaneel verlicht?
    • Ja: Start de server door op de aan/uit-knop op het bedieningspaneel te drukken en ga vervolgens naar stap 4.
      Opmerking: Als de server stopt en er een referentiecode verschijnt op het scherm Function/Data van het bedieningspaneel, noteert u deze code en bijbehorende gegevens en gaat u naar Lijst met referentiecodes voor klanten. Hiermee is de procedure ten einde.
    • Nee: Er is een probleem met de stroomvoorziening. Controleer of de spanningsbron van de server goed functioneert (bijvoorbeeld dat het stopcontact goed werkt en de stroomkabel niet is beschadigd). Als u geen probleem in de stroomvoorziening kunt vinden, neemt u contact op met de beheerder of met de hardwareserviceprovider. Hiermee is de procedure ten einde.
  4. Wordt er op het bedieningspaneel een referentiecode afgebeeld?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Ga naar stap 9.
  5. Brandt het waarschuwingslampje op het bedieningspaneel?
    • Ja: Ga naar stap 9.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  6. Worden er meer berichten over het probleem weergegeven op de systeemconsole (bijvoorbeeld dat een apparaat niet beschikbaar is of fouten rapporteert) of ontvangt u hierover e-mail van het besturingssysteem?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Neem contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.
  7. Noteer alle berichten op het bedieningspaneel, andere schermen en e-mail van het besturingssysteem.
  8. Als de berichten herstelprocedures bevatten, volg dan de instructies op.
    Is het probleem opgelost?
    • Ja: Hiermee is deze procedure ten einde.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  9. Werkt het besturingssysteem?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Voer de volgende handelingen uit:
      1. Kijk in de fouten/eventlogboeken van ASMI voor een lijst van fout- en event-vermeldingen in het logboek. Details hierover vindt u in het onderwerp Fouten- en eventlogboeken afbeelden.
      2. Ga verder met stap 11.
  10. Voer het zelfstandige eServer-diagnoseprogramma uit in de probleembepalingswerkstand. Zie De zelfstandige diagnoseprogramma's voor eServer uitvoeren vanaf CD-ROM voor meer informatie. Noteer alle SRN-informatie die wordt weergegevens of die per e-mail beschikbaar is. Als u het zelfstandige eServer-diagnoseprogramma uitvoert in de probleembepalingswerkstand, beschikt u over de mogelijkheid om de resources te testen die door de diagnoseprogramma's op uw server worden aangetroffen. Controleer de lijst met beschikbare resources op uw server om ervoor te zorgen dat alle geïnstalleerde resources ook kunnen worden getest. Als u ontdekt dat een resource die op uw systeem is geïnstalleerd niet kan worden getest, moet u alle informatie noteren die beschikbaar is over de ontbrekende resource en moet u controleren of de ontbrekende resource op de juiste manier is geïnstalleerd. Als u het probleem met een ontbrekende resource niet kunt corrigeren, moet u de ontbrekende resource vervangen (neem indien nodig contact op met uw serviceprovider).
  11. Bewaar alle referentiecodes (als deze worden weergegeven) die u ziet op het bedieningspaneel. Zie Referentiecodes en systeemgegevens verzamelen voor meer informatie.
  12. Raadpleeg dan Lijst met referentiecodes voor klanten.

De server is gepartitioneerd en er is een HMC of Integrated Virtualization Manager.

Als u een HMC hebt, moet deze aangesloten zijn en goed werken.

  1. Kies een van de volgende opties:
    • Als u over een HMC beschikt, zorg dan dat u de stappen in Probleemanalyse starten hebt uitgevoerd. Ga hier vervolgens verder.
    • Als u een Integrated Virtualization Manager gebruikt, gaat u verder met de volgende stap.
  2. Kunt u de server starten en minstens één logische partitie?
    • Nee: Ga naar stap 3.
    • Ja: Ga naar stap 5.
  3. Voer de volgende stappen uit om te controleren of de server stroom krijgt:
    1. Als de server beveiligd is met een noodschakelaarcircuit, controleer dan of de noodschakelaar uitstaat.
    2. Als u een UPS hebt, controleer dan of de netsnoeren goed op de server zijn aangesloten en of alles werkt.
    3. Als u een goede stroombron hebt aangesloten op de server, treedt een van de volgende situatie op:
      • Als u beschikt over een bedieningspaneel, is het Function/Data-scherm op het bedieningspaneel verlicht.
      • Als u niet beschikt over een bedieningspaneel, zijn de Bulk Power Controller-systeemlampjes verlicht.
  4. Is het bedieningspaneel of de Bulk Power Controller verlicht?
    • Nee: Er is een probleem met de stroomvoorziening. Controleer of de spanningsbron van de server goed functioneert (bijvoorbeeld dat het stopcontact goed werkt en de stroomkabel niet is beschadigd). Als u geen probleem in de stroomvoorziening kunt vinden, neemt u contact op met de beheerder of met de hardwareserviceprovider. Hiermee is de procedure ten einde.
    • Ja: Start de server.
      Opmerking:
      Als de server stopt en er een referentiecode verschijnt op het scherm Function/Data van het besturingspaneel, of op de HMC, of op de Integrated Virtualization Manager, noteert u deze code en de bijbehorende gegevens en gaat u naar Lijst met referentiecodes voor klanten voor verdere informatie. Hiermee is de procedure ten einde.
  5. Wordt functie 11 afgebeeld op het bedieningspaneel van de server, de HMC of de Integrated Virtualization Manager?
    Opmerking: Als u werkt met het systeembesturingspaneel, gebruik dan de navigatieknoppen om door de functies te bladeren en te kijken of functie 11 voorkomt. U kunt overschakelen van functienummers naar gegevens en omgekeerd door op Enter te drukken. Voor meer informatie raadpleegt u Referentiecodes en systeemgegevens verzamelen.
    • Ja: Ga naar stap 10.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  6. Brandt het attentielampje van het systeem?
    • Ja: Ga naar stap 10.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  7. Hebt u een bericht over het probleem ontvangen, hetzij via de mailfunctie, hetzij weergegeven op de HMC of de Integrated Virtualization Manager?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Neem contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.
  8. Noteer de aanvullende informatie in het storingsrapport. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken. Volg de herstelinstructies op het scherm met aanvullende berichtgegevens. Is het probleem opgelost?
    • Ja: Hiermee is deze procedure ten einde.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  9. Noteer alle SRN-informatie die wordt weergegeven of die per e-mail beschikbaar is. Als u niet over SRN-informatie beschikt, voert u het zelfstandige eServer-diagnoseprogramma uit in de probleembepalingswerkstand. Zie De zelfstandige diagnoseprogramma's voor eServer uitvoeren vanaf CD-ROM voor meer informatie en voer de nodige herstelacties uit.
  10. Voer de volgende stappen uit:
    1. Noteer alle referentiecodes die u ziet op het bedieningspaneel, in de HMC, of in de Integrated Virtualization Manager. Voor meer informatie raadpleegt u Referentiecodes en systeemgegevens verzamelen.
    2. Raadpleeg dan Lijst met referentiecodes voor klanten.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen