Vereiste software voor Red Hat op BladeCenter-servers

Dit onderwerp bevat beschrijvingen van de aanvullende software die beschikbaar is voor systemen waarop Red Hat Enterprise Linux versie 4 of Red Hat Enterprise Linux versie 3 op BladeCenter-servers actief is. Deze software is vereist voor IBM System i5 and eServer i5-hardware en vergroot de mogelijkheden van uw IBM System p5 en eServer p5-hardware.

Installeer de aanvullende software om toegang te krijgen tot meer mogelijkheden, inclusief software waarmee u resources kunt toevoegen aan, verwijderen uit of verplaatsen tussen de logische partities, zonder dat u de logische partitie of het systeem opnieuw hoeft op te starten, en hulpprogramma's waarmee u een diagnose kunt maken van problemen op uw systeem. Alle pakketten moeten worden geïnstalleerd in de volgorde die in de volgende tabellen wordt weergegeven.

Voor de meest recente versie van de informatie over servicehulpprogramma's en hulpprogramma's om de productiviteit te verhogen, raadpleegt u Service and productivity tools-website op https://www14.software.ibm.com/webapp/set2/sas/f/lopdiags/home.htmlLink buiten het Informatiecentrum.

Tabel 1. Hulpprogramma's voor service en productiviteit Red Hat Enterprise Linux versie 4 op BladeCenter-servers
Installatievolgorde Naam pakket Overzicht
1 Servicehulpprogramma's Met de hulpprogramma's in het pakket ppc64-utils hebt u de beschikking over een aantal RAS-functies (reliability, availability, serviceability). Dit zijn onder andere de opdracht update_flash voor het installeren van updates van de systeemfirmware, de opdracht serv_config voor het aanpassen van verschillende strategieën voor servergeschiktheid, de hulpprogramma's usysident en usysattn voor het bedienen van systeem-LED's, de opdracht bootlist voor het bijwerken van de lijst met apparaten waarmee het systeem kan worden opgestart en ten slotte de opdracht snap voor het vastleggen van uitgebreide foutgegevens voor analyse van eventuele fouten.
2 Hardware-inventaris Het pakket lsvpd bevat de opdrachten lsvpd, lscfg, en lsmcode. Samen met het opstartcontrolescript update-lsvpd-db vormen deze opdrachten een hardware-inventarissysteem. Met de opdracht lsvpd verstrekt u vitale productgegevens (VPD) over hardwarecomponenten aan servicegeschiktheidstools op hoger niveau. De opdracht lscfg levert een voor mensen leesbare vorm van de vitale productgegevens op en daarbij ook systeemspecifieke informatie.
3 Analyse van foutenlogboek Het programma voor analyse van het foutenlogboek maakt automatisch analyses en meldt fouten die gevonden zijn in de platformfirmware op IBM eServer pSeries-systemen. Deze RPM analyseert fouten die zijn geschreven naar /var/log/platform. Als een herstelprocedure is vereist, wordt een bericht gezonden aan het Service Focal Point op de HMC (als hiertoe de voorzieningen aanwezig zijn) of aan geabonneerde gebruikers uit het bestand /etc/diagela/mail_list. De service-event die naar het Service Focal Point wordt gezonden en in het e-mailbericht staat, bevat mogelijk een serviceaanvraagnummer. Dit nummer is vermeld in het handboek Diagnostics Information for Multiple Bus Systems.
4 Hulpprogramma SAN Het hulpprogramma BladeCenter SAN wordt gebruikt om toegang te krijgen tot BladeCenter Fibre Channel-switchmodules en deze te configureren. Het programma SAN kan worden geïnstalleerd op een BladeCenter JS20-bladeserver die is geconfigureerd met een ondersteund Linux-besturingsprogramma. Het README-bestand dat is opgenomen in het BIN-bestand van het hulpprogramma, bevat een lijst met "systeemvereisten". Hierin is een lijst met ondersteunde Linux-besturingssystemen opgenomen.
5 SCLI-diagnoseprogramma's Dit programma is een opdrachtregelinterface voor gebruik met qlogic-adapters en is voornamelijk bedoeld om qlogic-diagnoseprogramma's uit te voeren.

De opdrachtregelinterface ondersteunt een aantal van dezelfde functies als het IBM FAStT-beheerpakket.

6 IBM FAStT-beheerpakket IBM FAStT MSJ for Linux on POWER is een HBA/SAN-beheertool die is geschreven om uitgevoerd te worden op een JS20 BladeCenter. Met dit programma is het mogelijk om verbinding te maken met andere QLogic HBA's op andere systemen en deze te beheren.
Enkele van de functies zijn:
  • Snelle en accurate detectie van I/O-fouten
  • Lokaal en niet-lokaal beheer van adapters
  • Apparaat/poortconfiguratie voor failover-mogelijkheden
  • Statistieken van de performance
  • Centraal beheerpunt in een netwerkomgeving
  • Diagnostische programma's & hulpprogramma's
7 Broadcom-flash, diagnoseprogramma Het Broadcom-diagnose- en flashprogramma bcmflashdiag biedt diagnose- en flashfuncties voor Broadcom dual-port Gigabit Ethernet-adapters die worden gebruikt op IBM JS20's. In het README-bestand is een beschrijving opgenomen van het gebruik van flashfuncties en van de systeemvereisten en -configuraties. Het is te vinden in het RPM-bestand van de hulpprogramma's. In het bestand README.flash-js20. zijn het apparaatstuurprogramma, de Ethernet-configuratie en functies voor het upgraden van het flashgeheugen beschreven. Daarnaast zijn er ook beschrijvingen van diagnostische functies en foutmeldingen.
Tabel 2. Hulpprogramma's voor service en productiviteit Red Hat Enterprise Linux versie 3 op BladeCenter-servers
Installatievolgorde Naam pakket Overzicht
1 Servicehulpprogramma's Met de hulpprogramma's in het pakket ppc64-utils hebt u de beschikking over een aantal RAS-functies (reliability, availability, serviceability). Dit zijn onder andere de opdracht update_flash voor het installeren van updates van de systeemfirmware, de opdracht serv_config voor het aanpassen van verschillende strategieën voor servergeschiktheid, de hulpprogramma's usysident en usysattn voor het bedienen van systeem-LED's, de opdracht bootlist voor het bijwerken van de lijst met apparaten waarmee het systeem kan worden opgestart en ten slotte de opdracht snap voor het vastleggen van uitgebreide foutgegevens voor analyse van eventuele fouten.
2 Hardware-inventaris Het pakket lsvpd bevat de opdrachten lsvpd, lscfg, en lsmcode. Samen met het opstartcontrolescript update-lsvpd-db vormen deze opdrachten een hardware-inventarissysteem. Met de opdracht lsvpd verstrekt u vitale productgegevens (VPD) over hardwarecomponenten aan servicegeschiktheidstools op hoger niveau. De opdracht lscfg levert een voor mensen leesbare vorm van de vitale productgegevens op en daarbij ook systeemspecifieke informatie.
3 Analyse van foutenlogboek Het programma voor analyse van het foutenlogboek maakt automatisch analyses en meldt fouten die gevonden zijn in de platformfirmware op IBM eServer pSeries-systemen. Deze RPM analyseert fouten die zijn geschreven naar /var/log/platform. Als een herstelprocedure is vereist, wordt een bericht gezonden aan het Service Focal Point op de HMC (als hiertoe de voorzieningen aanwezig zijn) of aan geabonneerde gebruikers uit het bestand /etc/diagela/mail_list. De service-event die naar het Service Focal Point wordt gezonden en in het e-mailbericht staat, bevat mogelijk een serviceaanvraagnummer. Dit nummer is vermeld in het handboek Diagnostics Information for Multiple Bus Systems.
4 Hulpprogramma SAN Het hulpprogramma BladeCenter SAN wordt gebruikt om toegang te krijgen tot BladeCenter Fibre Channel-switchmodules en deze te configureren. Het programma SAN kan worden geïnstalleerd op een BladeCenter JS20-bladeserver die is geconfigureerd met een ondersteund Linux-besturingsprogramma. Het README-bestand dat is opgenomen in het BIN-bestand van het hulpprogramma, bevat een lijst met "systeemvereisten". Hierin is een lijst met ondersteunde Linux-besturingssystemen opgenomen.
5 SCLI-diagnoseprogramma's Dit programma is een opdrachtregelinterface voor gebruik met qlogic-adapters en is voornamelijk bedoeld om qlogic-diagnoseprogramma's uit te voeren.

De opdrachtregelinterface ondersteunt een aantal van dezelfde functies als het IBM FAStT-beheerpakket.

6 IBM FAStT-beheerpakket IBM FAStT MSJ for Linux on POWER is een HBA/SAN-beheertool die is geschreven om uitgevoerd te worden op een JS20 BladeCenter. Met dit programma is het mogelijk om verbinding te maken met andere QLogic HBA's op andere systemen en deze te beheren.
Enkele van de functies zijn:
  • Snelle en accurate detectie van I/O-fouten
  • Lokaal en niet-lokaal beheer van adapters
  • Apparaat/poortconfiguratie voor failover-mogelijkheden
  • Statistieken van de performance
  • Centraal beheerpunt in een netwerkomgeving
  • Diagnostische programma's & hulpprogramma's
7 Broadcom-flash, diagnoseprogramma Het Broadcom-diagnose- en flashprogramma bcmflashdiag biedt diagnose- en flashfuncties voor Broadcom dual-port Gigabit Ethernet-adapters die worden gebruikt op IBM JS20's. In het README-bestand is een beschrijving opgenomen van het gebruik van flashfuncties en van de systeemvereisten en -configuraties. Het is te vinden in het RPM-bestand van de hulpprogramma's. In het bestand README.flash-js20. zijn het apparaatstuurprogramma, de Ethernet-configuratie en functies voor het upgraden van het flashgeheugen beschreven. Daarnaast zijn er ook beschrijvingen van diagnostische functies en foutmeldingen.

Voor de meest recente versie van de informatie over servicehulpprogramma's en hulpprogramma's om de productiviteit te verhogen, raadpleegt u Service and productivity tools-website op https://www14.software.ibm.com/webapp/set2/sas/f/lopdiags/home.htmlLink buiten het Informatiecentrum.