De eerste stap bij de planning van uw netwerk is de ontwikkeling van een softwareplan met daarin de details van de toepassingen die u vanaf het netwerk wilt uitvoeren en de minimale bandbreedte en maximale responstijden die voor die toepassingen vereist zijn. Nadat u de vereiste bandbreedte en responstijden hebt bepaald, kunt u beginnen aan de ontwikkeling van een hardwareplan.
| Voordat u begint | |
|---|---|
| __ | Maak een overzicht van de bedrijfsactiviteiten die gebruikmaken van netwerkresources. |
| __ | Bekijk de informatie voor zover die betrekking heeft op uw type servers, bijvoorbeeld het werkblad voor netwerkplanning in het iSeries Informatiecentrum en het onderwerp Planning your TCP/IP Network in de System Management Guide in het AIX en pSeries Informatiecentrum. |
| Taken voor de planning van netwerksoftware | |||
|---|---|---|---|
| __ | Maak een overzicht van
de netwerktoepassingen Stel een lijst op van de toepassingen die gebruikmaken van netwerkresources, te beginnen met de lijst van bedrijfsactiviteiten. De typen toepassingen strekken zich uit van universele toepassingen, zoals voor e-mail en webservers, tot gespecialiseerde toepassingen zoals video conferencing en voice over IP. Afhankelijk van de lijst van toepassingen en het aantal gebruikers dat toegang tot die toepassingen moet hebben, kunnen de vereisten voor netwerkresources sterk variëren. Uitgaan van de toepassingen is daarom een belangrijke eerste stap in het bepalen van de omvang van uw netwerkplan. |
||
| __ | Zorg dat u een netwerknummer krijgt Voor de communicatie van uw netwerk met het internet hebt u een netwerknummer nodig en moet u uw domein registreren bij een geaccrediteerde service voor domeinregistratie. De Internet Corporation of Assigned Names and Numbers (ICANN) houdt een lijst bij van geaccrediteerde registraties in uw regio. Het gehele overzicht van de logische verbindingen, inclusief IP-adressen en daaraan gekoppelde hostnamen, begint met een aan uw organisatie toegewezen naam en nummer. Zie voor meer informatie over het verkrijgen van een naam en een nummer de website ICANN Information. |
||
| __ | Stel een schema voor de IP-adressen op Uw hosts, dat zijn de werkstations van de eindgebruikers, moeten IP-adressen hebben die zijn gebaseerd op de aam en het nummer die aan u zijn toegewezen. Het door u opgestelde schema moet zijn afgestemd op de behoeften van uw organisatie en moet eenvoudig te beheren zijn. Om vele redenen is het adressenschema een centraal onderdeel van uw netwerksoftwareplan. Het basisschema behelst de toewijzing van een uniek IP-adres en een hostnaam aan elke host in het netwerk. Daarmee kunnen de toepassingen het adres en de hostnaam opzoeken voor de verzending van de nodige berichten. Afhankelijk van de omvang van uw netwerk is de eerste afweging die u bij de opstelling van dit schema moet maken, of u statische of dynamische adressen wilt gebruiken. Voor het beheer van groeiende netwerken wordt meestal dynamische adressering gebruikt voor werkstations en statische adressering voor servers. Bij dynamische adressering worden IP-adressen automatisch toegewezen, waardoor de overhead voor beheer aanmerkelijk kan worden teruggedrongen. Dynamische adressering vindt gewoonlijk plaats via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol). Afhankelijk van uw besturingsomgeving zijn er verschillende tools beschikbaar waarmee u de configuratie en het beheer van een DHCP-server betrekkelijk eenvoudig kunt regelen. Voor informatie over het plannen van uw IP-adresseringsschema raadpleegt
u het hoofdstuk over het beheer van adressen, namen en netwerken in de publicatie
IP Network Design Guide. |
||
| __ | Maak een database voor uw IP-adressen en hostnamen. U dient alle IP-adressen en hostnamen in uw netwerk bij te houden om op een efficiënte manier organisatorische wijzigingen te kunnen beheren en problemen met de bandbreedte en met responstijden te kunnen oplossen. Start daarmee door een overzicht te maken van alle IP-adressen en hostnamen op het netwerk. Er zijn diverse ontwikkeltools beschikbaar met behulp waarvan u een database kunt maken waarin IP-adressen of hostnamen zijn gekoppeld aan de namen van afzonderlijke machines in uw netwerktopologie. De machinenamen worden in het algemeen aangeduid met het MAC-adres (Medium Access Control) op de netwerkkaart van de host. Voor informatie over het opzetten van een naamruimte
voor een IP-adres en een host raadpleegt
u het hoofdstuk over het beheer van adressen, namen en netwerken in de publicatie
IP
Network Design Guide. |
||
| __ | Maak een planning voor namenbeheer Voor het beheer van hostnamen en IP-adressen, inclusief de onderlinge relaties in netwerkdomeinen en -zones, is een bepaalde vorm van directoryservices vereist. De keuzemogelijkheden daarvoor hangen af van het type naamservice dat u gebruikt. Als u gebruikmaakt van statische adressering, wordt dat meestal gedaan via een Domain Name System (DNS). Een DNS-server verstrekt aan de toepassingen een koppeling tussen IP-adressen en hostnamen ongeacht waar deze zich in de verschillende netwerkdomeinen en -zones bevinden. Daarnaast worden nog meer essentiële gegevens aan de toepassing verstrekt. Als u DHCP gebruikt voor de dynamische toewijzing van adressen, krijgen de hosts elke keer na het opstarten en initialiseren van een verbinding met de DHCP-server een nieuw IP-adres. Voor het beheer van de namen en adressen in een dynamisch adresseringssysteem hebt u een dynamisch DNS (Domain Name System) nodig. Voor informatie over het plannen van uw namenbeheer raadpleegt
u het hoofdstuk over het beheer van adressen, namen en netwerken in de publicatie
IP Network
Design Guide. |
||
| __ | Planning voor subnetten In uitgebreide netwerken met routers wordt met een groot aantal hosts veel overhead gegenereerd. Om de performance en de beheersbaarheid te verbeteren, kan het hostnummer (normaal gesproken de tweede helft van een IP-adres) worden onderverdeeld in een subnetnummer en een hostnummer, waarmee een tweede logisch netwerk wordt verkregen. Dat tweede netwerk wordt een subnetwerk of een subnet genoemd. Het bepalen van uw subnetschema is een belangrijke stap in uw netwerksoftwareplan. Een goed schema zorgt ervoor dat elke router in het netwerk goed functioneert en dat uw hosts de berichten niet via te veel tussenschijven moeten verzenden voordat deze hun bestemming bereiken. Voor informatie over het plannen van subnetten raadpleegt
u het hoofdstuk over het beheer van adressen, namen en netwerken in de publicatie
IP Network
Design Guide. |
||
| __ | Maak een planning voor subdivisies Ter verbetering van de beheermogelijkheden moet u een administratieve indeling maken, zodat vertrouwelijke informatie kan worden afgeschermd en kan worden gezorgd dat bedrijfskritische processen over voldoende resources beschikken. Vaak worden organisaties verdeeld in een voorgrondstuk en een achtergrondstuk. Het voorgrondstuk bestaat uit het basisnetwerk van bestanden en printers en voorziet ook in het e-mailgebruik en de internetaansluitingen voor de gebruikers. Het achtergrondstuk bevat alle transactieverwerking voor de organisatie, waaronder geautomatiseerde boekhouding, verzending en ontvangst, internet- en e-commercetaken en andere typen elektronisch dataverkeer. Bij de planning voor de administratieve afdelingen behoort ook de platformkeuze voor de verschillende onderdelen. Voor het voorgrondstuk gelden mogelijk niet de stringente vereisten wat betreft performance, beschikbaarheid en beveiliging die voor de achtergrondtaken nodig zijn. IBM-besturingssystemen en servermodellen zijn geschikt voor het hele spectrum van mogelijke administratieve afdelingen. Met de IBM-systemen kunt u een Windows- of Linux-systeem voor voorgrondtaken combineren met een mix van AIX-, i5/OS- en Linux-systemen voor achtergrondtaken. Stel in overleg met uw IBM-vertegenwoordiger een optimaal schema op voor de administratieve afdelingen in uw organisatie. Voor informatie over het plannen
voor administratieve afdelingen raadpleegt
u het hoofdstuk over het beheer van adressen, namen en netwerken in de publicatie
IP Network
Design Guide. |
||
Als u de taken hebt voltooid die in dit onderwerp zijn aangegeven, beschikt u over een netwerksoftwareplan waarin de volgende elementen voorkomen:
| Na voltooiing | |
|---|---|
| __ | Noteer de toegewezen netwerknummers en -namen. |
| __ | Maak een database van IP-adressen en hostnamen voor het netwerk. |
| __ | Stel een tabel op van de subnetten op het netwerk en vergelijk deze na voltooiing van de topologie met de routingtopologie. |
| __ | Stel een tabel op van de administratieve indeling van het netwerk, inclusief de besturingsomgevingen en de servers die voor elk van de onderdelen gereserveerd zijn. |