Op een verhoogde vloer worden slangen onder de vloertegels geplaatst en worden achter het rek via speciale uitsparingen in de vloertegel naar boven geleid. De slangen worden aangesloten op de aansluitingen aan de onderkant van de warmtewisselaar.
Opmerking: In de volgende voorbeelden wordt de optimale plaatsing en de grootte van de openingen afgebeeld die voor slangen worden gebruikt. Voor sommige producten kunnen er in de installatieplanningsdocumenten van
IBM
andere plaatsen voor gaten worden aanbevolen (voor zware rekken is het
bijvoorbeeld
niet toegestaan om openingen aan te brengen in tegels waarom de wielen van het rek rusten). De specifieke productvereisten hebben voorrang op de vereisten die in dit onderwerp worden besproken.
U moet zich ook houden aan aanbevelingen voor openingen in verstevigde tegels voor sokkels en dwarsbalken
versus niet verstevigde tegels. De bestaande tegeluitsparingen voor elektrische of andere kabels kunnen
worden gebruikt (of worden uitgebreid) voor de slangen, als er voldoende ruimte beschikbaar is en de
beide slangen nog goed kunnen bewegen als de klep wordt geopend of gesloten. In het algemeen moeten de slangen uit de vloertegels komen op plekken waar er geen grote krachten op de slangen wordt uitgeoefend en de slangen niet kunnen schuren waardoor deze kunnen gaan lekken.
Vereisten en beheer van slangen voor een verhoogde vloer
Een warmtewisselaar heeft standaard een vloertegel van 0,6 m
bij 0,6 m (2 ft. bij 2 ft.) aan de onderkant nodig en een voor het rek. Er wordt een opening in de tegel gemaakt die op de juiste manier moet worden beschermd tegen scherpe randen. De hoekopening wordt direct onder de scharnierende kant van de achterklep van het rek geplaatst. De grootte van de opening is 152,4 mm breed en 190,5 mm lang +/- 12,7 mm (6,0 in. breed en 7,5 in. lang +/- 0,5 in.) in de lengterichting ten opzichte van de klep. In de volgende afbeeldingen ziet u voorbeelden van methoden voor het plaatsen van slangen.
Figuur 1. Voorbeeld 1 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer. Grootte en plaats van de uitsparing in de tegel voor 19-inch EIA-rail-rekken.
Figuur 2. Voorbeeld 1 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer. Grootte en plaats van de uitsparing in de tegel voor 24-inch EIA-rail-rekken.
Figuur 3. Voorbeeld 1 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer. Grootte en plaats van de uitsparing in de tegel voor 19-inch EIA-rail-rekken.
Figuur 4. Voorbeeld 1 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer. Grootte en plaats van de uitsparing in de tegel voor 24-inch EIA-rail-rekken.
In een ander voorbeeld, voor rekken die tegelijkertijd met de warmtewisselaar worden geïnstalleerd en in gevallen waarbij in de installatieplanning uitsparingen van de tegel onder het rek zijn toegestaan, vereist elke warmtewisselaar nog steeds een speciale uitsparing van 0,6 m bij 0,6 m (2 ft. bij 2 ft.) De vloertegel wordt echter volledig binnen de omvang van het rek geplaatst. Er wordt een aangepaste kabelopening of een aparte opening voor de slang gebruikt. Flexible slangen die een rechthoekige elleboogpijp hebben, worden gebruikt om de slangen met een grote lus onder het rek door te laten lopen zodat de slang nog kan bewegen als de klep wordt geopend en gesloten. In de volgende afbeeldingen wordt weergegeven hoe slangen onder een rek kunnen doorlopen en de slang voldoende lengte heeft om vrijelijk te bewegen als de klep wordt geopend en gesloten.
Figuur 5. Voorbeeld 2 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer en een niet verhoogde vloer. Lus onder het 19-inch EIA-rail-rek met de klep gesloten
Figuur 6. Voorbeeld 2 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer en een niet verhoogde vloer. Lus onder het 24-inch EIA-rail-rek met de klep gesloten
Figuur 7. Voorbeeld 2 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer en een niet verhoogde vloer. Lus onder het 19-inch EIA-rail-rek met de klep geopend
Figuur 8. Voorbeeld 2 voor het plaatsen van slangen op een verhoogde vloer en een niet verhoogde vloer. Lus onder het 24-inch EIA-rail-rek met de klep geopend
Slangen naast elkaar leggen die tussen de warmtewisselaar en de toevoer- en afvoerverdeelstukken lopen en zorgen dat de slangen vrijelijk kunnen bewegen. Geef de slangen voldoende speling onder de achterklep zodat er weinig krachten op de klep worden uitgeoefend als de slangen zijn aangesloten en worden gebruikt. Als u een slang plaatst, moet u scherpe bochten vermijden zodat er geen knik in de slang komt en moet u contact met scherpe randen vermijden.