Virtueel Ethernet biedt een soortgelijke functionaliteit als een Ethernet-adapter van 1 Gigabit (Gb). In een logische partitie kan virtueel Ethernet worden gebruikt om meerdere verbindingen met hoge snelheid tussen partities tot stand te brengen binnen een enkel beheerd systeem. Logische partities metAIX, i5/OS, en Linux en Windows-omgevingen geïntegreerd op iSerieskunnen gegevens met elkaar uitwisselen via TCP/IP en de virtuele Ethernet-communicatiepoorten.
U kunt virtuele Ethernet-adapters op een logische partitie meti5/OS maken met behulp van een Hardware Management Console (HMC) of met Virtual Partition Manager. Als u een virtuele Ethernet-adapter maakt op een logische i5/OS-partitie, geeft het besturingssysteem het communicatieapparaat als CMNxx weer. Hierin stelt xx twee cijfers voor die het apparaat een unieke aanduiding in het besturingssysteem geven. Vervolgens het communicatieapparaat configureren voor het gebruik van TCP/IP in het besturingssysteem, net als bij een fysieke Ethernet-adapter. Nadat u het communicatieapparaat hebt geconfigureerd voor het gebruik van TCP/IP, kan de virtuele Ethernet-adapter communiceren met andere Ethernet-adapters die hetzelfde LAN-ID hebben. Als u wilt weten hoe u een virtuele Ethernet-adapter moet maken met behulp van een HMC, raadpleegt u Een virtuele Ethernet-adapter voor i5/OS configureren.
IBM Systems en eServer-hardware bevatten een parameter voor de koppeling tussen partities. Deze parameter verbindt automatisch virtuele Ethernet-adapters die hetzelfde LAN-ID hebben. Er is geen speciale hard- of software vereist voor communicatie tussen virtuele Ethernet-adapters op een virtueel LAN.
Als een logische partitie op een virtueel LAN ook verbonden is met een fysiek LAN, kunt u het besturingssysteem van de logische partitie vervolgens zo configureren dat de logische partities op het virtuele LAN via het fysieke LAN met elkaar kunnen communiceren. Hierdoor kunnen de logische partities op een beheerd systeem een fysieke verbinding met een extern netwerk gemeenschappelijk gebruiken. U kunt verbindingen configureren tussen het virtuele LAN en meerdere fysieke LAN´s of redundante verbindingen tussen een virtueel LAN en een fysiek LAN (om de betrouwbaarheid van de verbinding te verbeteren). De logische partitie met de fysieke Ethernet-adapter hoeft niet de partitie te zijn die dienst doet voor de virtuele SCSI.
De logische partities op een virtueel LAN communiceren onderling als peers. Als u een van de logische partities op een virtueel LAN afsluit, kunnen de andere partities nog steeds via het virtuele LAN met elkaar communiceren. Als u een logische partitie afsluit die eigenaar is van een externe netwerkverbinding, kunnen de andere partities op het virtuele LAN de externe netwerkverbinding niet meer gebruiken. De logische partities kunnen echter nog wel met elkaar communiceren. De enige uitzondering op deze regel voor i5/OS is de logische partitie met i5/OS op beheerde systemen die gepartitioneerd zijn met de Virtual Partition Manager. Als de logische partitie met i5/OS wordt afgesloten, worden alle andere logische partities op het beheerde systeem ook afgesloten.
U kunt Windows-omgevingen die geïntegreerd zijn op eeniSeries met een virtueel LAN verbinden. Als u dit wilt doen, moet u eerst een virtuele Ethernet-adapter maken op de logische partitie met i5/OS waarvan de I/O-resources worden gebruikt door de geïntegreerde omgeving. Vervolgens moet u een Ethernet-regelbeschrijving configureren, waarmee een NWSD (Network Server Description) aan het CMNxx-apparaat wordt gekoppeld, voor de virtuele Ethernet-adapter die u net hebt gemaakt. De virtuele Ethernet-adapter maakt dan deel uit van de geïntegreerde omgeving en kan niet meer worden gebruikt door de logische partitie met i5/OS. Als u de geïntegreerde omgeving en de logische partitie met i5/OS waarvan de resources door de geïntegreerde omgeving worden gebruikt, met hetzelfde virtuele LAN wilt verbinden, moet u twee virtuele Ethernet-adapters op de logische partitie met i5/OS maken die hetzelfde virtuele LAN-ID hebben.

In deze afbeelding ziet u drie logische partities op een IBM eServer i5-server. Een IXS (Integrated xSeries Server) waarop Windows is geïnstalleerd, maakt gebruik van de I/O-resources op de logische partitie met i5/OS. De logische partitie met i5/OS heeft twee virtuele Ethernet-adapters die verbonden zijn met hetzelfde virtuele LAN. Een virtuele Ethernet-adapter wordt gebruikt door de logische partitie met i5/OS zelf, en de andere virtuele Ethernet-adapter wordt gebruikt door de IXS. Alle andere logische partities hebben een virtuele Ethernet-adapter die verbonden is met hetzelfde virtuele LAN als de virtuele Ethernet-adapters op de logische partitie met i5/OS. De virtuele Ethernet-adapter op de logische partitie met Linux is verbonden met een fysieke Ethernet-adapter die deel uitmaakt van de logische partitie met Linux. Hierdoor kunnen de logische partities met AIX en i5/OS en de IXS verbinding maken met een extern, fysiek LAN via het virtuele LAN.
U moet rekening houden met de volgende beperkingen als u virtuele LAN´s maakt in een beheerd systeem.
Als u virtuele Ethernet-adapters op uw beheerde systeem maakt met de Virtual Partition Manager, kan het voorkomen dat u onbedoeld het aantal virtuele sleuven overschrijdt dat op het beheerde systeem is toegestaan. Als u deze limiet overschrijdt, moet het beheerde systeem eerst opnieuw worden opgestart voordat het beheerde systeem de virtuele Ethernet-adapters kan maken. Tijdens de opstartprocedure (IPL) worden alle beschikbare sleuven op het beheerde systeem door het beheerde systeem ingeschakeld, zodat u het beheerde systeem nooit weer opnieuw hoeft op te starten vanwege onvoldoende virtuele sleuven.
Voor meer informatie over het maken van Ethernet-regelbeschrijvingen en de
manier waarop u met het virtuele Ethernet-netwerk een verbinding met een extern
LAN tot stand brengt, raadpleegt u het
i5/OS-onderwerp
TCP/IP-technieken
voor het verbinden van virtueel Ethernet met externe LAN's. Voor meer informatie over virtuele Ethernet-configuraties en scenario's over
deze communicatieoplossing raadpleegt u het IBM Redbook LPAR
Configuration and Management Working with iSeries Logical
Partitions
.
Voor meer informatie over het converteren van bestaande virtuele Ethernet-configuraties op iSeries-systemen raadpleegt u Een bestaande virtuele Ethernet-configuratie converteren.