In dit onderwerp wordt een samenvatting gegeven van het doel, het
proces en de beschikbare hulpprogramma's die beschikbaar zijn om logische partities op
IBM Systems- en
eServer-hardware.
Logische partities bieden de mogelijkheid om een server te
laten werken als twee of meer onafhankelijke servers. Wanneer u een server op die manier
gebruikt, verdeelt u de resources op de server over subsets die
logische partities worden genoemd.
Processors, geheugen en
I/O-apparaten zijn voorbeelden van resources die u aan logische partities kunt toewijzen. U kunt software op de logische partitie installeren en de logische partitie vervolgens uitvoeren als een onafhankelijke logische server met de processor, het geheugen en de I/O-resources die u daaraan hebt
toegewezen.
Voorbeelden van de soorten software die u op logische partities kunt installeren en uitvoeren zijn AIX, i5/OS en Linux-besturingssystemen en Virtuele I/O-server-software.
Logische partities delen een aantal systeemkenmerken, zoals het serienummer van het systeem, het
systeemmodel en de featurecode van de processor. Alle andere systeemkenmerken kunnen per logische partitie verschillen.
U moet hulpprogramma's gebruiken om uw servers in partities in te delen. Het hulpprogramma dat u moet gebruiken om elke server in partities in te delen is afhankelijk van het servermodel en de besturingssystemen en functies die u op de server wilt gebruiken.
Voordelen van partitionering
- Servers samenvoegen
- Een server met logische partities verkleint het aantal servers dat binnen een bedrijf nodig is. U kunt
meerdere servers consolideren in één systeem met logische partities. Hierdoor hoeven geen kosten te worden
gemaakt voor aanschaf van extra apparatuur.
- Resources gemeenschappelijk gebruiken
- Als dat nodig is, kunt u resources snel en gemakkelijk verplaatsen van de ene logische
partitie naar de andere. Met functies zoals
Micro-Partitioning kunnen
processorresources automatisch onderling worden gedeeld door de logische
partities die gebruikmaken van de gemeenschappelijke processorpool. Door middel
van een functie als dynamische logische partitionering kunt u resources
handmatig naar, uit en tussen actieve logische partities verplaatsen zonder de
logische partities te hoeven stoppen en weer opnieuw te starten.
- Onafhankelijke servers onderhouden
- Door een deel van de resources (schijfopslageenheid, processors, geheugen en I/O-apparaten) toe te wijzen
aan een partitie, wordt software logisch geïsoleerd.
Logische partities hebben, indien correct
geconfigureerd, ook een bepaalde tolerantie voor hardwarefouten. Batchtaken en 5250 OLTP-taken (on-line
transaction processing), die mogelijk niet goed kunnen worden gecombineerd
op één machine, kunnen geïsoleerd worden uitgevoerd in aparte
partities.
- Een gecombineerde productie- en testomgeving maken
- U kunt een gecombineerde productie- en testomgeving maken op dezelfde server. Op de productiepartitie
kunnen de bedrijfstoepassingen worden uitgevoerd en de testpartitie kan worden gebruikt om software te
testen. Een (niet-geplande) fout in een testpartitie levert geen onderbrekingen op van de normale
bedrijfsprocessen.
- Productie- en testomgeving samenvoegen
- Partitionering maakt het mogelijk om aparte partities toe te wijzen voor productie- en testservers,
zodat u geen extra hardware en software hoeft aan te schaffen. Nadat het testen is voltooid, kunnen de
resources die aan de testpartitie zijn toegewezen, weer worden toegewezen aan de productiepartitie of aan een
ander onderdeel. Als nieuwe projecten worden ontwikkeld, kunnen deze worden gebouwd en getest met dezelfde apparatuur waarop ze uiteindelijk in gebruik worden genomen.
- Geïntegreerde clusters gebruiken
- Bij gebruik van toepassingssoftware voor hoge beschikbaarheid kan de gepartitioneerde server werken als
een geïntegreerd cluster. U kunt een gepartitioneerde cluster gebruiken om de server te beschermen tegen niet-geplande fouten in een partitie.
Het gebruik van logische partities heeft veel voordelen, maar
houd voordat u partities gaat definiëren wel rekening met de onderstaande
opmerkingen.
- Processor- en geheugenstoringen kunnen leiden tot algemene
serverproblemen met alle logische partities. (Een storing in een specifiek
I/O-apparaat is alleen van invloed op de logische partitie waartoe het
apparaat behoort.) Om de kans op een systeemstoring te beperken,
kunt u gebruikmaken van de ASMI (Advanced System Management Interface),
waarmee u de server zo kunt instellen dat processors of geheugenmodules
waarin een storing optreedt, automatische uit de configuratie worden
verwijderd. Nadat de server de processor of geheugenmodule heeft
gedeconfigureerd, blijft de server actief maar wordt geen gebruik meer
gemaakt van de uit de configuratie verwijderde processor of geheugenmodule.
- Om met succes logische partities op uw server te implementeren, moet u
zich een groot aantal begrippen eigen maken.
- Het beheer van een samengevoegd systeem kan in sommige opzichten
ingewikkelder zijn dan het beheer van meerdere kleine systemen, met name
als de resources in het samengestelde systeem op de grens van hun
capaciteit functioneren. Als u verwacht dat u in de buurt van de maximale
capaciteit van de server komt, kunt u overwegen een servermodel aan te
schaffen dat geschikt is voor Capacity on Demand (CoD).
Resources gemeenschappelijk gebruiken
Hoewel elke logische partitie fungeert als een onafhankelijke server kunnen de logische
partities op een server bepaalde resources onderling delen. Met deze mogelijkheid om
resources met meerdere logische partities gemeenschappelijk te gebruiken kunt u het
resourcegebruik op de server optimaliseren en de serverresources daar inzetten waar ze
het meest nodig zijn. De onderstaande lijst illustreert
een aantal manieren waarop logische partities resources
kunnen delen.
(Voor sommige servermodellen zijn de
functies in deze lijst opties waarvoor u een activeringscode moet verkrijgen en
invoeren.)
- Door middel van Micro-Partitioning (ofwel gemeenschappelijke
gegevensverwerking) kunnen logische partities de processors in de
gemeenschappelijke processorpool onderling delen. De
gemeenschappelijke processorpool bestaat uit alle processors op de server die niet aan
een specifieke logische partitie zijn toegewezen. Aan elke logische partitie die
gebruikmaakt van de gemeenschappelijke processorpool, wordt vanuit deze pool een
specifieke hoeveelheid processorcapaciteit toegekend. Als de logische partitie meer processorcapaciteit nodig heeft dan
de toegekende hoeveelheid, kan de logische partitie standaard gebruikmaken
van de ongebruikte processorcapaciteit in de gemeenschappelijke
processorpool. De hoeveelheid processorcapaciteit die de logische partitie kan gebruiken,
wordt alleen beperkt door de virtuele processorinstellingen van de logische partitie en
de ongebruikte processorcapaciteit in de gemeenschappelijke processorpool. Voor
meer informatie over
Micro-Partitioning, zie
Gemeenschappelijke processors.
- Door middel van dynamische logische partitionering kunt u resources handmatig naar,
uit en tussen actieve logische partities verplaatsen zonder de logische partities te
hoeven stoppen en weer opnieuw te starten. Op die manier kunt u apparatuur delen die
slechts zo nu en dan door logische partities wordt gebruikt. Als de logische partities op
uw server bijvoorbeeld incidenteel gebruikmaken van een optisch schijfstation, kunt u één
optisch schijfstation als gewenst apparaat aan meerdere logische partities toewijzen. Het
optische schijfstation behoort dan altijd maar aan één logische partitie tegelijk toe,
maar u kunt dat station naar behoefte met behulp van dynamische logische partitionering
van de ene logische partitie naar de andere verplaatsen. Op servers die worden beheerd met behulp van de Integrated Virtualization Manager, wordt dynamische logische partitionering alleen ondersteund voor de beheerpartitie. Dynamische logische partitionering wordt niet ondersteund op servers die worden beheerd met behulp van de Virtual Partition Manager.
- Door middel van virtuele I/O kunnen logische partities I/O-resources op andere
logische partities openen en gebruiken. Met virtueel Ethernet kunt u bijvoorbeeld een
virtueel LAN maken waarin de logische partities op uw server onderling worden verbonden. Als een van de logische partities op de server een fysieke Ethernet-adapter heeft die is
verbonden met een extern netwerk, kunt u via de configuratie van het besturingssysteem
van die logische partitie het virtuele LAN verbinden met de fysieke Ethernet-adapter. Op
die manier kunnen de logische partities op de server een fysieke Ethernet-verbinding
gemeenschappelijk gebruiken voor een extern netwerk.
Ondersteunde besturingssystemen en software
De besturingssystemen en de software die worden ondersteund
op IBM eServer-hardware kunnen
per serverlijn verschillen. De volgende tabel bevat de besturingssystemen en de
software die in elke serverlijn worden ondersteund.
Tabel 1. Ondersteunde besturingssystemen en software
voor logische partities op
IBM Systems- en
eServer-omgevingen.| |
IBM eServer i5 |
IBM System p5 en eServer p5 |
IBM eServer OpenPower |
| AIX |
Ja |
Ja |
Nee |
| i5/OS |
Ja |
Ja |
Nee |
| Linux |
Ja |
Ja |
Ja |
| Virtuele I/O-server |
Ja |
Ja |
Ja |
| Windows-omgeving geïntegreerd op iSeries |
Ja |
Ja |
Nee |
| Linux-omgeving geïntegreerd opiSeries |
Ja |
Ja |
Nee |
Beheerde systemen
U kunt een enkel besturingssysteem
op een beheerd systeem installeren en het beheerde systeem als een enkele
server gebruiken.
Daarnaast kunt u een partitioneringstool, zoals de
Hardware Management Console
(HMC) gebruiken om
verschillende logische partities op het beheerde systeem te maken. Met de
partitioneringstool beheert u de logische partities op het beheerde systeem.

In deze afbeelding
ziet u de logische partities in elk beheerd systeem. De besturingssystemen zijn
geïnstalleerd op de schijfstations van de fysieke server en de
uitbreidingseenheden. De
HMC is tegelijkertijd met
beide beheerde systemen verbonden waardoor u de beide beheerde systemen vanaf
één locatie kunt beheren.