De netwerkinterface instellen als opstartapparaat

In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de F12-functietoets activeert voor het instellen van de netwerkinterface als opstartapparaat.

Op sommige HMC-modellen wordt de F12-toets niet geactiveerd wanneer de HMC wordt aangeschakeld. Met de onderstaande stappen activeert u de F12-functietoets zodat u de netwerkinterface kunt opgeven als opstartapparaat.
Om de netwerkinterface in te stellen als opstartapparaat, moet u deel uitmaken van een van de volgende rolgroepen:
  • superbeheerder
  • operator
  • servicemedewerker

Om de netwerkinterface in te stellen als opstartapparaat, gaat u als volgt te werk:

  1. Sluit de HMC af en schakel deze uit. Raadpleeg voor meer informatie De HMC afsluiten, opnieuw opstarten en de aanmelding beƫindigen.
  2. Schakel de HMC-console aan.
  3. Druk op F1 om het hulpprogramma BIOS Setup te starten.
  4. Selecteer Startup of Start Options.
  5. Selecteer Startup Sequence om de lijst van opstartapparaten te bekijken.
  6. Afhankelijk van het type HMC (desktop of systeemrekversie), gebruikt u de toetsen +/- of de cursortoetsen om de netwerkinterface toe te voegen aan de opstartlijst op een positie na de vaste schijf.
  7. Als de HMC een desktopsysteem is, schakel dan de Start up Device Menu-prompt in. Daarmee activeert u de F12-toets wanneer de HMC wordt aangezet, zodat u het netwerkapparaat kunt selecteren in de opstartlijst.

    Voor CR2- en CR3-machines moet de optie Planar Ethernet PXE/DHCP de waarden Planar Ethernet 1 en Planar Ethernet 2 hebben.

    Op desktop HMC's gaat u als volgt te werk:
    1. Druk op Esc.
    2. Selecteer Devices -> Network Setup.
    3. Zorg dat PXE Boot Agent en PXE Base code zijn ingesteld op Enabled. Als deze instellingen niet zijn opgegeven, vindt geen netwerkcommunicatie plaats.
  8. Wanneer u klaar bent, slaat u de instellingen op en sluit u BIOS-configuratieprogramma af, waarna het opstartproces opnieuw wordt gestart.
U kunt nu op F12 drukken om het netwerkapparaat te selecteren als opstartapparaat. Als een DHCP-server PXE-opdrachten van de HMC accepteert en de vereiste bestanden bevat, zal de HMC daar vanaf opstarten en het venster Backup/Upgrade/Restore/Install worden geopend.

Vanaf HMC Versie 5 Release 2.0, kan de opdracht chhmc op bepaalde typen HMC's worden gebruikt om de netwerkinterface in te stellen als opstartapparaat. U schakelt opstarten vanaf het netwerk voor de HMC met de volgende opdracht in:

chhmc -c netboot -s enable

Wanneer de opdracht is voltooid, kunt u met de volgende opdracht controleren of opstarten vanaf het netwerk is ingeschakeld:

lshmc -r

Daarmee beeldt u de volgende informatie af:

ssh=enable,xntp=disable,websm=enable,http=enable,netboot=enable

U schakelt opstarten vanaf het netwerk met de volgende opdracht uit:

chhmc -c netboot -s disable


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen