De standaardconfiguratie is de eerste partitie-indeling van het beheerde systeem bij ontvangst van uw serviceprovider.
Als uw systeem zich in de originele standaardconfiguratie bevindt, kunt u een besturingssysteem installeren op het beheerde systeem en het beheerde systeem als een niet gepartitioneerde server gebruiken. In deze werkstand hoeft u het beheerde systeem niet te beheren met een Hardware Management Console (HMC).
Als u om een andere reden dan partitionering een HMC aansluit op het beheerde systeem (bijvoorbeeld om Capacity on Demand te activeren), geeft deHMC het beheerde systeem weer met één logische partitie en één partitieprofiel. Alle fysieke hardwareresources op het systeem worden automatisch toegewezen aan deze logische partitie en alle nieuwe fysieke hardwareresources die worden toegevoegd aan het beheerde systeem worden automatisch toegevoegd aan deze logische partitie. De naam van de logische partitie is het serienummer van het beheerde systeem en de naam van het partitieprofiel is standaard. Als de server een IBM System i5 and eServer i5-server is, dan beschikt de logische partitie met i5/OS automatisch over het machtigingsniveau *SERVICE (Servicefuncties wijzigen). U hoeft geen wijzigingen aan te brengen aan de partitionering op de server als u dit niet wilt.
Maar als u de HMC gebruikt voor het maken, wissen, wijzigen, kopiëren of activeren van logische partities of partitieprofielen op het beheerde systeem, bevindt het systeem zich in de partitiemodus. Vervolgens moet u de HMC gebruiken om het beheerde systeem te beheren. Als de server een IBM System i5 and eServer i5-server is, moet u ook de eigenschappen van het beheerde systeem op de HMC wijzigen, zodat een van de logische partities met i5/OS op het beheerde systeem de servicepartitie van het beheerde systeem is. Als een beheerd systeem wordt beheerd met een HMC of als u het beheerde systeem wilt partitioneren met de Integrated Virtualization Manager of de Virtual Partition Manager, moet u een speciale procedure volgen om de server opnieuw in te stellen. Voor meer informatie over deze procedure raadpleegt u De server opnieuw instellen in een niet-gepartitioneerde configuratie.
Beheerde systemen die zijn gepartitioneerd met de Integrated Virtualization Manager worden niet beheerd met een HMC. Als een beheerd systeem wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager, hoeft u de server niet opnieuw in te stellen als u het beheerd systeem wilt terugbrengen naar een niet gepartitioneerde toestand. U hoeft de server ook niet opnieuw in te stellen als u wilt overschakelen van een Integrated Virtualization Manager naar een HMC. Als u wilt overschakelen en een HMC wilt gebruiken, moet u een backup maken van de gegevens op elke logische partitie, de HMC aan de server koppelen, de logische partities maken, en de gegevens terugzetten in het opslaggebied dat aan elke logische partitie is toegewezen.
Beheerde systemen die zijn gepartitioneerd met de Virtual Partition Manager worden niet beheerd met een HMC. Als een beheerd systeem wordt beheerd met de Virtual Partition Manager, hoeft u de server niet opnieuw in te stellen als u het beheerd systeem wilt terugbrengen naar een niet gepartitioneerde toestand. U hoeft de server ook niet opnieuw in te stellen als u wilt overschakelen van een Virtual Partition Manager naar een HMC. Als u wilt overschakelen en een HMC wilt gebruiken, moet u een backup maken van de gegevens op elke logische partitie, de HMC aan de server koppelen, de logische partities maken, en de gegevens terugzetten in het opslaggebied dat aan elke logische partitie is toegewezen.