Dankzij halfgeleiders en gevoelige elektronica die in de huidige IT-apparatuur worden gebruikt, is het mogelijk om elektronische componenten met een zeer hoge dichtheid te fabriceren. Hoewel de nieuwe technologie heeft geleid tot een enorme capaciteitstoename op een veel kleiner oppervlak, is deze technologie wel vatbaar voor verontreiniging, vooral door verontreinigende deeltjes die elektriciteit geleiden. In het begin van de jaren 90 heeft men vastgesteld dat de omgeving van een computercentrum bronnen voor geleidingsverontreiniging kan bevatten. Deze verontreiniging kan bestaan uit: koolstofvezels, bouwmetaalresten zoals aluminium-, koper- en staalvijlsel en zinkkristallen van met zink gegalvaniseerde materialen die in verhoogde-vloersystemen worden gebruikt.
Hoewel deze deeltjes erg klein zijn en soms alleen met een vergrootglas zichtbaar zijn, kunnen deze deeltjes toch desastreuze gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de apparatuur. Het is vaak moeilijk te bepalen of fouten, schade aan onderdelen en apparatuurstoringen door geleidingsverontreiniging worden veroorzaakt. In eerste instantie wordt er bij storingen eerder gedacht aan meer voor de hand liggende oorzaken, zoals onweer of de kwaliteit van de stroomvoorziening of wordt er gewoon aangenomen dat een onderdeel defect is.
Zinkkristallen
De meest voorkomende vorm van geleidingsverontreiniging in computercentra met verhoogde vloeren bestaat uit zinkkristallen. Deze verontreiniging komt het vaakst voor omdat dergelijke kristallen vaak aan de onderkant van bepaalde typen vloertegels worden aangetroffen. Gelamineerde vloertegels hebben vaak een vlakke, stalen onderkant. Dit staal kan een zinken laagje hebben dat met een galvanisatieproces is aangebracht. Op het met zink gegalvaniseerde staal kunnen op het oppervlak zinkkristallen ontstaan. Deze deeltjes hebben een grootte van ongeveer 1-2 mm en kunnen van het oppervlak afbreken en in het luchtcirculatiesysteem terechtkomen. Uiteindelijk kunnen deze deeltjes door de ventilatoren van de apparatuur worden aangezogen, en op een printplaat terechtkomen waar ze problemen kunnen veroorzaken. Als u vermoedt dat u met een dergelijk probleem te maken hebt, moet u contact opnemen met uw IBM-servicemedewerker.