IBM i5/OS-probleemanalyse

Gebruik deze procedure om probleemanalyse voor i5/OS uit te voeren.

Als u een probleem hebt met uw i5/OS-systeem of logische partitie, dient u meer informatie over het probleem te verzamelen om het probleem op te lossen of om de beheerder of de serviceprovider van de hardware te helpen het probleem snel en accuraat op te lossen.

Deze procedure heeft betrekking op i5/OS CL-opdrachten, waarmee u opdrachten in de logische partitie in i5/OS of in het OS/400-systeem op een flexibele manier kunt invoeren. U kunt CL-opdrachten voor de meeste i5/OS-functies gebruiken door deze opdrachten op te geven in de tekeninterface of iSeries Navigator. Hoewel deze CL-opdrachten aanvankelijk niet zo bekend zijn, hebben deze opdrachten een consistente syntaxis. Bovendien bevat i5/OS verschillende opties die het gebruik van deze opdrachten vergemakkelijken. Het onderwerp over CL bevat een volledige CL-verwijzing en een CL-zoekopdracht waarmee u specifieke CL-opdrachten kunt opzoeken.

Houd het volgende in gedachten wanneer u probeert problemen met i5/OS op te lossen:
  • Is er een externe stroomstoring geweest of een tijdelijke onderbreking in de stroomtoevoer?
  • Is de configuratie van de hardware gewijzigd?
  • Is er nieuwe systeemprogrammatuur toegevoegd?
  • Zijn er onlangs nieuwe programma's of updates (inclusief PTF's) geïnstalleerd?
Als u wilt controleren of uw IBM-software op de juiste manier is geïnstalleerd, gebruikt u de opdracht CHKPRDOPT (Productoptie controleren).
  • Zijn er systeemwaarden gewijzigd?
  • Zijn de systeeminstellingen opnieuw afgestemd?

Als u de bovenstaande zaken hebt gecontroleerd, moet u de volgende stappen uitvoeren:

  1. Als u een HMC hebt, zorg dan dat u de in Probleemanalyse starten beschreven procedure hebt uitgevoerd. Ga hier vervolgens verder.
    Opmerking: Voor informatie over het openen van een 5250-consolesessie op de HMC raadpleegt u De HMC 5250-console beheren.
  2. Kunt u het systeem starten?
  3. Probeert u een probleem op te lossen met betrekking tot de iSeries integrated xSeries-server of Blade-server in een iSCSI-omgeving?
  4. Wordt op het systeembesturingspaneel functie 11 weergegeven? (Gebruik de navigatieknoppen om door de functies te bladeren en te kijken of functie 11 voorkomt. Druk op Enter om af te wisselen tussen functies en gegevens).
    • Ja: Ga naar stap 23.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  5. Brandt het attentielampje van het systeem?
    • Ja: Ga naar stap 23.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  6. Kies een van de volgende opties:
  7. Wordt het scherm Main Storage Dump Manager afgebeeld op de console?
  8. Is de console die werd gebruikt toen het probleem zich voordeed (of elke andere console) operationeel?
    Opmerking: De console is operationeel als er een aanmeldingsvenster of een opdrachtregel wordt weergegeven. Als een andere console wel operationeel is, kunt u deze gebruiken om het probleem op te lossen.
  9. Wordt er een bericht over dit probleem weergegeven op de console?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Ga naar stap 15.
  10. Is het een systeemoperatorbericht?
    Opmerking: Als in een bericht wordt vermeld dat het bericht in berichtenwachtrij QSYSOPR is geplaatst, is het desbetreffende bericht een systeemoperatorbericht. Berichten bij cruciale fouten kunt u vinden in de QSYSMSG-berichtenwachtrij. Raadpleeg voor meer informatie Berichtenwachtrij QSYSMSG maken voor berichten bij een ernstige fouten.
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Ga naar stap 12.
  11. Is het systeemoperatorbericht gemarkeerd, of staat er een sterretje (*) naast?
    • Ja: Ga naar stap 22.
    • Nee: Ga naar stap 17.
  12. Verplaats de cursor naar de berichtregel en druk op F1 (Help). Verschijnt er een scherm met aanvullende informatie?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Ga naar stap 15.
  13. Noteer verdere informatie uit berichten in het desbetreffende storingsrapport. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
  14. Volg de herstelinstructies op het scherm met aanvullende berichtgegevens. Is het probleem opgelost?
    • Ja: Hiermee is de procedure ten einde.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  15. Typ dspmsg qsysopr op een opdrachtregel en druk op Enter om de systeemoperatorberichten op te roepen. Ziet u een bericht dat is gemarkeerd of waar een sterretje (*) bij staat?
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
      Opmerking: De berichtenmonitor in iSeries Navigator kan u ook informeren over problemen die zijn opgetreden. Voor meer informatie, raadpleegt u Scenario: Berichtenmonitor.
    • Ja: Ga naar stap 22.
  16. Hebt u een bericht gevonden met een datum en tijd die (bijna) overeenkomt met de tijd dat het probleem is opgetreden?
    Opmerking: Verplaats de cursor naar de berichtregel en druk op F1 (Help) om de tijd te bepalen waarop een bericht is verzonden. Als het probleem slechts één console beïnvloedt, kunt u wellicht de informatie in het menu JOB gebruiken om een diagnose van het probleem te maken en het probleem op te lossen. Typ op een willekeurige opdrachtregel GO JOB en druk op Enter om naar het menu te gaan.
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Ga naar stap 19.
  17. Voer de volgende stappen uit:
    1. Verplaats de cursor naar de berichtregel en druk op F1 (Help) om aanvullende informatie over het bericht af te beelden.
    2. Noteer verdere informatie uit berichten in het desbetreffende storingsrapport. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
    3. Volg de herstelinstructies op die worden afgebeeld.
    Is het probleem opgelost?
    • Ja: Hiermee is de procedure ten einde.
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
  18. Wordt in de berichtgegevens aangegeven dat u aanvullende berichten in de berichtenwachtrij van de systeemoperator (QSYSOPR) moet raadplegen?
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
    • Ja: Druk op F12 (Annuleren) om terug te gaan naar de berichtenlijst en zoek naar verwante berichten. Ga vervolgens terug naar stap 15.
  19. Weet u welk I/O-apparaat het probleem veroorzaakt?
    • Nee: Ga verder met de volgende stap.
    • Ja: Ga naar stap 21.
  20. Als u niet weet welk I/O-apparaat het probleem veroorzaakt, beschrijf dan het probleem dat u ondervindt door de volgende stappen uit te voeren:
    1. Typ GO USERHELP op de opdrachtregel en druk op Enter.
    2. Kies optie 10 (Save information to help resolve a problem).
    3. Typ een korte beschrijving van het probleem en druk op Enter. Als u in het veld Notities over probleem invoeren de standaardwaarde Y opgeeft, kunt u meer tekst invoeren om uw probleem te beschrijven.
      Opmerking: Als u het probleem gedetailleerder wilt beschrijven, raadpleegt u De opdracht ANZPRB (Problemen analyseren) gebruiken. Met deze opdracht kunt u ook een test uitvoeren waarmee het probleem nader wordt geïsoleerd.
    4. Rapporteer het probleem aan uw serviceprovider van de hardware. Zie voor meer informatie Contact opnemen met de serviceafdeling van IBM.
  21. Voer de volgende stappen uit:
    1. Typ ANZPRB op de opdrachtregel en druk op Enter. Raadpleeg De opdracht ANZPRB (Problemen analyseren) gebruiken voor meer informatie.
    2. Meld het probleem. Zie voor meer informatie Contact opnemen met de serviceafdeling van IBM.Hiermee is de procedure beëindigd.
  22. Voer de volgende stappen uit:
    1. Verplaats de cursor naar de berichtregel en druk op F1 (Help) om aanvullende informatie over het bericht af te beelden.
    2. Druk op F14 of gebruik de opdracht WRKPRB (Werken met problemen). Raadpleeg De opdracht WRKPRB (Werken met problemen) gebruiken voor meer informatie.
    3. Als het probleem nog niet is opgelost, raadpleeg dan Symptomen en herstelprocedures vaststellen.
  23. Kies een van de volgende opties:

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen