S

Ga naar Woordenlijst.

schijfstation
Het mechanisme dat wordt gebruikt voor het lezen en schrijven van informatie op een schijf.
SCSI
Zie Small Computer System Interface.
SDLC
Zie Synchronous Data Link Control.
server
Hardware of software in een netwerk die faciliteiten verleent aan andere stations, bijvoorbeeld een bestandsserver, printerserver of e-mailserver. Hardware of software in een netwerk die faciliteiten verleent aan andere stations, bijvoorbeeld een bestandsserver, printerserver of e-mailserver. Het station dat een opdracht geeft aan een server wordt meestal client genoemd. Zie ook host, client.
server firmware
De code die is opgeslagen in het flashgeheugen van een systeem en die een aantal subcomponenten bevat, zoals POWER Hypervisor, energiebeheer, serviceprocessor en de firmware voor logische partities die wordt geladen in logische partities met AIX of Linux.
server-side include (SSI)
Een voorziening voor het opnemen van dynamische gegevens in documenten die naar clients worden verzonden, zoals de huidige datum, de laatste wijzigingsdatum van een bestand en de grootte of laatste wijzigingsdatum van andere bestanden.
serviceactielogboek
Een programma dat de items afbeeldt die ingrijpen vereisen van een servicemedewerker.
Service Focal Point
Een toepassing op de Hardware Management Console (HMC) die problemen verzamelt met betrekking tot het systeem en de logische partities. Deze worden gebruikt om problemen nader te bekijken en op basis daarvan actie te ondernemen.
service (machtiging)
Een speciaal machtigingsniveau dat gebruikers in staat stelt de servicefuncties te wijzigen.
SIMM
Zie single inline memory module.
single inline memory module (SIMM)
Een klein printplaat die een aantal geheugenchips bevat. Zie ook dual inline memory module.
sleutel
Een reeks symbolen die bij computerbeveiliging wordt gebruikt met een cryptografisch algoritme voor het coderen en decoderen van gegevens. Zie ook persoonlijke sleutel, openbare sleutel.
sleutelbestand
Een bij computerbeveiliging gebruikt bestand dat openbare sleutels, persoonlijke sleutels, betrouwbare bronnen en certificaten bevat.
sleutelringbestand
Een binair bestand dat wordt beveiligd met een wachtwoord en waarin een of meer certificaten op de vaste schijven van de server zijn opgeslagen. Er zijn twee soorten sleutelringbestand: server en CA. Voor clientcertificaten worden er geen sleutelringbestanden gebruikt.
Small Computer System Interface (SCSI)
Een hardware-interfacestandaard die het mogelijk maakt dat randapparaten met elkaar kunnen communiceren.
SNA
Zie Systems Network Architecture.
SSI
Zie server-side include.
SST
Zie system service tools.
static NAT
Zie static network address translation.
static network address translation (static NAT)
Een één-op-één-toewijzing van IP-adressen waardoor een gebruiker in staat wordt gesteld een IP-adres op een intern netwerk toe te wijzen aan een IP-adres dat openbaar gemaakt moet worden. Als static NAT wordt gebruikt, kan aan beide einden van de verbinding verkeer worden gestart. Zie ook network address translation.
Synchronous Data Link Control (SDLC)
Een protocol voor beheer van synchrone informatie-overdracht via een gegevensverbinding.
systeem
De computer en de bijbehorende apparatuur en programma's.
systeem-ASP
De hulpgeheugenpool (ASP) waarin de systeemprogramma's en systeemgegevens zich bevinden. Er kunnen zich ook programma's en gegevens van de gebruiker in bevinden. Het systeem-ASP (ASP1) bestaat altijd. Zie ook auxiliary storage pool, gebruikers-ASP.
systeempoort
Op bepaalde IBM eServer i5-, p5- en OpenPower-modellen die niet zijn aangesloten op een Hardware Management Console (HMC) is dit een seriële poort die beschikbaar is voor specifiek ondersteunde functies. Deze poort is beperkt tot een serieel gekoppelde TTY-consolefunctie en tot gebruik van goedgekeurde thuisbelmodems. Op i5 kunnen deze poorten tevens worden gebruikt ter ondersteuning van de verbinding met een UPS (Uninterruptible Power Supply, noodvoeding), via een specifieke kabel die als voorziening verkrijgbaar is.
System Manager Security
Een toepassing op de HMC (Hardware Management Console) die er voor zorgt dat de HMC veilig in de client/server-werkstand kan werken.
system service tools (SST)
Het gedeelte van de servicefunctie dat wordt gebruikt om service te verlenen aan het systeem terwijl het besturingssysteem wordt uitgevoerd. Met de System service tools (SST's) kunt u vanuit servicefuncties gebruiken vanuit i5/OS. Toegang tot de Service tools kan worden verkregen door middel van de CL-opdracht STRSST (Start SST).
Systems Network Architecture (SNA)
Een architectuur die de logische structuur, indelingen, protocollen en operationele volgorde beschrijft voor de overdracht van informatie-eenheden via de netwerken en tevens de operationele volgorde voor de besturing van de configuratie en werking van netwerken. De gelaagde structuur van SNA maakt de oorsprong en de bestemming van de informatie (de gebruikers) onafhankelijk van, en immuun voor, de specifieke SNA-netwerkservices en -voorzieningen die voor de uitwisseling van informatie worden gebruikt.
Het deel van een computer waarin de processor zich bevindt. De systeemeenheid kan ook apparaten bevatten als schijf- en bandstations.