De status van het beheerde systeem corrigeren

Met deze procedure corrigeert u de status van het beheerde systeem.

Gebruik de volgende procedures om het beheerde systeem de juiste status te geven. Selecteer de status die het systeem momenteel heeft:

De status Geen verbinding

De status Geen verbinding houdt in dat de HMC niet verbonden is of de handshake met het beheerde systeem mislukt is. Voer de volgende stappen uit:

  1. Controleer of de netwerkinstellingen op de juiste manier op de HMC zijn ingesteld. U kunt dit verifiëren door de HMC te pingen.
  2. Controleer of de netwerkinstelling op het beheerde systeem juist is. Controleer dit door een ASMI-sessie in de webbrowser te openen en het beheerde systeem aan te klikken.
  3. Voor de taak voor het opnieuw instellen of verwijderen van de verbinding uit op de HMC:
    1. Klik in het navigatiegebied op Server en partitie > Serverbeheer.
    2. In het gegevensgedeelte klikt u met de rechter muisknop op het beheerde systeem en selecteert u de optie Verbinding opnieuw instellen of verwijderen.
    3. Selecteer Verbinding opnieuw instellen en klik op OK.
    4. Wacht vijf minuten tot de HMC het contact heeft hersteld.
  4. Bekijk het bedieningspaneel op het beheerde systeem om te controleren of deze is ingeschakeld.
    1. Als het spanningslampje niet brandt en dus aangeeft dat het bedieningspaneel van het beheerde systeem is uitgeschakeld, raadpleegt u Probleemanalyse starten voor meer informatie.
    2. Nadat de stroom is ingeschakeld, moet u vijf minuten wachten, zodat de serviceprocessor opnieuw kan opstarten en de HMC het contact kan herstellen. Als de HMC wel toegang heeft tot partities dankzij een virtuele terminal (VTERM) maar de status nog steeds Geen verbinding is, moet u contact opnemen met de serviceafdeling van de handware.
  5. Als het spanningslampje aan is, moet u vijf minuten wachten tot de HMC het contact heeft hersteld. De serviceprocessor in het beheerde systeem kan bezig zijn met het inschakelen van de stroomvoorziening. Als partities niet meer reageren, dan is de stroom uitgeschakeld.
  6. Probeer actieve partities op dit beheerde systeem te pingen via een telnetsessie op een ander systeem.
    Als de partities actief zijn, voert u de volgende stappen uit:
    1. Controleer of de HMC en de flexibele serviceprocessor op de juiste manier met uw Ethernet-netwerk zijn verbonden en of uw Ethernet-netwerk op de juiste manier functioneert. Raadpleeg voor meer informatie Bekabeling van de HMC in het onderwerp over het installeren van hardware.
    2. Start de HMC opnieuw op.
    3. Stel de serviceprocessor opnieuw in. Zie Serviceprocessor opnieuw instellen.
  7. Als het beheerde systeem wordt uitgevoerd en het probleem niet is opgelost door de HMC opnieuw te starten, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.

De status Onvolledig

De status Onvolledig houdt in dat het de HMC niet is gelukt om alle benodigde gegevens van het beheerde systeem op te halen. Voer de volgende stappen uit:

  1. In het gegevensgebied selecteert u het beheerde systeem.
  2. Klik in het menu op Geselecteerd > Beheerd systeem opnieuw opbouwen. Als de status verandert in Herstellen, raadpleegt u De status Herstellen. Als de status niet verandert in Herstellen, gaat u verder met de volgende stap.
  3. Stel de verbinding opnieuw in met behulp van HMC. Zie De verbinding met het beheerde systeem opnieuw instellen met behulp van de HMC. Als het nog steeds niet lukt, gaat u verder met de volgende stap.
    Opmerking: Stap 4 neemt enkele minuten in beslag.
  4. Start de HMC opnieuw op. Kies een van de volgende opties:
    • Als de status verandert in Herstellen, raadpleegt u De status Herstellen.
    • Als de status op Onvolledig blijft staan, moet u de volgende stappen uitvoeren:
      1. Controleer of er een redundante HMC is.
      2. Controleer of iemand opdrachten invoert vanaf de andere HMC.
      3. Herhaal stap 1. Als het nog steeds niet lukt, gaat u verder met de volgende stap.
  5. Controleer of de HMC en de flexibele serviceprocessor op de juiste manier met uw Ethernet-netwerk zijn verbonden en of uw Ethernet-netwerk op de juiste manier functioneert. Raadpleeg voor meer informatie Bekabeling van de HMC in het onderwerp over het installeren van hardware.
  6. Stel de serviceprocessor opnieuw in. Zie Serviceprocessor opnieuw instellen.
  7. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.

De status Herstellen

De status Herstellen houdt in dat het opslaggebied van de serviceprocessor niet gesynchroniseerd is met de HMC-database. Voer de volgende stappen uit:
  1. Partitiegegevens herstellen. Zie voor meer informatie Partitiegegevens op een beheerd systeem herstellen. Ga hierna verder met de volgende stap.
  2. Na het herstellen van de profielgegevens moet u de optie selecteren die beschrijft wat er is gebeurd:
    • Als de status is veranderd in Onvolledig, raadpleegt u de procedure voor de Status Onvolledig.
    • Als de status is veranderd in Geen verbinding, raadpleegt u de procedure voor de Status Geen verbinding.
    • Als de herstelprocedure is mislukt, moet u de serviceprocessor opnieuw instellen. Zie Serviceprocessor opnieuw instellen. Ga vervolgens verder met de volgende stap.
  3. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.

De status Fout

De status Fout belt automatisch met het servicecentrum als deze functie is geactiveerd. Als de functie niet is ingeschakeld, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen