Bekabeling van een model 9406-520 en een Hardware Management Console (HMC)

Gevaar!
Als u aan of in de buurt van het systeem werkt, neem dan de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
Elektrische spanning en stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Ter voorkoming van een elektrische schok:
  • Sluit deze eenheid uitsluitend met behulp van het door IBM geleverde voedingssnoer aan op de voedingsbron. Maak geen gebruik van een voedingssnoer dat IBM voor enig ander product heeft geleverd.
  • Maak de voedingseenheid niet open en voer er geen onderhoud aan uit.
  • Sluit tijdens onweer geen kabels aan en voer tijdens onweer geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit.
  • Mogelijk is het product uitgerust met meerdere voedingssnoeren. Om alle gevaarlijke voltages te verwijderen, dient u alle voedingssnoeren los te koppelen.
  • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade en geaarde stopcontacten. Controleer of de stopcontacten een spanning en een fasefrequentie hebben die overeenkomt met hetgeen staat vermeld op het plaatje voor elektrische vereisten.
  • Sluit alle apparatuur die op dit product wordt aangesloten aan op correct bedrade stopcontacten.
  • Koppel en ontkoppel signaalkabels indien mogelijk met één hand.
  • Zet nooit apparatuur aan wanneer u sporen van vuur, water of fysieke beschadigingen ziet.
  • Ontkoppel de aangesloten netsnoeren, telecommunicatiesystemen, netwerken en modems voordat u kleppen van de apparatuur opent, tenzij anders aangegeven in de installatie- en configuratieprocedures.
  • Bij het installeren of verplaatsen van dit product of het openen van kleppen van dit product of aangesloten apparatuur dient u alle kabels aan te sluiten en te ontkoppelen zoals is aangegeven in de onderstaande tabel.
    Ontkoppelen:
    1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven).
    2. Haal de stekkers uit het stopcontact.
    3. Ontkoppel de signaalkabels van de aansluitingen.
    4. Ontkoppel alle kabels van de apparaten
    Aansluiten:
    1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven).
    2. Sluit alle kabels aan op de apparaten.
    3. Sluit de signaalkabels aan op de aansluitingen.
    4. Steek de stekkers in het stopcontact.
    5. Zet de apparaten aan.

    (D005)

Voer de onderstaande taken uit om de server te bekabelen.

Voordat u begint
__ Als u hardwarevoorzieningen hebt die nog niet zijn geïnstalleerd, kunt u die nu installeren. Voor instructies raadpleegt u Voorzieningen installeren en onderdelen vervangen.
Uitbreidingseenheden bekabelen
__ Hebt u een uitbreidingseenheid?
  • Ja. Voor instructies over hoe u de uitbreidingseenheid kunt instellen, klikt u op de onderstaande link. Sluit het netsnoer van de uitbreidingseenheid pas aan op het stopcontact wanneer u daartoe later in de checklist instructie ontvangt.

    Uitbreidingseenheden

  • Nee. Ga verder met het volgende gedeelte, Externe kabels aansluiten.
De externe kabels aansluiten
__ Als u optionele adapters gebruikt, (zoals een Token-Ring of 8-poorts EIA-232-adapter), sluit u de kabels aan op de juiste adapteraansluitingen in de PCI-sleuven in uw computer.
Gebruik de tabel bij Kabels en adapters voor het aansluiten van de kabels op de bijbehorende adapters aan de achterzijde van de server. Niet alle adapters worden afgebeeld.
Opmerking: Als een kabel niet met de server is meegeleverd, dient u er zelf voor te zorgen.
Apparaten aansluiten met behulp van de systeempoorten
__ Als u een IBM System p5 of eServer p5-server hebt, zijn de systeempoorten op de achterkant van de server uitgeschakeld als de server is aangesloten op een HMC.
__ Als u een IBM System i5 or eServer i5-server hebt en u wilt deze aansluiten op een UPS (noodvoeding), hebt u een seriële conversiekabel nodig. Raadpleeg Seriële conversiekabel voor UPS voor de desbetreffende instructies. Sluit het netsnoer van de UPS nog niet aan op het stopcontact en start de server nog niet op.
Opmerking: Het aansluiten van High Availability Cluster Multiprocessing IBM (HACMP)-kabels op de systeempoorten aan de achterzijde van de server wordt niet ondersteund.
De netsnoeren aansluiten
__ Leid de netsnoeren langs de ringen of klemmen die zijn aangebracht om te voorkomen dat de netsnoeren worden losgetrokken.
  __ Als uw server is voorzien van een geleidering, haalt u het netsnoer door de ring voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server. Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:
Het netsnoer door de ring leiden om te voorkomen dat het snoer wordt losgetrokken.
  __ Als uw server is voorzien van een geleideklem, bevestigt u het netsnoer onder de klem voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server. Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:
Het netsnoer onder de geleideklem bevestigen om te voorkomen dat het snoer onverwacht wordt losgetrokken.
__ Sluit de netsnoeren aan op het systeem, beeldscherm en de aangesloten apparatuur. Sluit de voedingskabels niet aan op een voedingsbron voordat hiertoe instructie wordt gegeven.
Opmerking: Als u de server aansluit op een voedingsbron voordat de HMC is geconfigureerd als de DHCP-server, wordt de server geïnitialiseerd met standaard IP-adressen (HMC1 als 192.168.2.147 en HMC2 als 192.168.3.147) in plaats van dat wordt gewacht op een adreswaarde van de HMC. Als u toch per ongeluk de server aansluit op een voedingsbron, wordt het IP-adres gecorrigeerd tijdens de HMC-configuratiestap van de installatieprocedure.
De Hardware Management Console-kabels aansluiten
__ Bekabeling van de HMC (zie Bekabeling van de HMC).
De kabels langs de kabelarm leiden
__ Is uw server geïnstalleerd in een rek?
  • Nee. Ga verder met het volgende gedeelte, Na voltooiing.
  • Ja. Voer de volgende stappen uit:
  __ Plaats het systeem in de servicepositie.
  __ Leid de kabels door de haken langs de kabelgeleiderarm en bevestig de kabels met de bijgeleverde strips.
Kabels langs de kabelarm bevestigen
  __ Na het bevestigen van de kabels aan de kabelarm, gaat u naar de voorzijde van het rek en schuift u de systeemlade heen en weer. Let daarbij op de kabels en het bewegen van kabelarm en let erop dat de kabels niet verstrikt raken.
Na voltooiing
__ Hebt u een kabelhaak ontvangen bij de levering van uw rek?
  • Nee. Ga verder met het volgende item.
  • Ja. De kabelhaak maakt het mogelijk de serverkabels aan de achterzijde van het rek netjes weg te werken. U plaatst de kabelhaak door deze in de sleuven aan de achterzijde van het rek te schuiven, zoals in de onderstaande afbeelding:
    De kabelhaak installeren
__ Keer terug naar uw oorspronkelijke checklist voor de installatie van de server en ga verder met de volgende stap.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen