Specificaties voor installatie voor niet-IBM -rek

Dit onderwerp bevat vereisten en specificaties voor 19-inch rekken die door bepaalde systemen worden gebruikt. Deze vereisten en specificaties helpen u bij het bepalen van de vereisten voor het installeren van verschillende IBM-systemen in niet-IBM-rekken. Het is uw verantwoordelijkheid om er samen met de leverancier van het rek voor te zorgen dat het gekozen rek aan de vereisten en specificaties in dit onderwerp voldoet.

Rekspecificaties

De algemene specificaties voor niet-IBM-rekken zijn:

  1. Het rek of de behuizing moet voldoen aan de EIA-standaard EIA-310-D voor 19-inch rekken, gepubliceerd op 24 augustus 1992. In de EIA-310-D-standaard worden de interne afmetingen, bijvoorbeeld de breedte van de rekopening (breedte van het chassis), de breedte van de installatieflenzen van de module, de afstand tussen de installatiegaten en de diepte van de installatieflenzen gespecificeerd. De EIA-310-D-standaard bepaalt niet de algehele externe breedte van het rek. Er zijn geen beperkingen voor wat betreft de locatie van zijwanden en hoekstaanders ten opzichte van de interne bevestigingsruimte.

    De voorste rekopening moet 451 mm + 0,75 mm (17,75 inch + 0,03 inch) breed zijn, en de gaten voor het installeren van de rails moeten vanaf het midden gemeten een onderlinge afstand van 465 mm + 0,8 mm (18,3 inch + 0,03 inch) hebben (horizontale breedte tussen verticale kolommen gaten op de twee voorste installatieflenzen en op de twee achterste installatieflenzen). De gaten voor het installeren van rails moeten een diameter hebben van 7,1 mm + 0,1 mm (0,28 in. + 0,004 in.)
    Bovenaanzicht van een niet-IBM-rek - Specificaties en afmetingen

    Figuur 1. Bovenaanzicht van niet-IBM-rek - Specificaties en afmetingen
    Bovenaanzicht van niet-IBM-rek - Specificaties en afmetingen

    De verticale afstand tussen de installatiegaten moet bestaan uit reeksen van drie gaten die vanaf het midden gemeten (van boven naar beneden) een onderlinge afstand hebben van 15,9 mm (0,625 inch), 15,9 mm (0,625 inch)en 12,67 mm (0,5 inch) (waardoor de onderlinge verticale afstand tussen alle uit drie gaten bestaande reeksen 44,45 mm (1,75 in.) is. De voorste en achterste installatieflenzen in het rek of de behuizing moeten een onderlinge afstand hebben van 719 mm (28,3 in.) en de interne breedte die door de installatieflenzen wordt bepaald, moet ten minste 494 mm (19,45 in.) zijn, zodat de IBM eServer -rails in uw rek of behuizing passen (zie Figuur 1).
    Rekspecificaties en -afmetingen, onderaanzicht voorkant

    Bovenaanzicht rek - Specificaties en afmetingen


    Rekspecificaties en -afmetingen, onderaanzicht voorkant

    Rekspecificaties en -afmetingen, onderaanzicht voorkant

  2. Het rek of de behuizing moet een gemiddelde belasting van 15,9 kg (35 lb.) aan productgewicht per EIA-eenheid kunnen dragen.

    Voorbeeld: een lade voor vier EIA's heeft een maximaal ladegewicht van 63,6 kg (140 lb.).

  3. Alleen wisselstroomladen worden in het rek of de behuizing ondersteund. Het wordt aanbevolen een stroomverdeler te gebruiken die aan dezelfde specificaties voldoet als de IBM -stroomverdelers die rekken van stroom voorzien (bijvoorbeeld featurecode 7188). Elke stroomverdeler die in een rek is geïnstalleerd, vereist een eigen stroomkabel van 200 tot 240 V wisselstroom en 30 A. Stroomverdelingsapparaten voor rekken of behuizingen moeten aan de vereiste stroomvereisten voor laden voldoen, en aan de vereisten voor andere aanvullende apparaten die met hetzelfde stroomverdelingsapparaat worden verbonden.
    De aansluiting voor het netsnoer van het rek of de behuizing (stroomverdeler, uninterruptible of stekkerdoos) moet een compatibel stekkertype hebben dat geschikt is voor uw lade of apparaat.
    Opmerking: Raadpleeg de verkoophandleiding voor 0551-, 0553- of 7014-rekken als u stroomverdelers wilt gebruiken die voor 7014-rekken zijn ontworpen. Het is de verantwoordelijkheid van de klant om ervoor te zorgen dat de stroomverdeler compatibel is met het rek of de behuizing en dat aan alle vereiste certificeringen is voldaan.
  4. Het rek of de behuizing moet compatibel zijn met de installatierails van de lade. Verder moeten de pennen en schroeven van de railinstallatie veilig en goed zijn bevestigd in de gaten voor de installatierails van het rek of de behuizing. Het wordt aanbevolen om de met het product meegeleverde installatierails van IBM te gebruiken om het product in het rek te installeren. De installatierails die met IBM-producten worden meegeleverd, zijn ontworpen en getest om het product veilig te dragen wanneer er bedienings- en onderhoudsactiviteiten worden uitgevoerd en tevens om het gewicht van uw lade of apparaat veilig te dragen. De rails moeten servicetoegang bieden zodat het mogelijk is om de lade, indien nodig, veilig naar voren, naar achteren of beide, te trekken. Sommige rails, met eServer-voorzieningen voor niet-IBM-rekken, beschikken ook over (per lade verschillende) klemmen die het kantelen tegen moeten gaan, vergrendelingsklemmen aan de achterkant en kabelklemmen waarvoor de achterkant van de rails moet worden vrijgehouden.
    Opmerking: Als het rek of de behuizing vierkante uitsparingen op de installatieflenzen heeft, kan er een adapter vereist zijn die in deze uitsparing past.

    Als u geen rails van IBM gebruikt, moet de veiligheid van de gebruikte rails gecertificeerd zijn voor gebruik in combinatie met de IBM-producten.De installatierails moeten minimaal gedurende één minuut vier keer het maximale productgewicht kunnen dragen als de rails in de slechtst mogelijke positie staan (helemaal naar voren of helemaal naar achteren) zonder dat dit catastrofale gevolgen heeft.

  5. Aan het rek of de behuizing moeten aan de voorkant en de achterkant stabilisatiepoten of -haken zijn gemonteerd, of er moet op een andere manier worden voorkomen dat het rek/behuizing kan kantelen wanneer tijdens het uitvoeren van onderhoud de lade of het apparaat helemaal naar voren of naar achteren wordt getrokken.

    Mogelijke acceptabele alternatieven: Het rek of de behuizing kan stevig aan de vloer, het plafond of de muren, of aan de aangrenzende rekken of behuizingen in een lange en zware rij met rekken of behuizingen worden bevestigd.

  6. Er moeten aan de voorkant en achterkant voldoende lege serviceruimtes aanwezig zijn (in en rond het rek of de behuizing).

    Er moet horizontaal in de breedte voldoende ruimte zijn aan de voorkant of achterkant van het rek of de behuizing om de lade in het geval van onderhoudswerkzaamheden volledig naar voren en, indien van toepassing, naar achteren te kunnen schuiven (dit vereist 914,4 mm (36 in.) ruimte aan de voor- en achterkant).

    Voor- en achterdeuren moeten, indien aanwezig, voldoende ver open kunnen zodat er ongehinderd onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd of de deuren moeten eenvoudig te verwijderen zijn. Als de deuren voor onderhoudswerkzaamheden moeten worden verwijderd, dient de klant de deuren te verwijderen voordat het onderhoud wordt uitgevoerd.

  7. Het rek of de behuizing moet voldoende ruimte rond de reklade bieden.

    Er moet voldoende ruimte zijn rond de frontplaat van de lade zodat deze kan worden geopend en gesloten conform de productspecificaties.

    Voor voor- en achterdeuren moet een minimumafstand van 51 mm (2 inch) aan de voorkant, 203 mm (8 inch) aan de achterkant, tussen de deur en de installatieflens, worden aangehouden, en 494 mm (19,4 inch) aan de voorkant, 571 mm (22,5 inch) aan de achterkant, zijwaartse ruimte voor frontplaten van laden en kabels (zie Figuur 1).

  8. Het rek of de behuizing moet over voldoende ventilatie beschikken om warme lucht naar de achterkant af te voeren.

    Voor een optimale ventilatie wordt aanbevolen dat het rek of de behuizing geen voordeur heeft. Als het rek of de behuizing deuren heeft, moeten de deuren volledig geperforeerd zijn zodat er voldoende lucht van voren naar achteren kan stromen, zodat de volgens de serverspecificaties vereiste inlaattemperatuur op peil kan worden gehouden. De perforaties moeten een percentage van minimaal 34 procent van het oppervlak aan open ruimte opleveren.

IBM-voorzieningen

Door IBM geannonceerde aanpasbare rails voor niet door IBM gemaakte rekken zijn beschikbaar in de volgende productconfiguraties:
  • System i
    • 7883 - model 9406-520 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset en hardware voor laden
    • 7798 - model 9406-550 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset en hardware voor laden
  • System p
    • 7161 - model 9111-520 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
    • 7163 - model 9113-550 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
    • 7165 - model 9117-570 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
    • 7166 - model 9110-510 door IBM of niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
  • OpenPower
    • 7163 - OpenPower 720 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
    • 7166 - OpenPower 710 Door IBM of niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde geleiderset voor laden
De volgende voorzieningen voor niet door IBM gemaakte rekken zijn beschikbaar:
  • System p
    • 7969 - model 9117-570 niet-IBM chassis/frontplaat
    • 7873 - model 9111-520 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde frontplaat en hardware voor laden
    • 7874 - model 9113-550 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde frontplaat en hardware voor laden
    • 7999 model 9110-510 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde frontplaat en hardware voor laden
  • OpenPower
    • 7999 - OpenPower 710 niet door IBM gemaakte, in een rek geïnstalleerde frontplaat en hardware voor laden
    • 7915 - OpenPower 720 door OEM-leveranciers gemaakte, in een rek geïnstalleerde frontplaat en hardware voor laden

Speciale overwegingen bij het installeren van een model 570 in een niet-IBM-rek

In de volgende afbeelding wordt het routepad weergegeven van de model 570-flexverbindingen in een IBM Enterprise-rek. De voorste flexverbinding steekt 70 mm uit ten opzichte van de railinstallatieflenzen. De achterste flexverbinding steekt 25 mm uit. Een niet-IBM-rek moet over deze extra ruimte beschikken om de flexverbinding op de juiste manier te kunnen installeren en voldoende tegen fysieke schade te kunnen beschermen.


Routepad voor model 570-flexverbinding
Figuur 2. Routepad voor model 570-flexverbinding (aanzicht voorkant)

Routepad voor model 570-flexverbinding
Figuur 3. Routepad voor model 570-flexverbinding (aanzicht achterkant)

Algemene veiligheidseisen voor IBM -producten die in een niet-IBM-rek of behuizing zijn geïnstalleerd

De algemene veiligheidseisen voor IBM -producten die in een niet-IBM-rekken zijn geïnstalleerd, zijn:

  1. Voor elk product of onderdeel dat wordt aangesloten op een IBM -stroomverdeler of op de hoofdstroomvoorziening (via een netsnoer) of gebruikmaakt van een voltage van meer dan 42 V wisselstroom of 60 V gelijkstroom (dit voltage wordt als gevaarlijk beschouwd) moet een veiligheidscertificaat worden afgegeven door een NRLT (Nationally Recognized Test Laboratory) in het land waar dit product of onderdeel wordt geïnstalleerd.

    Apparaten waarvan de veiligheid moet worden gecertificeerd zijn onder andere: het rek of de behuizing (indien het elektrische onderdelen bevat die deel uitmaken van het rek of de behuizing), ventilatorhouders, stroomverdelers, UPS (Uninterruptible Power Supplies), stekkerdozen of eventuele andere producten die in het rek of de behuizing zijn geïnstalleerd en verbonden zijn met een gevaarlijk voltage.

    Voorbeelden van door de OSHA goedgekeurde NRTL's voor de Verenigde Staten:
    • UL
    • ETL
    • CSA (met CSA NRTL- of CSA US-merk)
    Voorbeelden van goedgekeurde NRTL's voor Canada:
    • UL (Ulc-merk)
    • ETL (ETLc-merk)
    • CSA

    De Europese Unie vereist een CE-merk en een DOC (Declaration of Conformity) van de fabrikant.

    Gecertificeerde producten dienen ergens op het product of het productlabel NRTL-logo's of -merken te bevatten. Het bewijs van certificering moet echter worden overlegd indien IBM hierom vraagt. Dit bewijs bestaat uit bepaalde stukken, zoals kopieën van de NRTL-licentie of -certificaat, een CB-certificaat, een autorisatiebrief waarin het toepassen van het NRTL-merk wordt geautoriseerd, de eerste paar pagina's van het NRTL-certificeringsrapport, een vermelding in een NRTL-publicatie, of een kopie van de UL Yellow Card. Het bewijs bevat de naam van de fabrikant, producttype en model, de standaard op basis waarvan de certificering heeft plaatsgevonden, de NRTL-naam of -logo, het NRTL-dossiernummer of licentienummer, en een lijst met bepaalde acceptatievoorwaarden of afwijkingen. Een DOC (Declaration of Conformity) van de fabrikant wordt niet aanvaard als bewijs voor een NRTL-certificering.

  2. Het rek of de behuizing moet aan alle elektrische en mechanische wettelijke veiligheidseisen voldoen van het land waar het wordt geïnstalleerd.

    Het rek of de behuizing mag niet blootstaan aan gevaren (zoals voltages boven 60 V gelijkstroom of 42 V wisselstroom, stroomtoevoer van meer dan 240 VA, scherpe randen, mechanische uitsteeksels of hete oppervlakken).

  3. Er dient een toegankelijk en ondubbelzinnig verbrekingsmechanisme aanwezig te zijn voor elk product in het rek, inclusief alle stroomverdelers.

    Een verbrekingsmechanisme kan bestaan uit de stekker aan het netsnoer (als het netsnoer niet langer is dan 1,8 m (6 ft.), de aansluiting van het apparaat (als het netsnoer kan worden verwijderd), of een aan-/uitknop, of een noodknop voor het uitschakelen van de stroom in het rek, vooropgesteld dat het verbrekingsmechanisme alle stroom uit het rek of product verwijdert.

    Als het rek/of de behuizing elektrische onderdelen (zoals ventilatorhouders of lampen) bevat, dient het rek een toegankelijk en ondubbelzinnig verbrekingsmechanisme te hebben.

  4. Het rek of de behuizing, de stroomverdeler en stekkerdozen, en de producten die in het rek of de behuizing zijn geïnstalleerd, moeten allemaal op de juiste manier zijn geaard met de vloer van het bedrijf van de klant.

    Er mag niet meer dan 0,1 Ohm spanning bestaan tussen de aardegeleider van de stroomverdeler of de stekker van het rek en elk aanraakbaar metaal of geleidend oppervlak op het rek en op de producten die in het rek zijn geïnstalleerd. De aardingsmethode moet aan de elektrische voorschriften (bijvoorbeeld NEC of CEC) van dat land voldoen. De aardingscontinuïteit kan worden gecontroleerd door het IBM -servicepersoneel nadat de installatie is voltooid en moet worden gecontroleerd voordat de eerste serviceactiviteit wordt uitgevoerd.

  5. Het voltageniveau van de stroomverdeler en stekkerdozen moet compatibel zijn met de producten die hierop zijn aangesloten.

    Het stroom- of energieniveau van de stroomverdeler of de stekkerdozen moet 80 procent zijn van de stroomvoorziening van het gebouw (zoals vereist wordt door de National Electrical Code en de Canadian Electrical Code). De totale belasting van de stroomverdeler moet minder zijn dan het energieniveau van de stroomverdeler. Voorbeeld: een stroomverdeler met een 30 A-verbinding is geschikt voor een totale belasting van 24 A (30 A x 80 procent). Daarom moet het totaal van alle apparaten die in dit voorbeeld met de stroomverdeler zijn verbonden lager zijn dan het niveau van 24 A.

    Als er een uninterruptible is geïnstalleerd, moet deze aan alle bovenstaande elektrische veiligheidseisen voldoen die voor een stroomverdeler zijn voorgeschreven (inclusief certificering door een NRTL).

  6. Het rek of de behuizing, stroomverdeler, uninterruptible, stekkerdozen en alle producten in het rek of de behuizing moeten volgens de instructies van de fabrikant worden geïnstalleerd conform alle nationale, provinciale en gemeentelijke voorschriften en regelgevingen.

    Het rek of de behuizing, stroomverdeler, uninterruptible, stekkerdozen en alle producten in het rek of de behuizing moeten worden gebruikt zoals de fabrikant het heeft bedoeld (en zoals in de productdocumentatie en marketinginformatie van de fabrikant is beschreven.

  7. Alle documentatie voor het gebruiken en installeren van het rek of de behuizing, stroomverdeler, uninterruptible en alle producten in het rek of de behuizing, inclusief veiligheidsvoorschriften, moeten ter plaatse beschikbaar zijn.
  8. Als de rekbehuizing meer dan één krachtbron bevat, dienen veiligheidslabels met de tekst "Meerdere krachtbronnen" (in de talen die vereist zijn voor het land waar het product wordt geïnstalleerd) duidelijk zichtbaar te zijn.
  9. Als de fabrikant veiligheids- of gewichtslabels heeft aangebracht op het rek of de behuizing of op eventuele producten die in de behuizing zijn geïnstalleerd, dan moeten deze labels intact zijn en vertaald zijn in de talen die vereist zijn voor het land waar het product is geïnstalleerd.
  10. Als het rek of de behuizing deuren heeft, wordt het rek per definitie een brandwerend geheel en moet het voldoen aan de van toepassing zijnde brandbaarheidsnormen (V-0 of beter). Volledig metalen behuizingen van ten minste 1 mm (0,04 in.) dik voldoen aan deze normering.

    Niet afsluitend (decoratief) materiaal moet aan een brandbaarheidsnorm van V-1 of beter voldoen. Als er glas wordt gebruikt (in bijvoorbeeld rekdeuren), dient dit veiligheidsglas te zijn. Als er houten planken in het rek/de behuizing worden gebruikt, dienen deze planken met een door de UL goedgekeurde hittevertragende laag worden behandeld.

  11. De configuratie van het rek of de behuizing moet voldoen aan alle IBM -vereisten voor "veiligheid voor service" (neem contact op met de installatieplanningsmedewerker van IBM om te bepalen of de omgeving veilig is).

    Er mogen geen unieke onderhoudsprocedures of -programma's voor de service vereist zijn.

    Voor verhoogde service-installaties, waarbij de te onderhouden producten tussen 1,5 m en 3,7 m (5 ft. en 12 ft.) boven de vloer worden geïnstalleerd, is de aanwezigheid van een door de OSHA en CSA goedgekeurde, niet-geleidende trapladder verplicht. Als er een ladder voor de service vereist is, dient de klant te zorgen voor deze door de OSHA en CSA goedgekeurde, niet-geleidende trapladder (tenzij er andere afspraken zijn gemaakt met de plaatselijke IBM -serviceafdeling). Voor producten die meer dan 2,9 m boven de vloer zijn geïnstalleerd, moet eerst een "special bid" worden afgesloten voordat deze producten door het IBM -servicepersoneel kunnen worden onderhouden.

    Voor producten die niet bedoeld zijn om in een rek te worden geïnstalleerd en die door IBM worden onderhouden, geldt dat de producten en onderdelen die als onderdeel van die service worden vervangen niet zwaarder mogen zijn dan 11,4 kg (25 lb.). Neem bij twijfel contact op met uw installatieplanningsmedewerker.

    Er mag geen speciale opleiding of training vereist zijn voor een veilig onderhoud van de producten die in rekken de zijn geïnstalleerd (neem bij twijfel contact op met uw installatieplanningsmedewerker).


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen