Selecteer de desbetreffende procedure voor het controleren van een nieuwe geïnstalleerde voorziening of
een vervangend onderdeel:
Ga als volgt te werk om een geïnstalleerde voorziening te controleren onder
AIX:
- Meld u aan als rootgebruiker.
- Typ op de opdrachtregel diag en druk op Enter.
- Selecteer Advanced Diagnostics Routines. Druk op Enter.
- In het menu Diagnostic Mode Selection selecteert u System Verification.
Druk op Enter.
- Zodra het menu Advanced Diagnostic Selection wordt afgebeeld, voert u een van de
volgende acties uit:
- Om een enkele resource te testen, selecteert u de zojuist geïnstalleerde resource in de lijst van
resources en drukt u op Enter.
- Om alle resources te testen die voor het besturingssysteem beschikbaar zijn, selecteert u All Resources en drukt u op Enter.
- Selecteer Commit en wacht totdat de diagnoseprogramma's zijn afgerond, waarbij u
eventuele dialoogberichten beantwoordt.
- Is de diagnose afgerond met het bericht No trouble was found?
- Nee: Als een serviceaanvraagnummer (SRN) of andere referentiecode wordt weergegeven, zit waarschijnlijk een adapter of kabel los. Meer informatie over
deze codes vindt u in Reference codes. Raadpleeg de installatieprocedures om er zeker van te zijn dat de nieuwe voorziening
correct is geïnstalleerd. Als u het probleem niet kunt verhelpen, verzamelt u alle SRN's en overige
verwijzingscodes die worden afgebeeld. Als het systeem in de LPAR-werkstand staat, noteert u de logische partitie
waarin u de voorziening hebt geïnstalleerd. Neem voor assistentie contact op met uw serviceprovider.
- Ja: Het nieuwe apparaat is correct geïnstalleerd. Sluit de diagnoseprogramma's af en
breng het systeem terug naar de standaardwerkstand.
Vervangen onderdeel controleren onder AIX
Voer de volgende stappen uit voor het controleren van een nieuwe geïnstalleerde voorziening of
een vervangend onderdeel:
- Hebt u het onderdeel vervangen met AIX of door een hot swap
uit te voeren met de simultane online diagnostische service?
- Nee: Ga naar stap 2.
- Ja: Ga naar stap 5.
- Is het systeem uitgeschakeld?
- Start het systeem en wacht tot het aanmeldingsvenster van het AIX-besturingssysteem wordt weergegeven of tot de systeemactiviteiten op het bedieningspaneel of in het scherm zijn gestopt.
Verschijnt het
AIX-aanmeldingsscherm?
- Typ op de opdrachtaanwijzing diag —a en druk op Enter om te zoeken naar ontbrekende resources. Als u een opdrachtaanwijzing ziet, gaat u naar stap 5.
Als u het menu
Diagnostic
selection ziet met een
M naast een van de resources, voert u de volgende stappen uit:
- Selecteer de resource en druk op Enter.
- Selecteer Commit.
- Volg de weergegeven instructies.
- Als de melding Do you want to review the previously displayed
error? wordt weergegeven, selecteert u Yes en drukt u op Enter.
- Als er een SRN wordt weergegeven, kan dit duiden op een
loszittende kaart- of kabelaansluiting. Als er geen duidelijk probleem wordt weergegeven, noteert u de SRN en gaat u naar AIX snel problemen isoleren.
- Als er geen SRN wordt weergegeven, gaat u naar 5.
- Test het onderdeel als volgt:
- Typ op de opdrachtregel diag en druk op Enter.
- Selecteer in het menu Function Selection de optie Advanced
Diagnostics Routines. Druk op Enter.
- In het menu Diagnostic Mode Selection selecteert u System Verification.
Druk op Enter.
- Selecteer All Resources of selecteer het diagnoseprogramma voor het betreffende
onderdeel om alleen het vervangen onderdeel te testen, plus alle apparaten die op dat onderdeel
zijn aangesloten. Druk op Enter.
Wordt
het menu Resource Repair Action afgebeeld?
- Nee: Ga naar stap 6.
- Ja: Ga naar stap 7.
- Wordt het bericht Testing Complete, No trouble was found afgebeeld?
- Als een resource is vermeld in het AIX-foutenlogboek en u de resource met succes test in de werkstand systeemverificatie, verschijnt het menu Resource Repair Action. Na het vervangen van een onderdeel moet u de resource voor dat onderdeel selecteren in
het menu Resource Repair Action. Hierdoor
wordt het AIX-foutenlogboek bijgewerkt met de informatie dat een voor het systeem herkenbaar onderdeel is
vervangen.
Opmerking: Op systemen die
beschikken over een indicatielampje voor het defecte onderdeel, verandert de status van dit lampje van
Storing in Normaal.
Voer de volgende stappen uit:
- Selecteer de resource die is vervangen in het menu Resource Repair Action. Als de herstelbewerking bestaat uit het opnieuw aanbrengen van een kabel
of adapter, selecteert u de daarbij betrokken resource. Wanneer de resource waarop de herstelbewerking van toepassing is, niet wordt vermeld in
de Resource List, selecteert u sysplanar0.
Druk op Enter.
- Kies Commit zodra u de gewenste opties hebt gekozen. Wordt er dan een ander Resource Repair Action-venster afgebeeld?
- Nee: Als het venster No Trouble Found wordt afgebeeld, gaat u naar stap 9
- Ja: Ga naar stap 8.
- Voor het overkoepelende of onderliggende element van de zojuist vervangen
resource kan het nodig zijn dat u de optie Resource Repair Action uitvoert. Als een resource is vermeld in het AIX-foutenlogboek en u de resource met succes test in de werkstand systeemverificatie, verschijnt het menu Resource Repair Action. Na het vervangen van dat onderdeel moet u de
resource voor het onderdeel selecteren in het menu Resource Repair Action. Hierdoor
wordt het AIX-foutenlogboek bijgewerkt met de informatie dat een voor het systeem herkenbaar onderdeel is
vervangen.
Opmerking: Hierdoor
schakelt het indicatielampje voor het onderdeel over van de Fout-status naar de Normale status.
Voer de volgende stappen uit:
- Selecteer in het menu Resource Repair Action het boven- of onderliggende
element van de vervangen resource. Als de herstelbewerking bestaat uit het opnieuw aanbrengen van een kabel
of adapter, selecteert u de daarbij betrokken resource.
Wanneer de resource waarop de herstelbewerking van toepassing is, niet wordt vermeld in
de Resource List, selecteert u sysplanar0. Druk op Enter.
- Kies Commit zodra u de gewenste opties hebt gekozen.
- Wanneer het venster No Trouble Found wordt afgebeeld, gaat u naar stap
9.
- Wanneer u de instellingen voor de serviceprocessor of het netwerk hebt gewijzigd,
zoals beschreven in de voorgaande instructies, zet u de instellingen terug naar de waarden zoals die
golden voorafgaand aan het systeemonderhoud.
- Hebt u voorafgaand aan deze procedure hot-plug-procedure(s) uitgevoerd?
- Nee: Ga naar stap 11.
- Ja: Ga naar stap 12.
- Start het besturingssysteem, waarbij het systeem of de logische partitie in de modus
Normal staat. Lukt het om het besturingssysteem te starten?
- Nee: Neem contact op met de serviceprovider. Hiermee is de procedure ten einde.
- Ja: Ga naar stap 12.
- Branden de attentielampjes nog?
- Nee. Hiermee is de procedure ten einde.
- Ja. Schakel de attentielampjes uit. Zie een van de volgende instructies: