Zelfstandige eServer-diagnoseprogramma's uitvoeren vanaf een Network Installation Management-server

Als AIX is geïnstalleerd maar niet kan worden gestart op het systeem of de logische partitie waarop u een diagnoseprogramma wilt uitvoeren, of als u Linux hebt geïnstalleerd, gebruikt u deze procedure om diagnoseprocedures uit te voeren vanaf een NIM-server (Network Installation Management, netwerkinstallatiebeheer) als u daartoe opdracht krijgt in een andere procedure of van een beheerder.

Met diagnoseprogramma's, die beschikbaar zijn voor AIX- en Linux-systemen en logische partities, kunt u een hardwareanalyse uitvoeren. Als er een probleem wordt aangetroffen, ontvangt u een serviceopdrachtnummer waarmee het probleem kan worden gelokaliseerd en een herstelactie moet worden uitgevoerd.

Een clientsysteem dat aangesloten is op een netwerk met een NIM-server, kan zelfstandige diagnoseprogramma's starten vanaf de NIM-server als de client-specifieke instellingen correct zijn geconfigureerd op de NIM-server en de client.
Opmerking:
  1. Er zijn NIM-clients met adapters die normaal vereisen dat u aanvullende media installeert als u zelfstandige diagnoseprogramma's start vanaf CD. De ondersteuningscode voor deze adapters moet worden geïnstalleerd in de directory die wordt aangegeven door de NIM SPOT van waaruit u de client wilt opstarten. Voor u op deze clients zelfstandige diagnoseprogramma's start vanaf de NIM-server, moet de beheerder van de NIM-server zorgen dat de vereiste ondersteuning voor deze apparaten op de server geïnstalleerd is.
  2. Voor alle configuratiebewerkingen op de NIM-server is de machtiging root-gebruiker vereist.
  3. Als u in de client de netwerkadapter wijzigt, moeten de instellingen van het hardwareadres voor de client worden gewijzigd op de NIM-server.
  4. De Cstate voor elke zelfstandige diagnoseclient op de NIM-server moet altijd in de status diagnostic boot has been enabled worden gehouden.
  5. Op het clientsysteem moet de netwerkadapter voor de NIM-server worden opgenomen in de opstartlijst achter het opstartstation. Hierdoor kan het systeem vanaf de NIM-server opstarten met zelfstandige diagnoseprogramma's als er een probleem is met het opstarten vanaf het schijfstation. Raadpleeg in de servicegids van de client in de sectie Meervoudige opstartprocedures het onderwerp "SMS" voor informatie over het instellen van de opstartlijst.

De NIM-server configureren

Raadpleeg het hoofdstuk "Geavanceerde NIM-configuratietaken" in de AIX Installatie- en naslaggids voor informatie over de volgende taken:
  • Een client registreren op de NIM-server
  • Een client instellen voor het opstarten van diagnostische programma's vanaf de NIM-server
Om te controleren of een clientsysteem is geregistreerd op de NIM-server en of diagnostisch opstarten is ingeschakeld, voert u de opdracht: Isnim -a Cstate -z ClientName in op de opdrachtregel van de NIM-server. In de volgende tabel vindt u een overzicht van systeemberichten.
Opmerking: De ClientName is de naam van het systeem waarop u zelfstandige diagnoseprogramma's wilt uitvoeren.
Systeembericht Clientstatus
#name:Cstate:ClientName:diagnostic boot has been enabled: Het clientsysteem is geregistreerd bij de NIM-server en ondersteunt het starten van diagnoseprogramma's vanaf de NIM-server.
#name:Cstate:ClientName:ready for a NIM operation: of #name:Cstate:ClientName:B0S installation has been enabled: Het clientsysteem is geregistreerd bij de NIM-server, maar ondersteunt het starten van diagnoseprogramma's vanaf de NIM-server niet.
Opmerking: Als het clientsysteem is geregistreerd bij de NIM-server, maar Cstate niet is ingesteld, worden geen gegevens geretourneerd.
0042–053 Isnim: there is no NIM object named "Clientnaam" De client is niet geregistreerd bij de NIM-server.

De client configureren en zelfstandige diagnoseprogramma's starten vanaf een NIM-server

Voer de volgende stappen uit om een zelfstandige diagnose op een client uit te voeren vanaf de NIM-server:

  1. Stel de systeembeheerder en de gebruikers ervan op de hoogte dat u de systeemeenheid mogelijk uitschakelt.
  2. Stop alle programma's inclusief het besturingssysteemAIX of Linux. Zie voor meer informatie Het systeem starten of stoppen. Als u hulp nodig hebt, kunt u contact opnemen met de systeembeheerder.
  3. Verwijder alle banden, diskettes en CD's.
  4. Kies een van de volgende opties:
    • Als u een zelfstandig diagnoseprogramma start in een volledig systeempartitieprofiel, stel de systeembeheerder en de gebruikers er dan van op de hoogte dat u de eenheid wilt afsluiten met de afsluitopdracht. Schakel vervolgens het systeem uit.
    • Als u een logisch gepartitioneerd systeem hebt, moet er een CD-station beschikbaar zijn voor de partitie waarmee u de zelfstandige diagnoseprogramma's wilt uitvoeren. Vraag de systeembeheerder en de partitiegebruikers om alle toepassingen op de partitie af te sluiten, omdat de partitie opnieuw moet worden opgestart. Sluit alle programma's op de partitie af, inclusief het besturingssysteem.
  5. Kies een van de volgende opties:
    • Als u een volledige systeempartitie hebt, schakelt u de systeemeenheid in om de zelfstandige diagnoseprogramma's te starten.
    • Als u een logisch gepartitioneerd systeem hebt, start u de partitie opnieuw op om de zelfstandige diagnoseprogramma's te starten.
  6. Als de toetsenbordindicator wordt weergegeven (het woord keyboard op een HMC-terminalvenster of het toetsenbordpictogram in de grafische weergave), drukt u op het toetsenbord op de toets 1 om het SMS-menu weer te geven.
  7. Voer de gevraagde wachtwoorden in.
  8. Selecteer IPL op afstand instellen (Initial Program Load).
  9. Voer het clientadres, serveradres, gateway-adres (indien van toepassing) en subnetmasker in. Als er geen gateway is tussen de NIM-server en de client, stelt u het gateway-adres in op 0.0.0.0.

    Om te bepalen of er een gateway is, vraagt u het aan de systeembeheerder of vergelijkt u de eerste drie octetten van het NIM-serveradres met die van het clientadres. Als bijvoorbeeld het NIM-serveradres 9.3.126.16 is en het clientadres 9.3.126.42, zijn de eerste drie octetten gelijk (9.3.126). In dit geval stelt u het gateway-adres in het RIPL-veld in op 0.0.0.0.

    Opmerking: De RIPL bevindt zich in het functiemenu van System Management Services (SMS). Hier vindt u informatie over de instellingen van de parameters.
  10. Als de NIM-server pingen door het clientsysteem toestaat, gebruikt u de pingfunctie in de RIPL om te controleren of het clientsysteem de NIM-server kan pingen.
  11. Kies in de pingfunctie de netwerkadapter die de koppeling met de NIM-server regelt en de ping moet uitvoeren. Als de ping OK op de opdrachtregel weergeeft, is de client klaar om te worden opgestart vanaf de NIM-server. Als de ping FAILED op de opdrachtregel weergeeft, kan de client niet verder met de NIM-opstartprocedure.
    Opmerking: Als de ping mislukt, raadpleegt u de informatie over opstartproblemen. Volg de stappen voor netwerkopstartproblemen.
  12. Sluit het SMS-hoofdscherm.
  13. Kies Select Boot Options > Install or Boot a Device > Network.
  14. Noteer de huidige instellingen in de opstartlijst. U moet de oorspronkelijke instellingen in de opstartlijst terugzetten nadat u de diagnose vanaf de NIM-server hebt uitgevoerd.
  15. Zorg dat de netwerkadapter die aan de NIM-server is gekoppeld, als eerste wordt vermeld in de opstartlijst.
  16. Stel de netwerkparameters in voor de adapter waarvandaan u wilt opstarten.
  17. Sluit SMS volledig af. Het systeem begint pakketten te laden tijdens een bootp vanaf het netwerk.
  18. Volg de aanwijzingen op het scherm.
    • Als Diagnostic Operating Instructions Version x.x.x wordt weergegeven, zijn de zelfstandige diagnoseprogramma's correct geïnstalleerd.
    • Als de AIX-aanmeldingsregel wordt weergegeven, zijn de zelfstandige diagnoseprogramma's niet geladen. Ga verder met stap 19.
  19. Als het diagnoseprogramma niet geladen is, controleert u het volgende:
    • De opstartlijst op de client is mogelijk niet correct.
    • Cstate op de NIM-server is mogelijk niet correct.
    • Er zijn mogelijk netwerkproblemen waardoor u geen verbinding met de NIM-server kunt maken.
    • Controleer de instellingen en de status van het netwerk. Als de het probleem blijft bestaan, raadpleegt u de sectie over opstartproblemen met de systeemeenheid. Volg daarna de stappen voor netwerkopstartproblemen.
  20. Na het uitvoeren van de diagnoseprogramma's start u het systeem opnieuw op en gebruikt u SMS om de IP-instellingen en de opstartlijst terug te zetten in de oorspronkelijke vorm.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen