Het indicatielampje voor het defecte onderdeel inschakelen

In deze procedure wordt beschreven hoe u in het serviceactielogboek kunt zoeken naar een item met de gewenste tijd, referentiecode of resource van het probleem, en vervolgens het indicatielampje van het defecte onderdeel kunt inschakelen.

  1. Start een i5/OS-sessie, waarbij u zich aanmeldt met het machtigingsniveau Service of hoger.
  2. Typ op de opdrachtregel van de i5/OS-sessie strsst druk op Enter.
    Opmerking: Als u niet naar het scherm System Service Tools kunt gaan, gebruikt u functie 21 op het bedieningspaneel. Als het systeem wordt beheerd door een Hardware Management Console (HMC), gebruikt u de hulpprogramma's van Service Focal Point om naar het scherm Dedicated Service Tools (DST) te gaan.
  3. Typ uw servicetoolsgebruikers-ID en wachtwoord op het scherm System Service Tools (SST) Aanmelden. Druk op Enter.
    Let op: Het wachtwoord voor de service tools is hoofdlettergevoelig.
  4. Kies Start a service tool in het scherm System Service Tools (SST). Druk op Enter.
  5. Kies Hardware service manager in het scherm Start a Service Tool. Druk op Enter.
  6. Kies Work with service action log in het scherm Hardware Service Manager. Druk op Enter.
  7. Wijzig op het scherm Select Timeframe (periode selecteren) de waarde voor From: Date and Time (vanaf: datum en tijd) in een datum en tijdstip vóór het moment waarop het probleem is geconstateerd.
  8. Zoek een item dat een of meer kenmerken van het probleem heeft:
    • Referentiecode
    • Resource
    • Datum en tijd
    • Lijst probleemitems
  9. Selecteer optie 2, Display failing item information (informatie probleemitems weergeven), om de vermelding in het serviceactielogboek weer te geven.
  10. Selecteer optie 2, Display details (informatie weergeven), om locatie-informatie over het defecte onderdeel weer te geven. In de velden datum en tijd staat de datum en tijd van de eerste keer dat de specifieke referentiecode optrad voor de weergegeven resource en tijdens het geselecteerde interval.
  11. Als er locatie-informatie beschikbaar is, selecteert u optie 6, indicator on (indicatielampje aan), om het indicatielampje van het defecte onderdeel aan te zetten.
    Tip: Als het defecte onderdeel niet over een fysiek indicatielampje beschikt, wordt een indicatielampje op een hoger niveau geactiveerd. Er gaat bijvoorbeeld een lampje branden op het achterpaneel of de eenheid met het defecte onderdeel. In dat geval kunt u het feitelijk defecte onderdeel vinden aan de hand van de locatiegegevens.
  12. Zoek het indicatielampje dat aangeeft in welke behuizing het defecte onderdeel zich bevindt.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen