A
Ga naar Woordenlijst.
-
aansluiting/bijlage
- Een apparaat of
voorziening aangesloten op een verwerkingseenheid, met de vereiste adapters.
-
aanwijzing
- Een herinnering of een afgebeeld symbool dat om informatie of een actie van de gebruiker vraagt. Het programma wordt pas voortgezet nadat de gebruiker heeft geantwoord.
-
ac
- Zie wisselstroom.
-
actief
- Heeft betrekking op een resource die geactiveerd en operationeel is. In een multitasking-omgeving is de actieve sessie de sessie op de voorgrond van het beeldscherm.
-
adapter
- Een mechanisme voor het aan elkaar koppelen van twee ongelijksoortige onderdelen of machines, of voor het elektrisch of fysiek verbinden van een apparaat aan een computer of ander apparaat.
-
Advanced Interactive eXecutive
- Zie AIX.
-
Advanced Peer-to-Peer Networking (APPN)
- Ondersteuning van datacommunicatie die gegevens
doorstuurt in een netwerk tussen twee of meer APPC-systemen die niet rechtstreeks
verbonden hoeven te zijn.
-
Advanced Program-to-Program Communication (APPC)
- Een implementatie van het SNA LU 6.2-protocol waarmee verbonden systemen kunnen communiceren en programma's gemeenschappelijk kunnen verwerken.
-
AIX (Advanced Interactive eXecutive)
- Een UNIX-besturingssysteem dat door IBM is ontwikkeld en dat is ontworpen en geoptimaliseerd om te werken op hardware met een POWER-processor, zoals servers, werkstations en blades.
-
alfanumeriek
- Heeft betrekking op een tekenset
die letters, cijfers en meestal andere tekens bevat, zoals interpunctie.
-
alternatief installatieapparaat
- Een bandstation dat wordt gebruikt om gelicentieerde interne code (LIC) te laden op het schijfstation van de laadbron tijdens een herstel- of installeerbewerking.
Het alternatieve installatieapparaat kan zich op een andere buseenheid of op een
andere invoer-/uitvoerprocessor bevinden dan het schijfstation van de laadbron.
-
alternatieve console
- Een beeldscherm
dat is toegewezen door het besturingssysteem als console als de console
niet werkt. Het systeem zoekt naar een alternatieve console als de verbinding met de
systeemconsole mislukt.
-
alternatieve installatie-IPL
- Een speciaal type
installatie-IPL (een D-mode IPL) waarbij het systeem het installatieapparaat gebruikt om
een IPL uit te voeren. Het systeem kopieert dan de Licensed Internal Code van het
alternatieve installatieapparaat naar het schijfstation van de laadbron.
-
alternatieve IPL
- Proces voor het laden van
code in het hoofdgeheugen vanuit een input/output-apparaat in plaats van vanuit de
laadbron voor het systeem, en voor het voorbereiden van systeembewerkingen.
Een alternatieve IPL is een Type D IPL.
-
alternatieve sector
- Een sector op een schijf die
is gereserveerd door het systeem en vervolgens beschikbaar wordt gemaakt als een
sector beschadigd raakt.
-
American National Standards Institute (ANSI)
- Een nonprofit-organisatie waarvan bedrijven, overheidsinstellingen in de
V.S., professionele, technische en commerciële instellingen en organisaties van
werknemers en consumenten lid zijn. ANSI coördineert de ontwikkeling van vrijwillige standaards
in de V.S.
-
analoog
- Heeft betrekking op gegevens die bestaan uit
continu variabele fysieke hoeveelheden. Het tegenovergestelde van digitaal. Zie ook digitaal.
-
ANSI
- Zie American National Standards Institute.
- APAR
- Zie authorized program analysis report.
-
API
- Zie application programming interface.
-
apparaat
- Een eenheid die is aangesloten
op de
computer. Een apparaat staat meestal niet rechtstreeks in verbinding met het
systeem, maar wordt bestuurd door een controller. Tot apparaten behoren werkstations,
printers, schijfstations, bandstations en systemen op afstand.
-
apparatuurconfiguratie
- De fysieke
plaatsing van beeldstations, printers, enzovoort, plus de configuratieomschrijvingen
die de fysieke configuratie beschrijven voor het systeem en aangeven hoe de
configuratie door het systeem zal worden gebruikt.
-
APPC
- Zie APPC (Advanced Program-to-Program Communications).
-
application programming interface (API)
- Een interface waarmee een toepassingsprogramma dat is geschreven in een
hogere programmeertaal specifieke gegevens of functies van het besturingssysteem of een
ander programma kan gebruiken.
-
APPN
- Zie Advanced Peer-to-Peer Networking.
-
ASCII
- Zie ASCII (American Standard Code for Information Interchange).
-
ASCII (American Standard Code for Information Interchange)
- Een standaardcode voor informatieuitwisseling tussen gegevensverwerkingssystemen, datacommunicatiesystemen en bijbehorende apparatuur. ASCII maakt gebruik van een gecodeerde tekenset die bestaat uit 7-bits gecodeerde tekens.
-
ASP
- Zie hulpgeheugenpool.
-
authorized program analysis report (APAR)
- Een aanvraag om correctie van een fout in een actieve release van een door IBM
geleverd programma.
-
auxiliary storage pool (ASP)
- (1) Een groep schijfstations die gedefinieerd zijn voor de hulpgeheugenapparaten. Zie
ook systeem-ASP en gebruikers-ASP. Zie ook systeem-ASP, gebruikers-ASP.
- (2) Een of meer
opslagapparaten die worden gedefinieerd vanaf de opslagapparaten of subsystemen
die het hulpgeheugen vormen. Een ASP biedt een manier voor het ordenen van gegevens om de
gevolgen van storingen in opslagapparatuur zoveel mogelijk te beperken en de hersteltijd
te verkorten.