Een virtuele processor is een weergave van een fysieke processor ten opzichte van het besturingssysteem van een logische partitie die gebruikmaakt van de gemeenschappelijke processorpool. In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u het minimumaantal, gewenste aantal en maximumaantal verwerkingseenheden en virtuele processors moet instellen om de partities optimaal te laten functioneren.
Wanneer u een besturingssysteem installeert en uitvoert op een server die niet gepartitioneerd is, berekent het besturingssysteem het aantal bewerkingen dat het tegelijkertijd kan uitvoeren door het aantal processors op de server te tellen. Als u bijvoorbeeld een besturingssysteem installeert op een server die beschikt over acht processors, en elke processor kan twee bewerkingen tegelijk uitvoeren, kan het besturingssysteem zestien bewerkingen tegelijk uitvoeren. Wanneer u een besturingssysteem installeert en uitvoert op een logische partitie die gebruikmaakt van vast toegewezen processors, berekent het besturingssysteem het aantal bewerkingen dat het tegelijkertijd kan uitvoeren door het aantal vast toegewezen processors dat is toegewezen aan de logische partitie te tellen. In beide gevallen kan het besturingssysteem eenvoudig berekenen hoeveel bewerkingen het tegelijk kan uitvoeren door het totale aantal processors dat beschikbaar is voor het besturingssysteem te tellen.
Wanneer u echter een besturingssysteem installeert en uitvoert op een logische partitie die gebruikmaakt van de gemeenschappelijke processorpool, kan het besturingssysteem niet het totale aantal bewerkingen berekenen op basis van het decimale aantal verwerkingseenheden dat is toegewezen aan de logische partitie. De serverfirmware moet daarom de verwerkingscapaciteit die beschikbaar is voor het besturingssysteem voorstellen als een geheel aantal processors. Hierdoor kan het besturingssysteem berekenen hoeveel gelijktijdige bewerkingen het kan uitvoeren. Een virtuele processor is een weergave van een fysieke processor ten opzichte van het besturingssysteem van een logische partitie die gebruikmaakt van de gemeenschappelijke processorpool.
De serverfirmware verdeelt verwerkingseenheden gelijkmatig onder de virtuele processors die zijn toegewezen aan een logische partitie. Als een logische partitie bijvoorbeeld beschikt over 1,80 verwerkingseenheden en twee virtuele processors, beschikt elke virtuele processor over 0,90 verwerkingseenheden voor ondersteuning van de werkbelasting.
Er zijn limieten voor het aantal verwerkingseenheden waarover elke virtuele processor kan beschikken. Het minimumaantal verwerkingseenheden waarover elke virtuele processor kan beschikken is afhankelijk van het servermodel. Het maximumaantal verwerkingseenheden waarover elke virtuele processor kan beschikken is altijd 1,00. Dit betekent dat een logische partitie niet meer verwerkingseenheden kan gebruiken dan het aantal virtuele processors dat eraan is toegewezen, zelfs wanneer de logische partitie niet begrensd is.
Een logische partitie werkt doorgaans het beste wanneer het aantal virtuele processors bijna gelijk is aan het aantal verwerkingseenheden dat beschikbaar is voor de logische partitie. Hierdoor kan het besturingssysteem de werkbelasting op de logische partitie effectief beheren. In bepaalde situaties kunt u de systeemprestaties mogelijk enigszins verhogen door het verhogen van het aantal virtuele processors. Als u het aantal virtuele processors verhoogt, verhoogt u het aantal bewerkingen dat tegelijkertijd kan worden uitgevoerd. Als u echter het aantal virtuele processors verhoogt zonder dat u het aantal verwerkingseenheden verhoogt, neemt de snelheid waarmee elke bewerking wordt uitgevoerd af. Het besturingssysteem kan evenmin verwerkingscapaciteit verschuiven tussen de processors als de verwerkingscapaciteit wordt gesplitst tussen vele virtuele processors.
Verschillende partitioneringstools gebruiken verschillende methoden om virtuele processors toe te wijzen aan logische partities. Raadpleeg voor meer informatie het vast toewijzen van een virtuele processor aan een bepaalde partitioneringstool het onderwerp Partitioneringstools.
Besturingssystemen beelden virtuele processors in systeemhulpprogramma's en prestatiemonitorprogramma's op dezelfde manier af als zij fysieke processors zouden weergeven. De manier waarop besturingssystemen processorgegevens afbeelden kan echter verschillen. Elke fysieke POWER5-processor kan bijvoorbeeld twee threads tegelijk uitvoeren. Wanneer een logische partitie gebruikmaakt van de gemeenschappelijke processorpool op een server die de POWER5-processor gebruikt, kan elke virtuele processor ook twee threads tegelijk uitvoeren. Systeemhulpprogramma's in AIX houden rekening met threads, dus als een AIX systeemhulpprogramma aangeeft dat u twee processors hebt, beschikt u over twee threads op één virtuele processor. Daarentegen houden systeemhulpprogramma's in i5/OS geen rekening met threads, dus als een i5/OS-systeemhulpprogramma aangeeft dat u twee processors hebt, beschikt u over twee virtuele processors.