Zelfstandige eServer-diagnoseprogramma's vanaf CD uitvoeren op een server waarop een HMC is aangesloten

Informatie over het uitvoeren van de zelfstandige eServer-diagnoseprogramma's op een systeem waarop een HMC is aangesloten.

Als u logische partities hebt, dient u rekening te houden met het volgende:
  • Als u diagnoseprogramma's uitvoert in een systeem met logische partities, moet u deze diagnoseprogramma's uitvoeren in de logische partitie die de resource of resources bevat die u wilt testen.
  • Het apparaat waarmee de zelfstandige diagnoseprogramma's worden geladen, moet beschikbaar zijn voor de logische partitie waarop u de diagnoseprogramma's wilt uitvoeren. Dit kan betekenen dat het apparaat moet worden verplaatst van de logische partitie die op dit moment het apparaat bevat (bijvoorbeeld het CD-station of de netwerkadapter die met de NIM-server is verbonden en die een image voor zelfstandige diagnoseprogramma's bevat) naar de logische partitie waarop u de diagnoseprogramma's wilt uitvoeren.
Voer de volgende stappen uit om zelfstandige diagnoseprogramma's vanaf de HMC uit te voeren:
Opmerking: Als u hulp nodig hebt bij een van deze stappen, moet u contact opnemen met de systeembeheerder.
  1. Verwijder alle banden, diskettes, CD's of DVD's en plaats de diagnose-CD in het CD-station van het beheerde systeem (niet het CD-station van de HMC).
  2. Sluit het besturingssysteem af vanaf de HMC door de volgende handelingen uit te voeren:
    1. Klik in het navigatiegebied op Server en partitie > Serverbeheer.
    2. Klik in het gegevensgebied op de server met de partitie die u wilt testen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op de partitie en selecteer Terminalvenster openen.
    4. Meld u in het venster VTerm aan als rootgebruiker en voer de vereiste wachtwoorden in.
    5. Sluit het besturingssysteem af met een van de volgende opdrachten:
      • Als AIX wordt uitgevoerd, typt u de opdracht shutdown -F.
      • Als Linux wordt uitgevoerd, typt u de opdracht shutdown -h now.
    6. Sluit het venster VTerm.
  3. Klik op de HMC met de rechtermuisknop op de partitie en selecteer Activeren.
  4. Zorg ervoor dat het vakje Terminalvenster of consolesessie openen is geselecteerd en klik op OK.
  5. Nádat de POST-indicator voor het toetsenbord (het woord keyboard) op de firmwareconsole is verschenen, maar vóórdat de laatste POST-indicator (het woord speaker) verschijnt, drukt u op de toets 5 van het aangesloten toetsenbord of van het ASCII-toetsenbord om aan te geven dat er een opstartprocedure voor de servicewerkstand moet worden gestart met behulp van de lijst met standaard-opstartprocedures.
  6. Ga verder met Testopties selecteren.

Testopties selecteren

  1. Nádat de POST-indicator voor het toetsenbord (het woord keyboard) op de firmwareconsole is verschenen, maar vóórdat de laatste POST-indicator (het woord speaker) verschijnt, drukt u op de toets 5 van het aangesloten toetsenbord of van het ASCII-toetsenbord om aan te geven dat er een opstartprocedure voor de servicewerkstand moet worden gestart met behulp van de lijst met standaard-opstartprocedures.
  2. Als het welkomstscherm wordt weergegeven, definieert u de volgende zaken:
    • Systeemconsole
    • Gebruikte taal
    • Terminaltype
      Opmerking: Het is mogelijk dat de functietoetsen (Fn) niet werken; dit is afhankelijk van de gekozen terminalemulator. In dit geval gebruikt u de ESC-toets en cijfertoetsen in de schermmenu's. Bijvoorbeeld: F3 = ESC-toets en toets 3.
  3. Als de instructies voor diagnostische bewerkingen verschijnen, drukt u op Enter.
    Opmerking: Als het niet lukt om de diagnoseprogramma's te laden tot het punt waarop het scherm met de bedieningsinstructies voor de diagnoseprogramma's verschijnt, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van uw hardware.
  4. Selecteer in het functieselectiescherm een van de volgende opties:
    • Als u een diagnoseprogramma wilt uitvoeren in de werkstand Probleembepaling, gaat u naar de volgende stap.
    • Als u een diagnostisch programma wilt uitvoeren in de werkstand voor taakselectie (Service Aids), gaat u naar de stap 11.
  5. Selecteer Probleembepaling en druk op Enter.
  6. Controleer de lijst met resources die wordt afgebeeld. Komt de lijst met resources overeen met hetgeen volgens u op uw systeem of partitie is geïnstalleerd?
    • Ja: Ga verder met de volgende stap.
    • Nee: Noteer alle beschikbare informatie over de ontbrekende resource en controleer of de ontbrekende resource op de juiste manier is geïnstalleerd. Als u het probleem met een ontbrekende resource niet kunt corrigeren, moet u de ontbrekende resource vervangen (neem indien nodig contact op met uw serviceprovider). Als u de beschikbare resources wilt testen, gaat u verder met de volgende stap.
  7. Selecteer Alle resources of de specifieke resource(s) die u wilt testen en druk op de toets P7 (commit).
  8. Noteer alle foutgegevens die u tijdens de diagnose te zien krijgt, waaronder de serviceopdrachtnummers (SRN's) en systeemreferentiecodes (SRC's). U dient deze gegevens aan de serviceprovider te verschaffen. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
  9. Als de test is voltooid, gaat u met de toets F3 terug naar het scherm met diagnostische instructies.
  10. Kies een van de volgende opties:
    • Om door te gaan met de test, gaat u terug naar de stap 7.
    • Om de zelfstandige diagnoseprogramma's af te sluiten, selecteert u de afsluittoets in het menu en drukt u op Enter. Ga verder met stap 18.
  11. Selecteer Taakselectielijst en druk op Enter.
  12. Om een van deze taken uit te voeren, selecteert u de optie Taakselectie in het functieselectiemenu. Na het selecteren van de taak wordt eventueel een resourcemenu weergegeven met alle resources die door de taak worden ondersteund.
  13. Selecteer in de taakselectielijst de servicetaak die u wilt uitvoeren. Bijvoorbeeld: Systeemflash bijwerken en beheren.
  14. Volg de instructies voor de geselecteerde taak in de menu's of schermen.
  15. Noteer alle gegevens die u tijdens de diagnose te zien krijgt, waaronder de serviceopdrachtnummers (SRN's). U dient deze gegevens aan de serviceprovider te verschaffen. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken.
  16. Als de test is voltooid, gaat u met de toets F3 terug naar het scherm met diagnostische instructies.
  17. Kies een van de volgende opties:
    • Om door te gaan met de test, gaat u terug naar de stap 13.
    • Om de zelfstandige diagnoseprogramma's af te sluiten, selecteert u de afsluittoets in het menu en drukt u op Enter. Ga door met de volgende stap.
  18. Haal de CD uit het station.
  19. Als u klaar bent, neemt u contact op met de beheerder of met de serviceprovider van de hardware om de gegevens door te geven die u tijdens het uitvoeren van de diagnoseprogramma's hebt ontvangen, inclusief de serviceopdrachtnummers en eventuele ontbrekende resources. Voor meer informatie raadpleegt u De probleemmeldingsformulieren gebruiken. Hiermee is de procedure ten einde.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen