I

Ga naar Woordenlijst.

IBM Network Manager
Een set toepassingen op basis van de Hardware Management Console (HMC) die wordt gebruikt voor het beheren, besturen, analyseren en diagnosticeren van het InfiniBand-weefsel.
InfiniBand
Een technologie volgens industriële standaard dat een snel-geschakeld weefsel definieert voor het koppelen van servers en invoer/uitvoer (I/O).
ingebouwde programmatuur voor logische partities
De code die wordt geladen in een logische partitie van AIX of Linux vanuit de ingebouwde programmatuur op een server.
initial program load (IPL)
Het proces waarbij de systeemprogramma's uit het systeemhulpgeheugen worden geladen, de systeemhardware wordt gecontroleerd en het systeem gereed wordt gemaakt voor bewerkingen door gebruikers.
Internet
Een wereldwijde verzameling onderling verbonden netwerken die de verzameling internetprotocollen gebruiken en voor iedereen toegankelijk is.
Internet Protocol-adres
Zie IP-adres.
Internet Protocol (IP)
Een protocol waarmee gegevens door een netwerk of onderling verbonden netwerken worden gestuurd. Dit protocol treedt op als bemiddelaar tussen de hogere protocollagen en het fysieke netwerk. Zie ook Transmission Control Protocol.
interrupt
Een signaal dat door een I/O-apparaat naar de processor wordt verzonden als er een fout is opgetreden of als er hulp nodig is om de I/O te voltooien. Een interrupt onderbreekt meestal de uitvoering van een programma dat op dat moment wordt uitgevoerd.
intranet
Een intern netwerk van een organisatie dat het IP-protocol gebruikt.
invoer-/uitvoeradapter (IOA, I/O-adapter)
Een functionele eenheid of een onderdeel van een I/O-controller dat apparaten met een I/O-processor verbindt.
invoer-/uitvoergegevens
Gegevens voor de computer of gegevens die het gevolg zijn van computerverwerkingen.
invoer-/uitvoerprocessor (IOP, I/O-processor)
Een processor die vast is toegewezen aan de besturing van kanalen of communicatieverbindingen.
IOA
Zie invoer-/uitvoeradapter.
I/O-adapter
Zie invoer-/uitvoeradapter (IOA, I/O-adapter)
IOP
Zie invoer-/uitvoerprocessor.
IOP-niveaupartitionering
Een vaste toewijzing van de invoer-/uitvoerprocessor (IOP) en alle bijbehorende resources (invoer-/uitvoerapparaten) naar een bepaalde logische partitie. IOP's op een enkele bus kunnen vast aan verschillende logische partities zijn toegewezen. De busresources die deze IOP's bevatten moeten gemeenschappelijk worden gebruikt. Zie ook busniveaupartitionering
I/O-processor
Zie invoer-/uitvoerprocessor.
i5/OS
Heeft betrekking op het door IBM gelicentieerde programma dat als besturingssysteem voor iSeries-servers vanaf versie 5 release 3 kan worden gebruikt. Zie ook iSeries-server, i5-server.
I/O-server
Software die invoer-/uitvoerservices levert aan andere logische partities in hetzelfde systeem.
IP
Zie Internet Protocol.
IP-adres (Internet Protocol-adres)
Het unieke 32-bits adres waarmee de locatie van elk apparaat of werkstation op internet wordt opgegeven. 9.67.97.103 is bijvoorbeeld een IP-adres. Het adresveld bestaat uit twee delen: het eerste deel is het netwerkadres; het tweede deel is het hostnummer.
IPL
Zie initial program load.
iSeries Navigator
Een gratis functie van iSeries Access for Windows dat wordt geleverd bij het i5/OS-besturingssysteem. iSeries Navigator bevat een grafische gebruikersinterface voor algemene functies voor iSeries-beheer. Een aantal van deze algemene beheerfuncties bestaan uit basisbewerkingen, TCP/IP-configuratie, takenbeheer, gebruikers en groepen, databasebeheer en Centraal beheer.
iSeries-server
Een server uit de productgroep met algemeen toepasbare systemen die i5/OS en OS/400 ondersteunt en zorgt dat toepassingen tussen alle modellen kunnen worden overgedragen. Zie ook OS/400, i5/OS.
i5-server
De nieuwste generatie van de iSeries-productgroep met algemeen toepasbare systemen die de besturingssystemen i5/OS, Operating System/400, AIX en Linux ondersteunt en zorgt dat toepassingen tussen alle modellen kunnen worden overgedragen. Zie ook OS/400, i5/OS.
isolatieprocedure
Geschreven informatie die door servicepersoneel wordt gebruikt voor het repareren van IBM-apparatuur. Een isolatieprocedure bestaat uit ja/nee-vragen en procedures die de gebruiker naar het deel van de apparatuur dirigeert dat de oorzaak van de storing is.