Netwerkverbindingen voor uw serviceomgeving

Informatie over de netwerkopties voor uw serviceomgeving.

Het onderliggende raamwerk van uw serviceomgeving bestaat uit de netwerkverbindingen. De volgende netwerkverbindingen zijn vereist als u wilt profiteren van elektronische services, zoals het melden van hardwareproblemen en andere servergegevens en het downloaden van fixes:

  1. Controleer de fysieke verbinding tussen de serviceprocessor en de HMC.

    De serviceprocessor maakt deel uit van uw platformhardware en bewaakt de hardwarekenmerken en -statussen op uw server. De serviceprocessor wordt bestuurd door de serverfirmware (Licensed Internal Code); de serviceprocessor heeft geen besturingssysteem nodig om de taken uit te voeren. De verbinding met de serviceprocessor wordt voor alle servers aangeraden, of u nu wel of niet over logische partities beschikt. Deze verbinding wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

    Figuur 1. Dit schema toont de Ethernet-verbinding tussen uw HMC en de serviceprocessor op uw server.


    Dit schema toont de Ethernet-verbinding tussen uw HMCen de serviceprocessor op de server.

  2. Controleer de fysieke verbinding tussen de HMC en de server (AIX en Linux).

    Via deze verbinding kan de server communiceren met uw HMC.

    Hoe u deze verbinding instelt, is afhankelijk van de configuratie:
    • Als de server de originele standaardconfiguratie gebruikt, moet u deze verbinding maken bij het instellen van de server.
    • Als uw server over verschillende logische partities beschikt, moet u ervoor zorgen dat uw HMC met elke logische partitie kan communiceren en dat de logische partities met elkaar kunnen communiceren. U stelt deze verbindingen in als u de logische partities maakt.
    U kunt een van de volgende methoden gebruiken:
    Opmerking: Voor beide onderstaande methoden voor netwerkverbindingen is er op de partitie een basis-TCP/IP-configuratie vereist. Raadpleeg de documentatie van het besturingssysteem voor instructies voor het configureren van TCP/IP.
    • Zorg dat één logische partitie, zoals uw servicepartitie, een Ethernet-adapter heeft en gebruik vervolgens virtueel Ethernet om ervoor te zorgen dat de logische partities met elkaar en met de HMC kunnen communiceren. Aan deze optie wordt de voorkeur gegeven omdat u hiervoor slechts één fysieke adapter in het systeem nodig hebt. Deze configuratie wordt weergegeven in de volgende afbeelding:
      Figuur 2. In dit schema ziet u de virtuele Ethernet-verbinding tussen de logische partities en de fysieke Ethernet-verbinding tussen de servicepartitie en de HMC.


      In dit schema ziet u de virtuele Ethernet-verbinding tussen uw logische partities en de fysieke Ethernet-verbinding tussen de servicepartitie en de HMC.

    • Gebruik een LAN-adapter voor elke logische partitie en gebruik een fysieke verbinding tussen elke logische partitie en de HMC. Voor deze optie is het vereist dat u voor elke logische partitie over een router en een fysieke LAN-adapter beschikt. Deze configuratie wordt weergegeven in de volgende afbeelding:
      Figuur 3. In dit schema ziet u fysieke Ethernet-verbindingen tussen uw logische partities en uw HMC via een router.


      In dit schema ziet u fysieke Ethernet-verbindingen tussen uw logische partities en uw HMC via een router.

  3. Controleer de fysieke verbinding tussen uw site en de serviceafdeling.
    Via deze verbinding kunnen hardwareproblemen en andere servergegevens worden doorgegeven aan de serviceafdeling. Met deze verbinding kunt u ook fixes installeren. Deze verbinding wordt weergegeven in de volgende afbeelding:
    Figuur 4. In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.


    In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen