Bekabeling van een 9111-520-model en een ASMI-console

Voer de onderstaande taken uit om de server te bekabelen.

Voordat u begint
__ Als u hardwarevoorzieningen hebt die nog niet zijn geïnstalleerd, kunt u die nu installeren. Voor instructies raadpleegt u Voorzieningen installeren en onderdelen vervangen.
De Advanced System Management Interface (ASMI) aansluiten
__ Als u van plan bent om een PC (met een browser) aan te sluiten op de server voor toegang tot de ASMI, raadpleegt u Toegang tot de ASMI met een webbrowser voor instructies.
__ Als u van plan bent om de ASMI te openen met behulp van het ASCII-werkstation, raadpleegt u Toegang tot de ASMI met behulp van een ASCII-console voor instructies.
Uitbreidingseenheden bekabelen
__ Hebt u een uitbreidingseenheid?
  • Ja. Voor instructies over hoe u de uitbreidingseenheid kunt instellen, klikt u op de onderstaande link. Sluit het netsnoer van de uitbreidingseenheid pas aan op het stopcontact wanneer u daartoe later in de checklist instructie ontvangt.

    Uitbreidingseenheden

  • Nee. Ga verder met het volgende gedeelte, Externe kabels aansluiten.
De externe kabels aansluiten
__ Als u optionele adapters gebruikt, (zoals een Token-Ring of 8-poorts EIA-232-adapter), sluit u de kabels aan op de juiste adapteraansluitingen in de PCI-sleuven in uw computer.
Gebruik de tabel bij Kabels en adapters voor het aansluiten van de kabels op de bijbehorende adapters aan de achterzijde van de server. Niet alle adapters worden afgebeeld.
Opmerking: Als een kabel niet met de server is meegeleverd, dient u er zelf voor te zorgen.
Apparaten aansluiten met behulp van de systeempoorten
__ Als u een IBM System p5 of eServer p5-server hebt en u wilt toegang hebben tot de ASMI wanneer het systeem in de spaarstand Standby staat, sluit u een ASCII-werkstation aan op een systeempoort aan de achterzijde van de server. Voor de achterzijde van de servers raadpleegt u Verwijzingen.
__ Als u werkt met een IBM System p5 of eServer p5-server en u wilt van op afstand toegang hebben tot de ASMI wanneer het systeem in de spaarstand Standby staat, sluit u een modem aan op een systeempoort aan de achterzijde van de server. Voor de achterzijde van de servers raadpleegt u Verwijzingen.
__ Als u een IBM System p5 of eServer p5-server hebt u en u wilt deze aansluiten op een UPS (noodvoeding) raadpleegt u de documentatie bij de UPS. Mogelijk hebt u aanvullende hardware nodig.
__ Als u een IBM System i5 or eServer i5-server hebt en u wilt deze aansluiten op een UPS (noodvoeding), hebt u een seriële conversiekabel nodig. Raadpleeg Seriële conversiekabel voor UPS voor de desbetreffende instructies.
Opmerkingen:
  1. Bij IBM System p5 of eServer p5-servers moet voor elke andere toepassing die een systeempoort gebruikt een systeempoort-adapter in een PCI-sleuf worden geïnstalleerd.
  2. Het aansluiten van High Availability Cluster Multiprocessing IBM (HACMP)-kabels op de systeempoorten aan de achterzijde van de server wordt niet ondersteund.
De netsnoeren aansluiten
__ Leid de netsnoeren langs de ringen of klemmen die zijn aangebracht om te voorkomen dat de netsnoeren worden losgetrokken.
  __ Als uw server is voorzien van een geleidering, haalt u het netsnoer door de ring voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server. Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:
Het netsnoer door de ring leiden om te voorkomen dat het snoer wordt losgetrokken.
  __ Als uw server is voorzien van een geleideklem, bevestigt u het netsnoer onder de klem voordat u het snoer aansluit aan de achterzijde van de server. Dit wordt geïllustreerd in de volgende afbeelding:
Het netsnoer onder de geleideklem bevestigen om te voorkomen dat het snoer onverwacht wordt losgetrokken.
__ Sluit de netsnoeren aan op het systeem, beeldscherm en de aangesloten apparatuur.
De kabels langs de kabelarm leiden
__ Is uw server geïnstalleerd in een rek?
  • Nee. Ga verder met het volgende gedeelte, De server starten.
  • Ja. Voer de volgende stappen uit:
  __ Plaats het systeem in de servicepositie.
  __ Leid de kabels door de haken langs de kabelgeleiderarm en bevestig de kabels met de bijgeleverde strips.
Kabels langs de kabelarm bevestigen
  __ Na het bevestigen van de kabels aan de kabelarm, gaat u naar de voorzijde van het rek en schuift u de systeemlade heen en weer. Let daarbij op de kabels en het bewegen van kabelarm en let erop dat de kabels niet verstrikt raken.
De server starten
__ Zet het systeem aan (zie Het systeem aan- en uitzetten).
Opmerking: Houd er rekening mee dat er enige tijd kan verstrijken tussen het moment dat de server of het werkstation wordt voorzien van stroom en het moment dat een opstartprocedure (IPL) kan worden gestart. Zodra de stroomvoorziening voor de server of het werkstation wordt ingeschakeld, voert de serviceprocessor eerst een zelfcontrole uit, waarbij het bedieningspaneel gedurende maximaal 2 minuten leeg blijft. Wacht totdat de C1XX XXXX-voortgangscodes zijn voltooid en 01 wordt afgebeeld op het bedieningspaneel, voordat u een opstartprocedure (IPL) uitvoert of de functies op het bedieningspaneel wijzigt.
Na voltooiing
__ Hebt u een kabelhaak ontvangen bij de levering van uw rek?
  • Nee. Ga verder met het volgende item.
  • Ja. De kabelhaak maakt het mogelijk de serverkabels aan de achterzijde van het rek netjes weg te werken. U plaatst de kabelhaak door deze in de sleuven aan de achterzijde van het rek te schuiven, zoals in de onderstaande afbeelding:
    De kabelhaak installeren
__ Keer terug naar uw oorspronkelijke checklist voor de installatie van de server en ga verder met de volgende stap.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen