De technologie van virtueel Ethernet wordt ondersteund in AIX 5.3 op POWER5-hardware. Deze technologie maakt communicatie op basis van het IP mogelijk tussen logische partities op hetzelfde systeem met behulp van een VLAN-softwareswitch in POWER5-systemen. De Shared Ethernet Adapter-technologie een optioneel onderdeel van de Virtuele I/O-server op POWER5-hardware. Dankzij deze technologie kunnen logische partities communiceren met andere systemen zonder dat fysieke Ethernet-sleuven toegewezen hoeven te worden.
Virtuele netwerken en anderePOWER5-technieken voor virtualisatie bieden een grotere flexibiliteit in configuratiescenario's. Werkzaamheden kunnen stabiel worden uitgevoerd met meer controle over de resourcetoewijzing. Ook de beschikbaarheid van het netwerk kan worden verbeterd en uitgebreid voor meer systemen met minder resources. Dit wordt gerealiseerd met een combinatie van virtueel Ethernet, gemeenschappelijk Ethernet en linkaggregatie van verbindingen op de Virtuele I/O-server. Als er niet genoeg fysieke sleuven zijn om een fysieke netwerkadapter aan te sluiten voor ieder LPAR-netwerk, is het gebruik van virtueel Ethernet en een Virtuele I/O-server te prefereren boven IP-doorzending, omdat dit de topologie van het IP-netwerk niet ingewikkelder maakt.
IBM eServer p5- en IBM eServer i5 ondersteunen onderlinge LPAR-communicatie met behulp van virtuele netwerken. Virtuele Ethernet-adapters worden aangesloten op een virtuele Ethernet-schakeling volgens de IEEE 802.1q-norm (VLAN). Logische partities kunnen met elkaar communiceren via virtuele Ethernet-adapters en door VID's (VLAN-ID's) toe te wijzen waarmee ze een gemeenschappelijk logisch netwerk delen. Het maken van virtuele Ethernet-adapters en toewijzen van VID's gebeurt met de Hardware Management Console (HMC). Het systeem verzendt pakketjes door deze direct te kopiëren uit het geheugen van de verzendende partitie en te plaatsen in de buffer van de ontvangende partitie, zonder dat het pakket daartussen wordt gebufferd.
Het aantal virtuele Ethernet-adapters voor elke LPAR is voor elk besturingssysteem verschillend. AIX 5.3 beperkt het aantal virtuele Ethernet-adapters tot 256 per logische partitie. Naast een PVID kunt u 20 extra VID-waarden per virtuele Ethernet-adapter toewijzen. Dit houdt in dat een virtuele Ethernet-adapter toegang tot 21 netwerken kan hebben. De HMC genereert een lokaal beheerd Ethernet-MAC-adres voor de virtuele Ethernet-adapters, zodat deze adressen geen conflict opleveren met fysieke MAC-adressen van Ethernet-adapters. Om te zorgen dat virtuele Ethernet-adapters uniek zijn, is het genereren van adressen gebaseerd op het serienummer van het systeem, het LPAR-ID en het adapter-ID.
Als u Integrated Virtualization Manager gebruikt, is alleen PVID toegestaan (zonder extra VLAN's) en mag PVID 1-4 zijn. Als u Virtual Partition Manager gebruikt, kan elke partitie maximaal één virtuele Ethernet-adapter voor elk PVID van 1-4.
Op besturingssystemen die geen VLAN-unaware ondersteunen, moet iedere virtuele Ethernet-adapter worden gemaakt met alleen een PVID (geen extra VID-waarden). De POWER-hypervisor zorgt dat de VLAN-tags van pakketten worden verwijderd voordat ze bij de LPAR worden afgeleverd. Op systemen die VLAN ondersteunen, kunt u naast de PVID extra VID-waarden toewijzen. De POWER-hypervisor verwijdert alleen de tags van pakketten met een PVID-tag. Omdat het aantal virtuele Ethernet-adapters dat voor elke logische partitie wordt ondersteund erg groot is, kunt u meerdere virtuele Ethernet-adapters gebruiken waarbij iedere adapter toegang tot één netwerk biedt. Hierdoor hoeft u alleen een PVID toe te wijzen en zijn extra VID-waarden niet nodig. Dit heeft ook het voordeel dat er geen extra VLAN-configuratie is vereist voor het besturingssysteem dat de virtuele Ethernet-adapters gebruikt.
Nadat u een specifiek virtueel Ethernet geschikt hebt gemaakt voor een partitie, wordt een apparaat met de naam entX gemaakt in de partitie. De gebruiker kan vervolgens de TCP/IP-configuratie instellen voor communicatie met andere partities op dezelfde manier als een fysiek Ethernet-apparaat.