Controleren of het besloten HMC DHCP-netwerk correct is geconfigureerd

Dit gedeelte is van toepassing voor alle beheerde systemen met DHCP. Hier wordt beschreven hoe u kunt controleren of uw besloten HMC DHCP-netwerk correct is geconfigureerd.

Voor de onderstaande systemen is het vereist dat de HMC is geconfigureerd als DHCP-server voor een besloten netwerk:

Als uw HMC is geconfigureerd als DHCP-server voor een besloten netwerk en de communicatie met het beheerde systeem vertoont problemen, of als u recentelijk de netwerkconfiguratie hebt gewijzigd (door het verplaatsen van een beheerd systeem, vervangen van een HMC of het toevoegen van een tweede HMC), kunt u met de onderstaande instructies vaststellen of het besloten DHCP-netwerk juist is geconfigureerd.

Opmerking: Als uw HMC is geconfigureerd als DHCP-server in een besloten netwerk, kunt u niet gebruikmaken van de statische IP-opdrachten mksysconn en rmsysconn voor het wijzigen van de HMC-verbindingsinstellingen. Deze opdrachten zijn alleen bedoeld voor gebruik in een openbaar netwerk, als de HMC niet is geconfigureerd als DHCP-server en de beheerde servers gebruikmaken van statische IP-adressen.

Als een systeembeheerder eerder al een IP-adres aan het systeem heeft toegewezen met een handmatig uitgevoerde statische IP-opdracht, moet een IBM-medewerker de handmatige verbinding verwijderen en een DHCP-verbinding tot stand brengen tussen de HMC en de server. Hier wordt beschreven hoe u handmatig toegewezen adressen kunt herkennen, zodat een geautoriseerde serviceprovider deze kan verwijderen.

Om voor correcte communicatie tussen de HMC en de beheerde systemen vast te stellen of een IP-adres handmatig is toegewezen, dient u de onderstaande taken uit te voeren. Hieronder vindt u gedetailleerde stapsgewijze beschrijvingen van hoe u deze taken kunt uitvoeren.

  1. De op de HMC geconfigureerde adressen voor IP-verbindingen vaststellen en deze vergelijken met de lijst van IP-adressen die zijn toegewezen door de DHCP-server.
  2. Vaststellen welke adressen voor IP-verbindingen op de HMC correct zijn toegewezen via de DHCP-server, en waarvoor geen verdere actie nodig is.
  3. Vaststellen welke IP-adressen op de HMC handmatig zijn geconfigureerd, en niet zijn toegewezen met DHCP. Deze adressen moeten worden gecorrigeerd door een technische medewerker.

Ga als volgt te werk om vast te stellen welke IP-adressen handmatig zijn toegewezen terwijl de HMC is geconfigureerd als DHCP-server:

  1. Lijst maken van alle geconfigureerde IP-verbindingen op de HMC. Op de opdrachtregel van de HMC typt u de volgende opdracht:
    lssysconn -r all 
    Met deze opdracht beeldt u de onderstaande informatie af voor serviceprocessors en BPC's (Bulk Power Cards) in het netwerk waarvoor met de HMC een IP-verbinding is geconfigureerd:
    elementtype, MTMS, IP-adres(sen), verbindingsstatus
  2. Noteer alle IP-adressen die worden afgebeeld. U hebt deze adressen later nog nodig.
  3. Lijst afbeelden van alle IP-adressen die met DHCP zijn toegewezen. Hiertoe typt u de volgende HMC-opdracht:
    lshmc -n -F clients 
    In de uitvoer van deze opdracht worden alle IP-adressen vermeld, die zijn toegewezen door de DHCP-server voor deze HMC.
  4. Noteer alle IP-adressen die in de uitvoer worden vermeld.
  5. Vergelijk de overzichten van lssysconn en lshmc. Als een IP-adres wordt vermeld in de uitvoer van zowel de opdracht lshmc -n -F clients als de opdracht lssysconn -r all, was het IP-adres toegewezen door de DHCP-server van de HMC en wordt de verbinding beheerd door die DHCP-server.
  6. Verwijder alle adressen uit de lijst die wel worden afgebeeld in de uitvoer van de opdracht lshmc -n -F clients maar niet in de uitvoer van de opdracht lssysconn -r all, en die niet voorkomen in de lijst van servers die gebruikmaken van statische IP-adressen.
    Opmerking: Als een IP-adres wordt vermeld in de uitvoer van de opdracht lshmc -n en niet in de uitvoer van lssysconn -r all, is dat IP-adres toegewezen door de DHCP-server van de HMC. Het is echter niet een actuele verbinding op de HMC. De DHCP-server houdt een historie bij van alle toewijzingen van IP-adressen, voor het geval dat de verbinding opnieuw tot stand wordt gebracht. De DHCP-server kan ook een IP-adres hebben toegewezen als een onbekend apparaat in het besloten netwerk heeft gevraagd om een DHCP IP-adres van de HMC.
  7. Als met de HMC servers worden beheerd in zowel een besloten als een openbaar netwerk, moeten de verbindingen met de serviceprocessor op het openbare netwerk (niet in het adresbereik van het besloten netwerk) ook worden verwijderd uit deze lijst. Als er geen IP-adressen overblijven in de lijst van uitvoer van de opdracht lssyconn -r all, heeft de DHCP-server voor de HMC alle IP-adressen van het systeem toegewezen, en werkt de netwerkconfiguratie op de juiste wijze.
  8. Als er IP-adressen overblijven in de uitvoer van de opdracht lssysconn -r all, is het adres niet toegewezen door de DHCP-server voor de HMC. De toewijzing van deze IP-adressen moet worden gecorrigeerd, zodat ze automatisch opnieuw kunnen worden toegewezen door de DHCP-server. Neem contact op met een geautoriseerde serviceprovider en vraag of iemand de door u aangegeven handmatig toegewezen IP-adressen kan corrigeren.
Als na het volgen van deze procedure niet al uw verbindingen actief lijken te zijn (er zijn dan bijvoorbeeld twee verbindingen voor elk 590/595-systeem, één voor elk 575-systeem en twee voor elk frame), neemt u voor aanvullende ondersteuning contact op met een geautoriseerde serviceprovider.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen