Scenario: Partitieprofielen gebruiken

Situatie

U bent de systeembeheerder van een computerservicecentrum met IBM eServer-hardware. U gebruikt de IBM eServer-hardware voornamelijk voor het testen van noodherstelprocedures voor de door u ondersteunde clientsystemen. Elk systeem heeft een andere configuratie. Dit betekent dat u telkens wanneer een gebruiker een probleem heeft, de configuratie van het beheerde systeem moet wijzigen.

In elke logische partitie op de server maakt u een profiel voor elk clientsysteem dat gebruikmaakt van de logische partitie. Wanneer een gebruiker terugkeert naar het servicecentrum, kunt u het beheerde clientsysteem opnieuw configureren door eenvoudigweg de partitieprofielen voor dat systeem te activeren.

U bent net klaar met de tests voor clientsysteem 1. Nu moet u de server opnieuw configureren voor clientsysteem 2, dat morgen aan de beurt is.

Opmerking: Dit is een voorbeeld van hoe u de systeemconfiguratie kunt wijzigen. Afhankelijk van de gebruikte besturingssysteem, de bedrijfsvereisten en de resourcetoewijzing kunt u deze situatie oplossen door dynamische verplaatsing van resources.

Doelstellingen

Het doel van dit scenario is het wijzigen van de configuratie van het beheerde systeem door gebruik te maken van partitieprofielen.

Details

Het beheerde systeem heeft drie logische partities. Het beheerde systeem heeft acht processors en 12 GB geheugen. Elke logische partitie heeft een of twee partitieprofielen. In de onderstaande tabel wordt duidelijk gemaakt hoe de logische partities en partitieprofielen worden ingesteld.
ID van logische partitie Naam van logische partitie Naam van partitieprofiel Processorresources Geheugen
Partitie 1 Test 1 Profiel 1: Client 1 5 vast toegewezen processors 8 GB
Profiel 2: Client 2 7 vast toegewezen processors 10 GB
Partitie 2 Test 2 Profiel 1: Client 1 2 vast toegewezen processors 3 GB
Profiel 2: Client 2 1 vast toegewezen processor 2 GB
Partitie 3 Test 3 Profiel 1: Client 1 1 vast toegewezen processor 1 GB

Vereisten en aannames

Dit scenario gaat ervan uit dat de volgende vereiste stappen al zijn uitgevoerd voorafgaand aan de configuratiestappen:

  1. De Hardware Management Console (HMC) is ingesteld.
    • De HMC is bekabeld.
    • U hebt de planningsprocedure voltooid en u weet hoe u uw HMC wilt gaan configureren.
    • U hebt bij het instellen van de HMC gebruikgemaakt van de Configuratiewizard of de HMC-configuratiechecklist.
  2. U bent op de hoogte van de concepten voor partitionering van de server.
  3. U hebt de aanbevolen taken voor de planning van logische partities voltooid.
  4. U hebt de fysieke hardware verplaatst en ingesteld volgens de uitvoer van de LPAR Validation Tool (LVT).
  5. U bent aangemeld bij de HMC met een van de volgende gebruikersrollen:
    • Superbeheerder
    • Servicemedewerker
    • Product engineer
  6. De logische partities en partitieprofielen zijn gemaakt.
  7. U hebt de partitieprofielen voor client 1 geactiveerd.

In de onderstaande tabel worden de partitieprofielen afgebeeld die momenteel actief zijn voor de afzonderlijke partities op het beheerde systeem.

ID van logische partitie Naam van logische partitie Naam van partitieprofiel Processorresources Geheugen
Partitie 1 Test 1 Profiel 1: Client 1 5 vast toegewezen processors 8 GB
Partitie 2 Test 2 Profiel 1: Client 1 2 vast toegewezen processors 3 GB
Partitie 3 Test 3 Profiel 1: Client 1 1 vast toegewezen processor 1 GB

Configuratiestappen

Als u de configuratie van het beheerde systeem wilt wijzigen zodat deze gereed is voor client 2, moet u eerst de logische partities afsluiten met de gebruikelijke procedures van het besturingssysteem.

Na het afsluiten van de logische partities kunt u de partitieprofielen activeren voor client 2. Hiertoe voert u de volgende stappen uit op de HMC:

  1. In het navigatiegebied opent u Server en partitie.
  2. Klik op Serverbeheer.
  3. In het gegevensgebied opent u de server.
  4. Open Partities.
  5. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op de logische partitie voor test 1 en selecteer Activeren.
  6. Selecteer partitieprofiel 2 en klik op OK.
  7. Klik met de rechtermuisknop op de logische partitie voor test 2 en selecteer Activeren.
  8. Selecteer partitieprofiel 2 en klik op OK.

Na activering van het partitieprofiel is het beheerde systeem geconfigureerd volgens de behoeften van client 2. In de onderstaande tabel worden de partitieprofielen afgebeeld die momenteel actief zijn voor de afzonderlijke partities op het beheerde systeem.

ID van logische partitie Naam van logische partitie Naam van partitieprofiel Processorresources Geheugen
Partitie 1 Test 1 Profiel 2: Client 2 7 vast toegewezen processors 10 GB
Partitie 2 Test 2 Profiel 2: Client 2 1 vast toegewezen processor 2 GB

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina