Lichtbronnen in de apparatuurruimte en op werkstationplekken moeten een algemeen verlichtingsniveau hebben van 300 tot 500 lumen/m2 (lux). Er is voldoende licht nodig om de server normaal te kunnen bedienen of om onderhoud uit te voeren. Als u de apparatuurruimte en werkplekken voorbereidt, kunt u overwegen om de ruimte een lichte kleur te geven en een wit plafond zodat licht wordt gereflecteerd (in plaats van geabsorbeerd). Om weerkaatsingen te voorkomen moeten er geen ramen tegenover het gezichtsveld van de gebruiker zijn of tegenover het beeldscherm. Direct zonlicht kan storingen van lichtgevoelige apparaten veroorzaken en bemoeilijkt het aflezen van de verschillende signaallampjes.
Om vermoeide ogen te voorkomen, dienen lichtbronnen compatibel te zijn. Universele witte fluorescerende lampen zijn compatibel met zowel gloeilampen als daglicht.
Op de volgende afbeelding wordt een voorgestelde indeling voor de belichting van een werkstation aangegeven.
Zorg voor een werkende en voldoende heldere noodverlichting zodat de ruimte altijd veilig kan worden verlaten.