(D005)
Voer de onderstaande taken uit om de server te bekabelen.
| Voordat u begint | |
|---|---|
| __ | Als u hardwarevoorzieningen hebt die nog niet zijn geïnstalleerd, kunt u die nu installeren. Voor instructies raadpleegt u Voorzieningen installeren en onderdelen vervangen. |
| Uitbreidingseenheden bekabelen | |||
|---|---|---|---|
| __ | Hebt u een uitbreidingseenheid?
|
||
| De externe kabels aansluiten | |||
|---|---|---|---|
| __ | Als u optionele adapters gebruikt,
(zoals een Token-Ring of 8-poorts EIA-232-adapter), sluit u de kabels aan op de
juiste adapteraansluitingen in de PCI-sleuven in uw computer. Gebruik
de tabel bij Kabels en adapters voor het aansluiten
van de kabels op de bijbehorende adapters aan de achterzijde van de server. Niet alle adapters
worden afgebeeld.
Opmerking: Als een kabel niet met de server is meegeleverd, dient u er
zelf voor te zorgen.
|
||
| Apparaten aansluiten met behulp van de systeempoorten | |||
|---|---|---|---|
| __ | Als u een IBM System p5 of eServer p5-server hebt, zijn de systeempoorten op de achterkant van de server uitgeschakeld als de server is aangesloten op een HMC. | ||
| __ | Als u een IBM System i5 or eServer i5-server hebt en u wilt deze aansluiten op een UPS (noodvoeding), hebt u een seriële conversiekabel nodig. Raadpleeg Seriële conversiekabel voor UPS voor de desbetreffende instructies. Sluit het netsnoer van de UPS nog niet aan op het stopcontact en start de server nog niet op. | ||
| Opmerking: Het aansluiten van
High Availability Cluster Multiprocessing (HACMP)-kabels op desysteempoort aan de achterzijde van
de server wordt niet ondersteund.
|
|||
| De netsnoeren aansluiten | |||
|---|---|---|---|
| __ | Leid de netsnoeren langs de ringen of klemmen die zijn aangebracht om te voorkomen dat de netsnoeren worden losgetrokken. | ||
| __ | Als uw server is voorzien van een geleidering, haalt u het netsnoer
door de ring voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server.
Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:![]() |
||
| __ | Als uw server is voorzien van een geleideklem, bevestigt u het
netsnoer onder de klem voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server. Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:![]() |
||
| __ | Sluit de netsnoeren aan op het systeem, beeldscherm
en de aangesloten apparatuur. Sluit de voedingskabels niet
aan op een voedingsbron voordat hiertoe instructie wordt gegeven. Opmerking: Als u de server aansluit op een voedingsbron voordat de HMC is geconfigureerd als
de DHCP-server, wordt de server geïnitialiseerd met standaard IP-adressen (HMC1 als
192.168.2.147 en HMC2 als 192.168.3.147) in plaats van dat wordt gewacht op een
adreswaarde van de HMC.
Als u toch per ongeluk de server aansluit op een
voedingsbron, wordt het IP-adres gecorrigeerd tijdens de HMC-configuratiestap van de
installatieprocedure.
|
||
| De Hardware Management Console-kabels aansluiten | |||
|---|---|---|---|
| __ | Bekabeling van de HMC (zie Bekabeling van de HMC). | ||
| De kabels langs de kabelarm leiden | ||
|---|---|---|
| __ | Is uw server geïnstalleerd in een rek?
|
|
| __ | Plaats het systeem in de servicepositie.
|
|
| __ | Leid de kabels door de haken langs de kabelgeleiderarm en bevestig de kabels
met de bijgeleverde strips. ![]() |
|
| __ | Na het bevestigen van de kabels aan de kabelarm, gaat u naar de voorzijde van het rek en schuift u de systeemlade heen en weer. Let daarbij op de kabels en het bewegen van kabelarm en let erop dat de kabels niet verstrikt raken. | |
| Na voltooiing | |
|---|---|
| __ | Hebt u een kabelhaak ontvangen bij de levering van uw
rek?
|
| __ | Keer terug naar uw oorspronkelijke checklist voor de installatie van de server en ga verder met de volgende stap. |