Kwaliteit van de energie

De kwaliteit van de elektrische stroom kan een groot verschil maken voor gevoelige elektronische apparatuur. IBM-apparaten zijn erg robuust en zijn bestand tegen stroomstoringen en stroomstoten. Grote stroomstoringen kunnen echter storingen of fouten in de energievoorziening van de apparatuur veroorzaken. Stroomstoten kunnen afkomstig zijn van het elektriciteitsbedrijf, maar worden vaker veroorzaakt door elektrische apparatuur die in het gebouw is geïnstalleerd. Stroomstoten kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door lasapparaten, hijskranen, motors, inductieovens, liften, kopieermachines en andere kantoorapparaten. De beste manier om problemen te voorkomen die door stroomstoringen worden veroorzaakt, is om apparatuur die stroomstoten kan veroorzaken op een andere energievoorziening te laten werken dan de energievoorziening van uw IT-apparatuur.

Aarde

Als de term aarde wordt gebruikt met betrekking tot elektrische stroomsystemen wordt een geleidende verbinding bedoeld tussen een elektrisch circuit en de aarde of een ander geleidend voorwerp dat als aarde fungeert. De term aarde wordt het meest gebruikt, maar ook de termen aarding of terra worden gebruikt. In dit onderwerp wordt er geen onderscheid gemaakt tussen deze termen en andere lokale taalvarianten.

Aarde is een essentieel onderdeel voor een distributiesysteem voor elektrische stroom. Als een aardingssysteem op de juiste manier is geïnstalleerd, kan apparatuur die met de elektrische krachtbron is verbonden veilig worden gebruikt, zowel onder normale condities als in het geval van elektrische storingen of storingen in de apparatuur. De veiligheidsfunctie van aarde en aardingsmethoden is vastgelegd in lokale en nationale voorschriften voor elektrische bedrading. In de Verenigde Staten staan dergelijke voorschriften bekend als de National Electric Code of publicatie 70 van de National Fire Protection Association. Veel landen hebben de National Electric Code overgenomen of hebben vergelijkbare voorschriften ontwikkeld.

De National Electric Code en vergelijkbare voorschriften hebben een veilige werking van distributiesystemen voor elektrische stroom en installaties met elektrische apparatuur als hoofddoel. Een efficiënte werking van apparaten die met de stroomdistributiesystemen zijn verbonden, kan echter niet altijd worden gegarandeerd als deze voorschriften worden nageleefd. Als er gevoelige apparatuur wordt aangesloten, is het vaak nodig om extra aardeverbindingen aan te leggen. Extra aardeverbindingen worden vooral aanbevolen als er kans is op hoge frequentie- of radiofrequentiestoringen die van invloed kunnen zijn op elektronische circuits. Deze extra aardingsvereisten worden voor bepaalde apparatuur vaak in de installatiedocumentatie besproken. Extra aardingsvereisten kunnen ook bestaan uit aanbevelingen op basis van evaluaties, rapporten of onderzoeken van ingenieursbureaus of computercentra. In lokale en nationale voorschriften wordt rekening gehouden met het installeren van extra aardegeleiders.

Aarding

IBM-apparaten hebben, tenzij dubbel geïsoleerd, netsnoeren met een geïsoleerde aardingsgeleider (kleurcode groen of groen met gele streep) waarmee het frame van het apparaatwordt verbonden met het aardingspunt van de netsnoeraansluiting. De netsnoeraansluitingen van IBM-apparaten worden in de documentatie van de apparatuur besproken en moeten bij de bijpassende stekkers horen. In sommige gevallen bestaat er de mogelijkheid om vergelijkbare aansluitingen van andere fabrikanten te gebruiken. IBM-stekkers van de apparatuur mogen niet worden vervangen of worden aangepast zodat deze op bestaande aansluitingen passen. Als u dit toch doet, kan de veiligheid in gevaar komen en kunt u het recht op garantie verliezen. De aansluitingen voorIBM-apparaten moeten worden aangesloten op een verdeelkast met een aardingsgeleider die verbonden is met de aardingsbusbalk in het distributiepaneel van de verdeelkast. De aardingsbusbalk in het paneel moet vervolgens met de aarding van de service-ingang of het gebouw worden verbonden via een aardingsgeleider.

IT-apparatuur moet op de juiste manier worden geaard. Het wordt aanbevolen om een geïsoleerde, groene aardingsdraad, die even groot is als de fasedraad, te installeren tussen het verdeelkastpaneel en het stopcontact.

Voor de veiligheid van het personeel moet de aarde een voldoende lage impedantie hebben om het voltage te beperken tot de aarde en de werking van beschermende apparaten in het circuit te ondersteunen. Het aardingspad mag bijvoorbeeld niet hoger zijn dan 1 ohm voor verdeelkastapparaten van 120 volt en 20 ampère.

De impedantielimiet van het aardingspad is 0,5 ohm voor verdeelkasten van 120 volt die worden beschermd door stroomonderbrekers van 30 ampère. De limiet bedraagt 0,1 ohm voor 120 volts circuits van 60 tot 100 ampère.

Alle aarding die de ruimte binnenkomt moet ergens in het gebouw worden gebundeld om voor een gemeenschappelijk aardingspotentieel te zorgen. Dit geldt ook voor eventuele afzonderlijke voedingsbronnen, verlichting en extra stopcontacten, en andere geaarde objecten, zoals bouwstaal, leidingen en afvoeren.

De aardingsgeleider moet elektrisch verbonden zijn met de buitenkant van het computerstroomcentrum en met het aardingspunt van het stopcontact. Een kabelgoot mag niet de enige aarding zijn en moet parallel verbonden zijn met eventuele aardingsgeleiders.

Figuur 1. Tijdelijke aardingsplaat
Tijdelijke aardingsplaat

Tijdelijke aarding

Om de effecten van hoogfrequente elektrische ruis te minimaliseren, moet de verdeelkast voor de apparatuur zodanig worden geïnstalleerd dat het paneel contact maakt met bouwstaal of hier met een korte kabel mee verbonden is. Als dit niet mogelijk is, kan er een metalen plaat van ten miste 1 m2 worden gebruikt die contact maakt met het metselwerk. De plaat moet worden verbonden met de gemeenschappelijke, groene geleider.

Figuur 2. Tijdelijke aardingsplaat
Tijdelijke aardingsplaat

De verbinding kan het beste worden gemaakt met een gevlochten band. Als er geen gevlochten band beschikbaar is, moet de verbinding bestaan uit nr 12 AWG (3,3 mm of 0,0051 in.) of grotere geleider en moet niet langer zijn dan 1,5 m (5 ft.). Om de lengte te beperken, moet deze gevlochten band of geleider bij voorkeur worden verbonden met het dichtstbijzijnde deel van de buitenkant van het paneel, mits de buitenkant elektrisch geleidend is vanaf het gemeenschappelijke punt van de groene geleider tot aan dit punt van de verbinding.

De draagstructuur van de verhoogde vloer kan als vervanger van de tijdelijke plaat worden gebruikt mits deze structuur over een consistent laag impedantiepad heeft. Als de verhoogde vloer dwarsbalken heeft of andere hulpconstructies die een elektrische verbinding maken met de stutten, dan kan de vloer zelf als een SRP (Signal Reference Plane) worden gebruikt. Sommige verhoogde vloeren hebben geen dwarsbalken en de vloertegels vallen alleen door de zwaartekracht in de geïsoleerde stutten. Als er geen betrouwbare elektrische verbinding tussen de stutten bestaat, kan er een SRG (Signal Reference Grid) (zie afbeelding) worden gemaakt door de stutten onderling met geleiders te verbinden. Een minmaal raster verbindt de stutten om en om in de directe omgeving van het stroompaneel en is in alle richtingen minstens 3 m (10 ft.) lang.

Figuur 3. Tijdelijke aarding met behulp van de verhoogde-vloersteunconstructie
Tijdelijke aarding met behulp van de verhoogde-vloersteunconstructie
Figuur 4. SRG (Signal Reference Grid)
Afbeelding van SRG (Signal Reference Grid)

Er is een gevlochten, kale of geïsoleerde geleider van nr 8 AWG (8 mm of 0,0124 in.) koperdraad vereist. Deze geleider zorgt voor een laag impedantiepad en is sterk genoeg om fysieke schade te voorkomen. Elke verbindingsmethode is aanvaardbaar mits deze voor een betrouwbare elektrische en mechanische verbinding zorgt.

Een zelfstandig, onafhankelijk opgewekt energiesysteem (computerstroomcentra, transformators, motorgeneratoren) dat op een verhoogde vloer is geïnstalleerd, heeft dezelfde vereisten.

Energiespecificaties

Uw server is normaal gesproken uitgerust met een energievoorziening die voldoet aan de voltagestandaards van 50 of 60 hertz die in de volgende tabellen worden weergegeven.

Tabel 1. 50 hertz standaardvoltages
  50 hertz nominale voltages
Enkelfase 100 110 200 220 230 240
Driefase 200 220 380 400 415  
Tabel 2. 60 hertz standaardvoltages
  60 hertz nominale voltages
Enkelfase 100 110 120 127 200 208 220 240 277
Driefase 200 208 220 240 480        

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen