Hier wordt beschreven wat u kunt doen om ervoor te zorgen dat hardwareproblemen toch worden gerapporteerd als de server niet functioneert.
De serviceprocessor maakt deel uit van uw platformhardware en bewaakt de hardwarekenmerken en -statussen op uw server. De serviceprocessor wordt aangestuurd met serverfirmware en heeft geen besturingssysteem nodig om de taken uit te voeren. Hierdoor kan de serviceprocessor hardwareproblemen op uw server rapporteren, zelfs als de server niet beschikbaar is. Deze methode voor het rapporteren van problemen is alleen beschikbaar als uw server nog over de originele standaardconfiguratie beschikt. Als u i5/OS hebt geïnstalleerd, hoeft u de serviceprocessor niet in te stellen om de serviceafdeling aan te roepen, omdat dit door i5/OS wordt gedaan. Raadpleeg voor informatie IBM i5/OS instellen om zonder een HMC verbinding te maken met de serviceafdeling.
U gebruikt de ASMI (Advanced System Management Interface) om de probleemrapportage op de serviceprocessor in te stellen. U kunt de ASMI openen via uw HMC, via elke PC op uw netwerk waarop een webbrowser is geïnstalleerd, of via een ASCII-terminal. Meer informatie over het instellen van de verbinding met de ASMI vindt u in De Advanced System Management Interface beheren. Voor informatie over het instellen van uw serviceomgeving raadpleegt u Taak 12. De serviceprocessor configureren.
Voor informatie over de andere taken die u met de serviceprocessor kunt uitvoeren, raadpleegt u Uw server beheren met ASMI.