IBM i5/OS instellen om zonder een HMC verbinding te maken met de serviceafdeling

Informatie over de procedure die u moet volgen om een verbinding met de serviceafdeling in te stellen vanaf i5/OS-servers.

Voer taak 1 tot en met 12 uit en controleer dit om connectiviteit in te stellen voor i5/OS-servers.

Taak 1. Voordat u begint

Deze procedure bevat een volledige lijst van taken die u moet uitvoeren om de verbinding met de serviceafdeling in te stellen. Sommige van deze stappen zijn mogelijk al uitgevoerd (bijvoorbeeld tijdens de installatie van de server). Als dat het geval is, kunt u deze procedure gebruiken om te controleren of de taken correct zijn uitgevoerd.

In dit document wordt een internetverbinding gedefinieerd als: toegang tot internet vanuit een logische partitie, server of HMC via directe of indirecte toegang. Indirect betekent dat u zich achter een NAT-firewall (Network Address Translation) bevindt. Direct betekent dat u een wereldwijd routeerbaar adres hebt zonder tussenkomst van een firewall Deze zou de poorten blokkeren die nodig zijn voor communicatie met de serviceafdeling.

Taak 2. Een besluit nemen over uw verbindingsmethode

Gebruik een van de volgende methoden (opgesomd in aanbevolen volgorde):
Opmerking: Zie hieronder voor details over elke optie.
  • Direct internet (inclusief VPN of een HTTP(S) van elke logische partitie of server.
  • Gemeenschappelijk direct internet via een van de i5/OS-partities of -servers.
  • Gemeenschappelijke inbelverbinding via een van de logische i5/OS-partities of servers
  • Gemeenschappelijke inbelverbinding via de modem van de HMC
Opmerking: Voor i5/OS kunt u, naast de bovenstaande verbindingsmethoden, verbindingen configureren via een HTTP-proxy. U kunt tevens een primaire methode en een backupmethode configureren. U zou bijvoorbeeld direct internet als primaire methode kunnen gebruiken, en gemeenschappelijk inbellen als backupmethode.

Taak 3. Vereisten

  1. Neem voor directe internetverbindingen contact op met de netwerkbeheerder om er zeker van te zijn dat de volgende poort open staat voor communicatie:
    • Protocol UDP-poorten 500 en 4500 (met de volgende IP-adressen: Boulder: 207.25.252.196 en Rochester: 129.42.160.16
    • ESP (protocol 50) met de volgende IP-adressen: Boulder: 207.25.252.196 en Rochester: 129.42.160.16
    • Als u van plan bent om voor het transport HTTP en HTTPs te gebruiken, moet u de filterregels zodanig wijzigen dat verbindingen met de IBM servicebestemmingen zijn toegestaan voor de poorten 80 en 443. Meer informatie vindt u in Firewall met pakketfilters.
  2. Bepaal voor een inbelverbinding (modem) de noodzakelijke configuratie-instellingen, waaronder:
    • LAN
    • Voorkiesgegevens, zoals 9 kiezen voor een buitenlijn
    • Gebruik van komma's voor vertraagd kiezen
    • Eventuele speciale telefoonlijnomstandigheden, zoals puls (kiesschijf) of geen beltoon.
  3. Controleer of TCP/IP correct is ingesteld en geconfigureerd. Als dat niet het geval is, neemt u contact op met de netwerkbeheerder en raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem.

Taak 4. Controleren of het fysieke netwerk correct is ingesteld

  1. Controleer de fysieke verbinding tussen uw site en de serviceafdeling.
    Via deze verbinding kunnen hardwareproblemen en andere servergegevens worden doorgegeven aan de serviceafdeling. Met deze verbinding kunt u ook fixes installeren. Deze verbinding wordt weergegeven in de volgende afbeelding:
    Figuur 1. In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.


    In dit schema ziet u de verbinding tussen de serviceafdeling en een bedrijf met een server en een HMC.

  2. Ga verder met Taak 5. Verkrijgen en controleren van een IBM ID.

Taak 5. Verkrijgen en controleren van een IBM ID

U hebt een IBM-ID nodig omIBM Electronic Service Agent te registreren op de HMC en voorElectronic Service Agent op uw besturingssysteem of -systemen. U heeft dit ID ook nodig om de informatie te bekijken die gemeld is aan IBM via Electronic Service Agent.

  1. Ga naar de websiteMijn IBM-profiel op https://www.ibm.com/account/profile.
  2. Controleer of u bent geregistreerd.
    • Als u geregistreerd bent, verschijnt Welcome back op de website. U kunt ook kiezen voor Sign in om te zien of uw e-mailadres wordt herkend.
    • Als u nog niet geregistreerd bent, kiest u Registreren en vult u het registratieformulier in. Maak een IBM ID aan voor een ieder die toegang mag krijgen tot de informatie die Electronic Service Agent geeft aan IBM. U moet dit account koppelen aan een server, gewoonlijk uw centrale server. (U kunt later andere servers toevoegen.) De personen waarvoor u ID's maakt, moeten op alle geregistreerde servers een systeembeheermachtiging hebben.
  3. Noteer uw IBM-ID (het e-mailadres dat u hebt geregistreerd).

Taak 6. De besturingssystemen op uw server installeren

Nadere informatie vindt u in Installeren van besturingssystemen.

Taak 7. Uw TCP/IP-netwerk configureren

Instructies vindt u in de documentatie van het besturingssysteem.

Taak 8. TCP/IP op uw server of logische partities activeren

TCP/IP start automatisch op als de netwerkadapter wordt herkend en kan communiceren met het netwerk nadat i5/OS is gestart. Als dit niet gebeurt, typt u STRTCP op de opdrachtregel van i5/OS om TCP/IP te starten. Met deze opdracht initialiseert en activeert u de TCP/IP-verwerking, start u de TCP/IP-interfaces en start u de servertaken. Alleen TCP/IP-interfaces en -servers met AUTOSTART *YES kunnen worden gestart met de opdracht STRTCP.

Taak 9. Electronic Service Agent for i5/OS configureren

  1. Zorg dat de volgende software is geïnstalleerd (gebruik de opdracht DSPSFWRSC om dit na te gaan).
    Opmerking: Electronic Service Agent en de volgende software wordt meegeleverd met het basisbesturingssysteemi5/OS, vanaf V5R3.
    • 5722SS1 – Optie 34 (OS/400 - Digital Certificate Manager)
    • Als u i5/OS V5R3 hebt, hebt u 5722AC3 nodig (Cryptographic Access Provider 128-bits). Dit is een beveiligingsvoorziening voor het versleutelen van de communicatie tussen uw systeem en de serviceafdeling.
      Opmerking: Vanaf i5/OS V5R4 is deze 5722AC3 (Cryptographic Access Provider 128-bits) niet meer nodig.
    • 5722JC1 (IBM Toolbox Kit for Java)
  2. Op de opdrachtregel typt u GO SERVICE. Een van de volgende gebeurtenissen vindt plaats:
    • Als de verbinding eerder is ingesteld, typt u 18 om naar het configuratiemenu te gaan, waar u de verbinding kunt maken, wijzigen of wissen en waar u kunt controleren of de verbinding werkt. Als u de instellingen wilt wijzigen, gaat u verder met stap 3.
    • Als de verbinding niet eerder op deze logische partitie of server is ingesteld, wordt er geprobeerd om een van de IBM-gateways te pingen. Als dit lukt, wordt u gevraagd direct internet te configureren. Lukt ook dat, dan worden de standaardinstellingen voor direct internet ingevuld. Als u deze standaardinstellingen wilt controleren of wijzigen, gaat u verder met stap 3.
      Opmerking: In sommige omgevingen werkt het pingen van de IBM-gateway niet doordat de firewall de pakketten blokkeert. In dat geval moet u contact opnemen met de netwerkbeheerder om te controleren of aan de criteria voor het instellen van direct internet is voldaan. Voor meer informatie raadpleegt u Taak 1. Voordat u begint.
  3. Kies een van de volgende opties:
    • Om een directe internetverbinding in te stellen vanaf elke i5/OS-server, gaat u naar stap 4.
    • Om een gemeenschappelijke directe internetverbinding in te stellen, gaat u naar stap 6.
    • Om een modemverbinding of een gemeenschappelijke modemverbinding in te stellen, gaat u naar stap 11.
  4. Om een direct internetverbinding in te stellen vanaf elke i5/OS-server of logische partitie, geeft u vanuit elke logische partitie de volgende informatie op in de CTRSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type (Virtual Private Network): *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Voor i5/OS V5R4:
    • Rol: *PRIMARY
    • Verbindingstype: *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  5. Ga verder met Taak 10. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  6. Om een gemeenschappelijke directe internetverbinding in te stellen, leest u de volgende informatie. In dit voorbeeld configureert u het volgende:
    • Een directe Internetverbinding van de i5/OS-server die verbinding heeft met Internet.
    • De andere i5/OS-server in staat stellen om verbinding te maken met de server die verbinding heeft met internet.
    Figuur 2. Dit schema toont de stroom van informatie en problemen vanaf een i5/OS-server met een originele standaardconfiguratie naar de serviceafdeling. De informatie en problemen passeren de directe internetverbinding op de server.


    Dit schema toont de stroom van informatie en problemen vanaf een i5/OS-server met een originele standaardconfiguratie naar de serviceafdeling. De informatie en problemen passeren de directe internetverbinding op de server.

  7. Geef de volgende gegevens op van de i5/OS server of logische partitie met i5/OS en een internetverbinding in de CRTSRVCFG-aanwijzingen:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type (Virtual Private Network): *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES. Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de VPN-verbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: U moet serviceconfiguraties maken op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Rol: *PRIMARY
    • Verbindingstype: *DIRECT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES. Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de VPN-verbinding of de verbinding met de proxy van de serviceafdeling op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met deze dienst te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
  8. Geef de volgende gegevens op van elk van de andere i5/OS-servers of logische partities in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor V5R3 i5/OS:
    • Verbindingstype: *VPN
    • VPN-type: *MULTIHOP
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
      Opmerking: Multi-hop VPN-verbindingen van een i5/OS-systeem of logische partitie met behulp van het IP-adres van de HMC worden niet ondersteund. De enige verbindingsoptie voor een logische i5/OS-partitie met de HMC is het gebruik van een PTP-configuratie op afstand.
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *MULTIHOP
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
      Opmerking: Multi-hop VPN-verbindingen van een i5/OS-systeem of logische partitie met behulp van het IP-adres van de HMC worden niet ondersteund. De enige connectiviteitsoptie voor een i5/OS logische partitie met de HMC is het gebruik van een PTP-configuratie op afstand.
    • Proxyserver: Geef als volgt de gegevens op voor de proxy van de serviceafdeling (of uw eigen HTTP-proxy):
      • IP-adres of hostnaam: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding (of als u uw eigen HTTP-proxy hebt, kunt u ook die opgeven).
      • Poortnummer: Geef het poortnummer op van de proxy van de serviceafdeling of van uw eigen HTTP-proxy. Standaard van *IBMSVR is 5026 (de standaardwaarde voor de proxy van de serviceafdeling).
      • Relatieve prioriteit: Geef de prioriteit op (ten opzichte van de multi-hop VPN)
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
  9. Controleer of de communicatie tussen partities is ingesteld. Ping de host of het IP-adres van de logische partitie met de internetverbinding of de modem vanuit de partitie die de internetverbinding of de modem moet gebruiken.
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  10. Ga verder met Taak 10. Registreer het IBM-ID voor i5/OS.
  11. Om een modem of gemeenschappelijke modem op uw i5/OS-server of logische partitie in te stellen, kiest u een van de volgende opties:
    • Om een modem vanaf een i5/OS-server in te stellen, gaat u naar stap.
    • Om een gemeenschappelijke modemverbinding in te stellen, gaat u naar stap 14.
  12. Om een modem van een i5/OS server of logische partitie in te stellen, geeft u de volgende opties aan vanaf de server in de CRTSRVCFG-aanwijzingen:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • VPN-type: *LOCAL
    • Service: *SRVAGT
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *LCLDIAL
    • Connectiviteit voor anderen: Connect point: *NO
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.
  13. Ga verder met Taak 12. De serverinformatie bekijken die gemeld is aan IBM.
  14. Om een gemeenschappelijke modem in te stellen (als u meerdere systemen of logische partities hebt), geeft u de volgende gegevens op vanuit het systeem of de logische partitie met de modem, in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • VPN-type: *LOCAL
    • Service: *SRVAGT
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Connect point: *YES: Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de PTP-inbelverbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *LCLDIAL
    • Connectiviteit voor anderen:
      • Verbindingspunt: *JA: Hierdoor kunnen andere logische partities of systemen de inbelverbinding op deze logische partitie gebruiken om een verbinding met de serviceafdeling te maken.
        Opmerking: Er moeten serviceconfiguraties gemaakt worden op de niet-lokale systemen of logische partities die dit verbindingspunt gaan gebruiken.
      • Interfaces: *ALL of een lijst met interfaces waarover u verbindingen met de serviceafdeling accepteert.
  15. Geef de volgende gegevens op van elk van de andere i5/OS-servers of logische partities in de CRTSRVCFG-prompts:
    Voor i5/OS V5R3:
    • Verbindingstype: *PTP
    • Point-to-point-type: *REMOTE
    • Service: *SRVAGT
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
    Voor i5/OS V5R4:
    • Verbindingstype: *RMTDIAL
    • Systeem op afstand: Geef de hostnaam of het IP-adres op van de logische partitie met de internetverbinding.
    Opmerking: Meer informatie over het werken met Electronic Service Agent vindt u in het onderwerp Electronic Service Agent in het Informatiecentrum van iSeries.

Taak 10. Registreer het IBM-ID voor i5/OS

Registreer het IBM ID met Electronic Service Agent voor i5/OS op de volgende wijze:

  1. Type op de i5/OS opdrachtregel GO SERVICE.
  2. In het menu van de Electronic Service Agent selecteert u de optie Gebruikers machtigen voor toegang tot servicegegevens en drukt u op Enter.
  3. Typ het IBM-ID (het internetadres dat u hebt geregistreerd op de website Mijn IBM-profiel https://www.ibm.com/account/profile) in het veld Gemachtigde gebruikers en druk op Enter.

Taak 11. De verbinding met de serviceafdeling testen

Om de verbinding te testen voor i5/OS-servers of logische partities, gaat u als volgt te werk.
  1. Om de Electronic Service Agent verbinding te testen, typt u de volgende opdracht op de opdrachtregel:
    GO SERVICE
  2. In het Electronic Service Agent-menu kiest u optie 17 (Serviceconfiguratie controleren) en drukt u op Enter. Er wordt een bericht afgebeeld dat aangeeft of de testverbinding is geslaagd.
  3. Om het verbindingsprofiel voor elektronische klantenondersteuning te testen, typt u de volgende opdracht:
    SNDSRVRQS *TEST
    Er wordt een bericht afgebeeld dat aangeeft of de testverbinding is geslaagd.

Taak 12. De serverinformatie bekijken die gemeld is aan IBM

Op internet kunt u gegevens bekijken over het systeem dat u ingeschakeld hebt, en kunt u zien welke gegevens er door Electronic Service Agent zijn verzameld. Om de uitgebreide voorzieningen van Electronic Service Agent en alle voordelen daarvan te kunnen gebruiken, moet u een IBM Registratie-ID (IBM ID)opgeven. Het eerste IBM-ID dat u opgeeft, is gemachtigd voor beheer en kan andere gebruikers machtigen voor de website. Het tweede IBM-ID is beschikbaar als backup voor de beheerder.

  1. Ga naar de website IBM Electronic Services op http://www.ibm.com/support/electronic.
  2. Klik op Sign in (in de rechterbovenhoek).
  3. Typ het IBM-ID en wachtwoord.
  4. Kies de volgende opties in de navigatiebalk:
    • Als u uw servergegevens wilt bekijken, klikt u op My systems.
    • Klik op Premium Search om te zoeken naar technische ondersteuning en gebruik hierbij de servergegevens.
      Opmerking: In sommige gevallen is de functie Premium Search alleen beschikbaar tijdens de garantietermijn van de server of als u een servicecontract hebt.
    • Klik op My messages om informatie te bekijken die betrekking heeft op uw servers en andere onderwerpen die voor u van belang zijn.
  5. Geef de gevraagde gegevens op.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen