Voordat u een locatie voor de computer kiest, moet u aandacht besteden aan de volgende vereisten:
- De computerruimte moet zich in een brandveilig of hittebestendig gebouw of ruimte bevinden.
- De computerruimte moet niet boven, onder of naast ruimtes liggen waar
gevaarlijke materialen of gassen worden opgeslagen, gemaakt of verwerkt. Als de computerruimte toch naast een dergelijke ruimte moet worden ingericht, moet u extra veiligheidsmaatregelen nemen om de ruimte te beveiligen.
- Als de computerruimte ondergronds wordt aangelegd, moet er sprake zijn van adequate drainage.
Veiligheidsoverwegingen en brandpreventie
Veiligheid is een essentiële factor voor het plannen van een computerinstallatie. Deze overweging vindt zijn weerklank in de keuze van de computerlocatie, gebruikte bouwmaterialen, brandpreventieapparatuur, airconditioning en elektrische systemen en de educatie voor het personeel.
Als er sprake is van een inconsistentie tussen de aanbevelingen voor uw server en bepaalde lokale of nationale regels dient de meest urgente aanbeveling of regel voorrang te krijgen. De National Fire Protection Association-norm, NFPA 75, biedt richtlijnen voor de bescherming van IT-apparatuur. De klant is verantwoordelijk voor het naleven van overheidsregels.
- Muren van een computerruimte moeten minimaal één uur lang brandbestendig zijn en van de structurele vloer tot het structurele plafond zijn opgebouwd.
- In ruimtes die gebruikt worden voor essentiële bewerkingen is het wenselijk dat processors worden geïnstalleerd in ruimtes die een uur lang brandwerend zijn en van de hoofdruimte zijn afgescheiden.
- Als de computerruimte met een of meer buitenmuren aan een brandgevaarlijk gebouw grenst, kunt u de volgende voorzorgsmaatregelen treffen:
- Veiligheidsglas in de computerruimte installeren om personeel en apparatuur te beschermen tegen rondvliegende brokstukken en wateroverlast. In het algemeen zijn ramen in de computerruimte onwenselijk in verband met beveiligingsrisico's en het negatieve effect dat ramen kunnen hebben op de temperatuurbeheersing. Ramen kunnen in de zomer voor extreme hitte en in de winter voor extreme kou zorgen.
- Blusinstallaties buiten de ramen installeren om deze te beschermen met een gordijn van water mocht er brand uitbreken in een aangrenzende ruimte.
- Ramen met metselwerk isoleren.
- Als een systeemplafond of isolatiemateriaal wordt toegevoegd, moet u ervoor zorgen dat brandwerend of hittebestendig materiaal wordt gebruikt. Alle leidingen moeten ook onbrandbaar zijn. Als brandbaar materiaal wordt gebruikt in de ruimte tussen het structurele plafond en het systeemplafond moet er voor voldoende bescherming worden gezorgd.
- Een verhoogde vloer die op de structurele vloer wordt gebouwd, moet gemaakt zijn van brandwerend of brandvertragend materiaal. Als de structurele vloer van brandbaar materiaal is gemaakt, moet deze worden beschermd door blusinstallaties aan het plafond of van de onderliggende ruimte.
Opmerking: Voordat de IT-apparatuur wordt geïnstalleerd, moet eventuele rommel en bouwafval in de ruimte tussen de verhoogde vloer en de structurele vloer worden opgeruimd. Deze ruimte moet na de installatie ook periodiek worden gecontroleerd zodat opgehoopt stof, eventuele rommel en ongebruikte kabels kunnen worden opgeruimd.
- Het dak, het plafond en de vloer boven de computerruimte en de opslagruimte voor opgenomen media moet waterdicht zijn. Afvoeren, dakgoten en andere potentiële bronnen van waterschade moeten rond de computerruimte worden geleid.
- De ruimte onder de verhoogde vloer in de computerruimte moet voorzien zijn van waterafvoer ter bescherming tegen overstromingen of wateroverlast.
- Afvalcontainers moeten van metaal zijn en een beschermend deksel hebben.
Brandpreventie-apparatuur in een computerruimte
U kunt als extra veiligheidsmaatregel brandpreventie-apparatuur in de computerruimte installeren. Een brandveiligheidssysteem is de verantwoordelijkheid van de klant. Uw verzekeringsagent, de brandweerinspecteur en de inspecteur van bouw- en woningtoezicht moeten allemaal worden geraadpleegd als u een brandveiligheidssysteem wilt kiezen dat voor de juiste mate van bescherming en dekking zorgt.
IBM ontwerpt en maakt apparaten volgens
interne en externe standaards die bepaalde omgevingen vereisen voor een betrouwbare werking.
Omdat
IBM geen
apparatuur test op compatibiliteit met brandbeveiligingssystemen,
accepteert
IBM ook
geen verantwoordelijkheid ten aanzien van compatibiliteit. Evenmin doet
IBM aanbevelingen
met betrekking tot brandbeveiligingssystemen.
- U moet een brandmeldingssysteem installeren om de computerruimte en de ruimtes voor opgenomen media te beschermen. Dit systeem moet zowel een hoorbaar als zichtbaar alarmsignaal activeren in de ruimtes en op een bewaakte centrale locatie.
- Er moeten voldoende draagbare koolzuurbrandblussers in de computerruimte aanwezig zijn die voor elektrische apparaten kunnen worden gebruikt.
- Er moeten draagbare brandblussers met samengeperste waterstof aanwezig zijn om brandbaar materiaal, zoals papier, te kunnen blussen.
- Werknemers in de computerruimte moeten brandblussers makkelijk kunnen pakken, en de locaties waar brandblussers hangen moeten duidelijk worden aangegeven.
- Aanvaardbare vormen van ingebouwde bescherming zijn automatische blusinstallaties en gasblusinstallaties. Voor informatie over milieuvriendelijke gassen voor dergelijke systemen, raadpleegt u NFPA 2001 - Standard on Clean Agent
Fire Extinguishing Systems.
- Als u de voorkeur geeft aan een gasblusinstallatie moet het volgende in overweging worden genomen. Als een gasblusinstallatie wordt geïnstalleerd, moet u een tijdvertragingsoptie inbouwen waardoor u de ruimte waar de installatie is afgegaan kunt onderzoeken en kunt ontruimen. U kunt het beste een detectiesysteem gebruiken dat in zones is opgedeeld.
- De beschermde ruimte moet worden ontruimd als er onderhoud aan de gasblusinstallatie of de besturing van de gasblusinstallatie wordt verricht. Daarnaast is een noodschakelaar vereist waarmee het onderhoudspersoneel het systeem kan uitschakelen. Als de schakelaar uit staat, dienen de ontstekingen die het gas laten vrijkomen te zijn uitgeschakeld, ook als elders in het systeem een storing is opgetreden. Deze schakelaar moet uit staan voordat met onderhoudswerkzaamheden wordt begonnen zodat het gasblussysteem niet per ongeluk kan worden geactiveerd.
- Alternatieven voor de normale bluswatersystemen kunnen bestaan uit droge-pijp-systemen of proactieve systemen. Bij proactieve systemen stroomt er pas water in de leidingen als het systeem door rook- of hittemelders wordt geactiveerd. Deze detectiesystemen moeten onafhankelijk werken van de detectiesystemen van de gasblusinstallatie. Het aan/uit-type van waterblusinstallaties wordt afgeraden omdat dit type eerder gaat lekken.
Als u de juiste bescherming tegen brand wilt vaststellen die u voor de computerruimte moet gebruiken, kunt u uw verzekeraar en lokale autoriteiten raadplegen.