Dit gedeelte is van toepassing voor alle beheerde systemen met DHCP. Hier wordt beschreven hoe u kunt controleren of uw besloten HMC DHCP-netwerk correct is geconfigureerd.
Voor de onderstaande systemen is het vereist dat de HMC is geconfigureerd als DHCP-server voor een besloten netwerk:
Als uw HMC is geconfigureerd als DHCP-server voor een besloten netwerk en de communicatie met het beheerde systeem vertoont problemen, of als u recentelijk de netwerkconfiguratie hebt gewijzigd (door het verplaatsen van een beheerd systeem, vervangen van een HMC of het toevoegen van een tweede HMC), kunt u met de onderstaande instructies vaststellen of het besloten DHCP-netwerk juist is geconfigureerd.
Als een systeembeheerder eerder al een IP-adres aan het systeem heeft toegewezen met een handmatig uitgevoerde statische IP-opdracht, moet een IBM-medewerker de handmatige verbinding verwijderen en een DHCP-verbinding tot stand brengen tussen de HMC en de server. Hier wordt beschreven hoe u handmatig toegewezen adressen kunt herkennen, zodat een geautoriseerde serviceprovider deze kan verwijderen.
Om voor correcte communicatie tussen de HMC en de beheerde systemen vast te stellen of een IP-adres handmatig is toegewezen, dient u de onderstaande taken uit te voeren. Hieronder vindt u gedetailleerde stapsgewijze beschrijvingen van hoe u deze taken kunt uitvoeren.
Ga als volgt te werk om vast te stellen welke IP-adressen handmatig zijn toegewezen terwijl de HMC is geconfigureerd als DHCP-server: