IBM i5/OS instellen om met een HMC verbinding te maken met de serviceafdeling

Informatie over de stappen die u moet uitvoeren om verbindingen met de serviceafdeling vanaf i5/OS-servers en logische i5/OS-partities in te stellen.

Voer taak 1 tot en met 14 uit om de verbinding in te stellen voor een i5/OS-server of een logische i5/OS-partitie met een HMC.

Taak 1. Voordat u begint

Deze procedure bevat een volledige lijst van taken die u moet uitvoeren om de verbinding met de serviceafdeling in te stellen. Sommige van deze stappen zijn mogelijk al uitgevoerd (bijvoorbeeld tijdens de installatie van de server). Als dat het geval is, kunt u deze procedure gebruiken om te controleren of de taken correct zijn uitgevoerd.

In dit document wordt een internetverbinding gedefinieerd als: toegang tot internet vanuit een logische partitie, server of HMC via directe of indirecte toegang. Indirect betekent dat u zich achter een NAT-firewall (Network Address Translation) bevindt. Direct betekent dat u een wereldwijd routeerbaar adres hebt zonder tussenkomst van een firewall Deze zou de poorten blokkeren die nodig zijn voor communicatie met de serviceafdeling.

Taak 2. Een besluit nemen over uw verbindingsmethode

Kies de methode die het best uw situatie beschrijft.

Als u een HMC en meerdere logische partities hebt:
  • Voor de HMC kunt u een van de volgende methoden kiezen:
    • Direct internet inclusief VPN of een SSL-verbinding (Secure Sockets Layer)
    • Gemeenschappelijk direct internet
    • Gemeenschappelijke inbelverbinding
    Opmerking: Als u meerdere HMC's op hetzelfde subnet hebt of als u HMC's hebt die gemeenschappelijke systemen beheren, hoeft er slechts één HMC verbinding te maken met de serviceafdeling. Daardoor kan de verbinding worden geconcentreerd op één HMC, waardoor de regels voor de firewall worden vereenvoudigd.
  • Bij logische partities en servers met i5/OS gebruikt u een van de volgende methoden (genoemd in de aanbevolen volgorde):
    • Direct internet (inclusief VPN of een HTTP(S) van elke logische partitie of server.
    • Gemeenschappelijk direct internet via een van de i5/OS-partities of -servers.
    • Gemeenschappelijke inbelverbinding via een van de logische i5/OS-partities of servers
    • Gemeenschappelijke inbelverbinding via de modem van de HMC
    Opmerking: Voor i5/OS kunt u, naast de bovenstaande verbindingsmethoden, verbindingen configureren via een HTTP-proxy. U kunt tevens een primaire methode en een backupmethode configureren. U zou bijvoorbeeld direct internet als primaire methode kunnen gebruiken, en gemeenschappelijk inbellen als backupmethode.

Taak 3. Vereisten

  1. Neem voor directe Internet-verbindingen contact op met de netwerkbeheerder om het volgende te controleren:
    • Zorg er in HMC-omgevingen en bij i5-servers in een niet-HMComgeving voor dat de volgende poorten open zijn voor communicatie als u VPN wilt gebruiken voor transport:
      • Protocol UDP-poorten 500 en 4500 (met de volgende IP-adressen: 207.25.252.196 en 129.42.160.16
      • ESP (protocol 50) met de volgende IP-adressen: 207.25.252.196 en 129.42.160.16
    • Voor HMC-omgevingen geldt het volgende: als u SSL (Secure Sockets Layer) wilt gebruiken voor transport en er een firewall is geplaatst tussen de HMC en internet, moeten op poort 443 van de HMC uitgaande TCP/IP-verbindingen zijn toegestaan naar alle volgende IP-adressen:
      • 129.42.160.48 en 207.25.252.200 (alle regio's)
      • 129.42.160.49 en 207.25.252.204 (Noord- of Zuid-Amerika)
      • 129.42.160.50 en 207.25.252.205 (alle ander regio's)
        Opmerking: U hoeft alleen de IP-adressen op te geven die nodig zijn voor het instellen van de toegang die voor uw regio van belang is.
    • Voor i5/OS geldt het volgende: Als u van plan bent HTTP en HTTPS te gebruiken voor transport, dan moet u de filterregels wijzigen om verbindingen mogelijk te maken met de IBM servicebestemmingen voor de poorten 80 en 443. Meer informatie vindt u in Firewall met pakketfilters.
    • Wanneer meerdere logische partities een internetverbinding delen, hebt u de IP-adressen of hostnamen nodig die zijn gemaakt voor TCP/IP en voor virtueel Ethernet.
  2. Bepaal voor een inbelverbinding (modem) de noodzakelijke configuratie-instellingen, waaronder:
    • LAN
    • Voorkiesgegevens, zoals 9 kiezen voor een buitenlijn
    • Gebruik van komma's voor vertraagd kiezen
    • Eventuele speciale telefoonlijnomstandigheden, zoals puls (kiesschijf) of geen beltoon.
  3. Controleer of TCP/IP correct is ingesteld en geconfigureerd. Als dat niet het geval is, neemt u contact op met de netwerkbeheerder en raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem.

Taak 4. Controleren of het fysieke netwerk correct is ingesteld

Het onderliggende raamwerk van uw serviceomgeving bestaat uit de netwerkverbindingen. De volgende netwerkverbindingen zijn vereist als u wilt profiteren van elektronische services, zoals het melden van hardwareproblemen en andere servergegevens en het downloaden van fixes:

  • Tussen de serviceprocessor en de HMC
  • Tussen uw site en de serviceafdeling
  1. Controleer de fysieke verbinding tussen de serviceprocessor en de HMC.

    De serviceprocessor maakt deel uit van uw platformhardware en bewaakt de hardwarekenmerken en -statussen op uw server. De serviceprocessor wordt bestuurd door de serverfirmware (Licensed Internal Code); de serviceprocessor heeft geen besturingssysteem nodig om de taken uit te voeren. De verbinding met de serviceprocessor wordt voor alle servers aangeraden, of u nu wel of niet over logische partities beschikt. Deze verbinding wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

    Figuur 1. Dit schema toont de Ethernet-verbinding tussen uw HMC en de serviceprocessor op uw server.


    Dit schema toont de Ethernet-verbinding tussen uw HMCen de serviceprocessor op de server.

  2. Controleer de fysieke verbinding tussen uw site en de serviceafdeling.
    Via deze verbinding kunnen hardwareproblemen en andere servergegevens worden doorgegeven aan de serviceafdeling. Met deze verbinding kunt u ook fixes installeren. Deze verbinding wordt weergegeven in de volgende afbeelding:
    Figuur 2. In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.


    In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.

Taak 5. Verkrijgen en controleren van een IBM ID

U hebt een IBM-ID nodig omIBM Electronic Service Agent te registreren op de HMC en voorElectronic Service Agent op uw besturingssysteem of -systemen. U heeft dit ID ook nodig om de informatie te bekijken die gemeld is aan IBM via Electronic Service Agent.

  1. Ga naar de websiteMijn IBM-profiel op https://www.ibm.com/account/profile.
  2. Controleer of u bent geregistreerd.
    • Als u geregistreerd bent, verschijnt Welcome back op de website. U kunt ook kiezen voor Sign in om te zien of uw e-mailadres wordt herkend.
    • Als u nog niet geregistreerd bent, kiest u Registreren en vult u het registratieformulier in. Maak een IBM ID aan voor een ieder die toegang mag krijgen tot de informatie die Electronic Service Agent geeft aan IBM. U moet dit account koppelen aan een server, gewoonlijk uw centrale server. (U kunt later andere servers toevoegen.) De personen waarvoor u ID's maakt, moeten op alle geregistreerde servers een systeembeheermachtiging hebben.
  3. Noteer uw IBM-ID (het e-mailadres dat u hebt geregistreerd).
  4. U hebt het ID nodig tijdens Taak 6. De service-instellingen van de HMC controleren.

Taak 6. De service-instellingen van de HMC controleren

Om te controleren of de HMC service-instellingen correct zijn opgegeven, gebruikt u de Guided Setup wizard.
Opmerking: Als u uw server nog niet hebt ingesteld, doe dat dan nu. Zie voor details Eerste installatie van de server.
  1. Ga via de interface van de HMC naar de Guided Setup wizard:
    1. Kies in het navigatiegebied de HMC waarmee u wilt werken.
    2. Klik op Informatiecentrum en Configuratiewizard.
    3. Klik in het gegevensgebied op Configuratiewizard starten. Met de configuratiewizard wordt u stapsgewijs begeleid bij de taken die vereist zijn om de HMC in te stellen, inclusief de taken die vereist zijn om uw serviceomgeving in te stellen.
  2. Klik op Volgende om de taken over te slaan die niet speciaal bedoeld zijn voor het instellen van service, waaronder:
    • Datum en tijd instellen
    • Wachtwoorden wijzigen voor de gebruikers-ID's voor de hscroot en root
    • Gebruikers-ID's en wachtwoorden instellen voor nieuwe gebruikers en hun machtigingen instellen
    • Netwerkinstellingen opgeven
  3. Zorg ervoor dat de volgende velden correct zijn ingevuld:
    1. Contactgegevens van de klant voor serviceactiviteiten, waaronder
      • Bedrijfsnaam
      • Naam beheerder
      • E-mailadres
      • Telefoonnummers
      • Informatie over de locatie van de HMC
    2. Configuratie van de connectiviteit voor service-gerelateerde werkzaamheden.
      • Internet VPN
        Opmerking: Bij het configureren van de netwerkinstellingen van HMC voor verbinding via direct of indirect internet, moet de HMC geconfigureerd worden met een standaard gateway voor toegang tot internet. Selecteer HMC Beheer>HMC-configuratie>Netwerkinstellingen aanpassen. Zorg dat het veld Standaardgatewayinformatie een Gateway-adres heeft en een keuze wordt gemaakt in het veld Gateway-apparaat (bijvoorbeeld, elke).
      • Internet: De SSL-optie moet momenteel handmatig worden geconfigureerd:
        1. Selecteer Servicetoepassingen > Ondersteuning op afstand > Uitgaande connectiviteit aanpassen
        2. Selecteer de tab Internet.
      • Inbelverbinding vanaf de lokale HMC
      • Verbinding via andere systemen of logische partities
    3. Configuratie van de netwerkinstellingen
      • Voor direct of indirect internet:
        • Hostnaam van de HMC
        • Domeinnaam
        • Omschrijving van de HMC
      • Voor een inbelverbinding met modem:
        • Voorkiesnummer, indien van toepassing
        • Modemconfiguratie, waaronder:
          • Kiesmethode
          • Voorkiesnummer, indien van toepassing
        • Telefoonnummer
    4. Machtig twee gebruikers voorElectronic Service Agent door het ID (het e-mailadres dat u hebt geregistreerd) in te voeren op de website Mijn IBM-profiel op https://www.ibm.com/account/profile.
      Opmerking: U kunt later meer gebruikers machtigen.
    5. Voeg een e-mailadres toe voor degenen die u wilt laten informeren als er zich problemen voordoen.
  4. Om de verbinding vanaf de HMC te testen, opent u Servicetoepassingen > Ondersteuning op afstand > Uitgaande connectiviteit aanpassen.
  5. Kies de tab voor het type uitgaande verbinding (Lokale modem, Internet, Internet VPN, of Pass-Throughsystemen) dat u voor uw HMC hebt gekozen. Meer informatie over deze instellingen vindt u in Verbindingsmethode kiezen.
  6. Klik op Testen.
  7. Kies een van de volgende opties:
    • Als de test probleemloos verloopt, gaat u verder met de volgende Taak.
    • Als de test mislukt, gaat u verder met de volgende stap.
  8. Controleer of uw land of regio staat vermeld. Selecteer Servicetoepassingen > Ondersteuning op afstand > Klantgegevens aanpassen. Controleer of uw land of regio is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst.
  9. Kies een van de volgende opties:
    • Als u een inbelverbinding hebt, gaat u als volgt te werk:
      • Controleer de telefoonkabel tussen de HMC en de aansluiting in de muur.
      • Controleer of het telefoonnummer correct is geconfigureerd, inclusief voorkiesgegevens, zoals een "9" kiezen voor een buitenlijn.
    • Als u een VPN-verbinding heeft, gaat u als volgt te werk:
      • Zorg dat eventueel de juiste firewall-regels zijn toegevoegd.
      • Controleer of u een standaardinstelling voor de gateway heeft op de HMC. Selecteer HMC Beheer > HMC-configuratie > Netwerkinstellingen aanpassen. Zorg dat het veld Standaardgatewayinformatie een Gateway-adres heeft en een keuze wordt gemaakt in het veld Gateway-apparaat (bijvoorbeeld, elke).

Taak 7. Logische partities installeren en configureren

Voor gedetailleerde informatie raadpleegt u De server partitioneren.

Taak 8. De besturingssystemen installeren op uw server of logische partities

Nadere informatie vindt u in Installeren van besturingssystemen.

Taak 9. Uw TCP/IP-netwerk configureren

Instructies vindt u in de documentatie van het besturingssysteem.

Taak 10. TCP/IP activeren op de server of de logische partities

TCP/IP start automatisch op als de netwerkadapter wordt herkend en kan communiceren met het netwerk nadat i5/OS is gestart. Als dit niet gebeurt, typt u STRTCP op de opdrachtregel van i5/OS om TCP/IP te starten. Met deze opdracht initialiseert en activeert u de TCP/IP-verwerking, start u de TCP/IP-interfaces en start u de servertaken. Alleen TCP/IP-interfaces en -servers met AUTOSTART *YES kunnen worden gestart met de opdracht STRTCP.

Taak 11. Electronic Service Agent for i5/OS configureren

  1. Zorg dat de volgende software is geïnstalleerd (gebruik de opdracht DSPSFWRSC om dit na te gaan).
    Opmerking: Electronic Service Agent en de volgende software wordt meegeleverd met het basisbesturingssysteemi5/OS, vanaf V5R3.
    • 5722SS1 – Optie 34 (OS/400 - Digital Certificate Manager)
    • Als u i5/OS V5R3 hebt, hebt u 5722AC3 nodig (Cryptographic Access Provider 128-bits). Dit is een beveiligingsvoorziening voor het versleutelen van de communicatie tussen uw systeem en de serviceafdeling.
      Opmerking: Vanaf i5/OS V5R4 is deze 5722AC3 (Cryptographic Access Provider 128-bits) niet meer nodig.
    • 5722JC1 (IBM Toolbox Kit for Java)
  2. Op de opdrachtregel typt u GO SERVICE. Een van de volgende gebeurtenissen vindt plaats:
    • Als de verbinding eerder is ingesteld, typt u 18 om naar het configuratiemenu te gaan, waar u de verbinding kunt maken, wijzigen of wissen en waar u kunt controleren of de verbinding werkt. Als u de instellingen wilt wijzigen, gaat u verder met stap 3.
    • Als de verbinding niet eerder op deze logische partitie of server is ingesteld, wordt er geprobeerd om een van de IBM-gateways te pingen. Als dit lukt, wordt u gevraagd direct internet te configureren. Lukt ook dat, dan worden de standaardinstellingen voor direct internet ingevuld. Als u deze standaardinstellingen wilt controleren of wijzigen, gaat u verder met stap 3.
      Opmerking: In sommige omgevingen werkt het pingen van de IBM-gateway niet doordat de firewall de pakketten blokkeert. In dat geval moet u contact opnemen met de netwerkbeheerder om te controleren of aan de criteria voor het instellen van direct internet is voldaan. Voor meer informatie raadpleegt u Taak 1. Voordat u begint.
  3. Kies een van de volgende opties:
    • Om een direct internetverbinding in te stellen vanaf elke i5/OS server of logische partitie, gaat u naar stap 4.
    • Om een gemeenschappelijke directe internetverbinding in te stellen, gaat u naar stap 6.
    • Om een modemverbinding of een gemeenschappelijke modemverbinding in te stellen, gaat u naar stap 11.
    • Om een modemverbinding op de HMC in te stellen, gaat u naar stap 17.
  4. Om een direct internetverbinding in te stellen vanaf elke i5/OS-server of logische partitie, geeft u vanuit elke logische partitie de volgende informatie op in de CTRSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type (Virtual Private Network): *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Voor i5/OS V5R4:
    • Rol: *PRIMARY
    • Verbindingstype: *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  5. Ga verder met Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  6. Om een gemeenschappelijke directe internetverbinding in te stellen, leest u de volgende informatie.
    • Een directe Internetverbinding van de i5/OS logische partitie die connectiviteit heeft met Internet.
    • De mogelijkheid voor de andere logische partities om een verbinding te maken met de logische partitie die met internet is verbonden.
      Figuur 3. Dit schema toont de stroom van informatie en problemen van vier logische partities en de HMC naar de serviceafdeling. De service-informatie gaat via de HMC en een directe internetverbinding naar de serviceafdeling. En problemen van i5/OS gaan door de i5/OS logische partitie naar service en onderhoud.


      In dit schema wordt de stroom met gegevens en problemen van vier logische partities en de HMC naar de serviceafdeling weergegeven. De service-informatie gaat via de HMC en een directe internetverbinding naar de serviceafdeling. En problemen van i5/OS gaan via de logische i5/OS-partitie naar de serviceafdeling.

  7. Geef de volgende gegevens op van de i5/OS server of logische partitie met i5/OS en een internetverbinding in de CRTSRVCFG-aanwijzingen:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type (Virtual Private Network): *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES. Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de VPN-verbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: U moet serviceconfiguraties maken op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Rol: *PRIMARY
    • Verbindingstype: *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES. Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de VPN-verbinding of de verbinding met de proxy van de serviceafdeling op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met deze dienst te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
  8. Geef de volgende gegevens op van elk van de andere i5/OS-servers of logische partities in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor V5R3 i5/OS:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type: *MULTIHOP
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
      Opmerking: Multi-hop VPN-verbindingen van een i5/OS-systeem of logische partitie met behulp van het IP-adres van de HMC worden niet ondersteund. De enige verbindingsoptie voor een logische i5/OS-partitie met de HMC is het gebruik van een PTP-configuratie op afstand.
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *MULTIHOP
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
      Opmerking: Multi-hop VPN-verbindingen van een i5/OS-systeem of logische partitie met behulp van het IP-adres van de HMC worden niet ondersteund. De enige connectiviteitsoptie voor een i5/OS logische partitie met de HMC is het gebruik van een PTP-configuratie op afstand.
    • Proxyserver: Geef als volgt de gegevens op voor de proxy van de serviceafdeling (of uw eigen HTTP-proxy):
      • IP-adres of hostnaam: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding (of als u uw eigen HTTP-proxy hebt, kunt u ook die opgeven).
      • Poortnummer: Geef het poortnummer op van de proxy van de serviceafdeling of van uw eigen HTTP-proxy. Standaard van *IBMSVR is 5026 (de standaardwaarde voor de proxy van de serviceafdeling).
      • Relatieve prioriteit: Geef de prioriteit op (ten opzichte van de multi-hop VPN)
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
  9. Controleer of de communicatie tussen partities is ingesteld. Ping de host of het IP-adres van de logische partitie met de internetverbinding of de modem vanuit de partitie die de internetverbinding of de modem moet gebruiken.
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  10. Ga verder met Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  11. Om een modem of gemeenschappelijke modem op uw i5/OS-server of logische partitie in te stellen, kiest u een van de volgende opties:
    • Om een modem vanaf een i5/OS-server of logische partitie in te stellen, gaat u naar stap 12.
    • Om een gemeenschappelijk modem voor een i5/OS-server of logische partitie in te stellen, gaat u naar stap 14.
  12. Om een modem van een i5/OS server of logische partitie in te stellen, geeft u de volgende opties aan vanaf de server in de CRTSRVCFG-aanwijzingen:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • VPN-type: *LOCAL
    • Service: *SRVAGT
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *LCLDIAL
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  13. Ga verder met Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  14. Om een gemeenschappelijke modem in te stellen (als u meerdere systemen of logische partities hebt), geeft u de volgende gegevens op vanuit het systeem of de logische partitie met de modem, in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • VPN-type: *LOCAL
    • Service: *SRVAGT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES: Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de PTP-inbelverbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *LCLDIAL
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Verbindingspunt: *JA: Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de inbelverbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
  15. Geef de volgende gegevens op van elk van de andere i5/OS-servers of logische partities in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • Point-to-point-type: *REMOTE
    • Service: *SRVAGT
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *RMTDIAL
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  16. Ga verder met Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  17. Om een verbinding vanaf een i5/OS server of logische partitie via de HMC's modem in te stellen, geeft u de volgende informatie op in de CRTSRVCFG-aanwijzingen van elke logische partitie die de HMC's modem gaat gebruiken:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • Point-to-point-type: *REMOTE
    • Service: *SRVAGT
    • Systeem op afstand: Voer het IP-adres of de hostnaam in van de interface op de HMC waarmee u een verbinding met de serviceafdeling maakt.
      Opmerking: De HMC kan verschillende interfaces hebben met bijbehorende IP-adressen en hostnamen. Voor de parameter van het systeem op afstand moet u de interface op de HMC opgeven die voor de communicatie tussen de partities zorgt. Om de interface te zoeken die de communicatie tussen de partities verzorgt, gaat u door met de volgende stap.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *RMTDIAL
    • Systeem op afstand: Voer het IP-adres of de hostnaam in van de interface op de HMC waarmee u een verbinding met de serviceafdeling maakt.
      Opmerking: De HMC kan verschillende interfaces hebben met bijbehorende IP-adressen en hostnamen. Voor de parameter van het systeem op afstand moet u de interface op de HMC opgeven die voor de communicatie tussen de partities zorgt. Om de interface te zoeken die de communicatie tussen de partities verzorgt, gaat u door met de volgende stap.
  18. Als u de interface wilt opzoeken die de communicatie tussen de partities verzorgt, moet u deze stappen uitvoeren vanaf de HMC-interface:
    1. Vouw in het navigatiegebied de HMC uit waarmee u wilt werken. De HMCs in de lijst zijn gesorteerd op hostnaam of IP-adres.
    2. Klik op HMC-beheer.
    3. Klik op HMC configureren.
    4. In het gegevensgedeelte klikt u op Netwerkinstellingen aanpassen.
    5. Klik op de tab LAN-adapters .
    6. Selecteer een LAN-adapter en klik op Details.
    7. Klik op de tab LAN-adapter . In het gedeelte met LAN-gegevens wordt met het selectievakje Partitiecommunicatie aangegeven of deze interface wordt gebruikt voor de communicatie tussen partities.
      Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  19. Ga verder met Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.

Taak 12. Registreer het IBM-ID voor i5/OS

Registreer het IBM ID met Electronic Service Agent voor i5/OS op de volgende wijze:

  1. Type op de i5/OS opdrachtregel GO SERVICE.
  2. In het menu van de Electronic Service Agent selecteert u de optie Gebruikers machtigen voor toegang tot servicegegevens en drukt u op Enter.
  3. Typ het IBM-ID (het internetadres dat u hebt geregistreerd op de website Mijn IBM-profiel https://www.ibm.com/account/profile) in het veld Gemachtigde gebruikers en druk op Enter.
  4. Ga verder met Taak 13. De verbinding met de serviceafdeling testen

Taak 13. De verbinding met de serviceafdeling testen

  1. Als u een HMC gebruikt om verbinding te maken met de serviceafdeling, volg dan deze procedure om de verbinding voor de HMC te testen:
    1. Ga naar de HMC en open Servicetoepassingen > Service Focal Point > Servicefuncties.
    2. Selecteer een systeem.
    3. Selecteer Geselecteerd > Service-event genereren.
    4. Selecteer Automatische probleemmelding testen.
    5. Selecteer Service aanvragen. Er verschijnt een bericht zodra het serviceverzoek wordt verzonden.
  2. Om de verbinding te testen voor i5/OS-servers of logische partities, gaat u als volgt te werk.
    1. Om de Electronic Service Agent verbinding te testen, typt u de volgende opdracht op de opdrachtregel:
      GO SERVICE
    2. In het Electronic Service Agent-menu kiest u optie 17 (Serviceconfiguratie controleren) en drukt u op Enter. Er wordt een bericht afgebeeld dat aangeeft of de testverbinding is geslaagd.
    3. Om het verbindingsprofiel voor elektronische klantenondersteuning te testen, typt u de volgende opdracht:
      SNDSRVRQS *TEST
      Er wordt een bericht afgebeeld dat aangeeft of de testverbinding is geslaagd.

Taak 14. De serverinformatie bekijken die gemeld is aan IBM

Op internet kunt u gegevens bekijken over het systeem dat u ingeschakeld hebt, en kunt u zien welke gegevens er door Electronic Service Agent zijn verzameld. Om de uitgebreide voorzieningen van Electronic Service Agent en alle voordelen daarvan te kunnen gebruiken, moet u een IBM Registratie-ID (IBM ID)opgeven. Het eerste IBM-ID dat u opgeeft, is gemachtigd voor beheer en kan andere gebruikers machtigen voor de website. Het tweede IBM-ID is beschikbaar als backup voor de beheerder.

  1. Ga naar de website IBM Electronic Services op http://www.ibm.com/support/electronic.
  2. Klik op Sign in (in de rechterbovenhoek).
  3. Typ het IBM-ID en wachtwoord.
  4. Kies de volgende opties in de navigatiebalk:
    • Als u uw servergegevens wilt bekijken, klikt u op My systems.
    • Klik op Premium Search om te zoeken naar technische ondersteuning en gebruik hierbij de servergegevens.
      Opmerking: In sommige gevallen is de functie Premium Search alleen beschikbaar tijdens de garantietermijn van de server of als u een servicecontract hebt.
    • Klik op My messages om informatie te bekijken die betrekking heeft op uw servers en andere onderwerpen die voor u van belang zijn.
  5. Geef de gevraagde gegevens op.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen