U vindt hier beschrijvingen van de beschikbare aanvullende software voor systemen waarop SUSE Linux Enterprise Server 9 of SUSE Linux Enterprise Server 8 op servers die niet door de HMC worden beheerd of BladeCenter-servers actief is. Deze software is vereist voor IBM System i5 and eServer i5-hardware en vergroot de mogelijkheden van uw IBM System p5 en eServer p5-hardware.
Installeer de aanvullende software om toegang te krijgen tot meer mogelijkheden, inclusief software waarmee u resources kunt toevoegen aan, verwijderen uit of verplaatsen tussen de logische partities, zonder dat u de logische partitie of het systeem opnieuw hoeft op te starten, en hulpprogramma's waarmee u een diagnose kunt maken van problemen op uw systeem. Alle pakketten moeten worden geïnstalleerd in de volgorde die in de volgende tabellen wordt weergegeven.
Voor de meest recente versie van de informatie over servicehulpprogramma's en hulpprogramma's om de productiviteit te verhogen, raadpleegt u Service and productivity tools-website op https://www14.software.ibm.com/webapp/set2/sas/f/lopdiags/home.html
.
| Installatievolgorde | Naam pakket | Overzicht |
|---|---|---|
| 1 | Platform Enablement Library | Het pakket librtas bevat een bibliotheek waarmee toepassingen toegang hebben tot bepaalde functies van de platformfirmware. Deze functionaliteit is vereist door veel service- en productiviteitsprogramma's op hoger niveau. |
| 2 | Servicehulpprogramma's | Met de hulpprogramma's in het pakket ppc64-utils hebt u de beschikking over een aantal RAS-functies (reliability, availability, serviceability). Dit zijn onder andere de opdracht update_flash voor het installeren van updates van de systeemfirmware, de opdracht serv_config voor het aanpassen van verschillende strategieën voor servergeschiktheid, de hulpprogramma's usysident en usysattn voor het bedienen van systeem-LED's, de opdracht bootlist voor het bijwerken van de lijst met apparaten waarmee het systeem kan worden opgestart en ten slotte de opdracht snap voor het vastleggen van uitgebreide foutgegevens voor analyse van eventuele fouten. |
| 3 | Hardware-inventaris | Het pakket lsvpd bevat de opdrachten lsvpd, lscfg, en lsmcode. Samen met het opstartcontrolescript update-lsvpd-db vormen deze opdrachten een hardware-inventarissysteem. Met de opdracht lsvpd verstrekt u vitale productgegevens (VPD) over hardwarecomponenten aan servicegeschiktheidstools op hoger niveau. De opdracht lscfg levert een voor mensen leesbare vorm van de vitale productgegevens op en daarbij ook systeemspecifieke informatie. |
| 4 | Analyse van foutenlogboek | Het programma voor analyse van het foutenlogboek maakt automatisch analyses en meldt fouten die gevonden zijn in de platformfirmware op IBM eServer pSeries-systemen. Deze RPM analyseert fouten die zijn geschreven naar /var/log/platform. Als een herstelprocedure is vereist, wordt een bericht gezonden aan het Service Focal Point op de HMC (als hiertoe de voorzieningen aanwezig zijn) of aan geabonneerde gebruikers uit het bestand /etc/diagela/mail_list. De service-event die naar het Service Focal Point wordt gezonden en in het e-mailbericht staat, bevat mogelijk een serviceaanvraagnummer. Dit nummer is vermeld in het handboek Diagnostics Information for Multiple Bus Systems. |
| 5 | SRC | SRC is een voorziening voor het beheer van daemons op een systeem. Het biedt een standaardopdrachtinterface waarmee u daemons kunt definiëren, de definitie opheffen, starten, stoppen, de status opvragen en de tracering beheren. |
| 6 | Service Agent | Met de Service Agent-pakketten maakt u service-events op basis van de analyse van het foutenlogboek (met het hulpprogramma diagela). Met een gekoppelde modem bezorgt u deze events rechtstreeks bij IBM Service. U kunt ook de systeeminventaris verzenden die u met Inventory Scout hebt gemaakt. Raadpleeg de "IBM Electronic Service Agent voor Linux op eServer p5 en pSeries" voor meer informatie over de mogelijkheden van Service Agent. |
| 7 | PCI Hotplug-tools | Het pakket rpa-pci-hotplug bevat twee hulpprogramma's waarmee u PCI-apparaten kunt toevoegen, verwijderen of vervangen terwijl het systeem actief is. Deze programma's zijn lsslot, dat de huidige status van de PCI-sleuven geeft, en drslot_chrp_pci, een interactief hulpprogramma voor het uitvoeren van hotplug-bewerkingen. |
| 8 | Hulpprogramma's voor dynamische reconfiguratie | Het pakket rpa-dlpar bevat een verzameling hulpprogramma's waarmee u processors of I/O-sleuven kunt toevoegen of verwijderen van een actieve partitie. Deze hulpprogramma's worden automatisch gestart als er een dynamische reconfiguratie is opgestart vanaf de HMC. |
| 9 | Analyse van I/O-foutenlogboek | Het pakket voor analyse van het I/O-foutenlogboek maakt automatisch analyses en meldt I/O-fouten op systemen met IBM POWER. I/O-fouten worden naar evlog geschreven en er wordt een bericht gestuurd naar het Service Focal Point op de Hardware Management Console (als hiertoe de voorzieningen aanwezig zijn). De service-event die naar het Service Focal Point wordt gezonden, bevat mogelijk een systeemverwijzingscode. Documentatie over deze codes is te vinden in het eServer Hardware Informatiecentrum." Het hulpprogramma evlog-drv-tmpl vereist evlog-1.6.0-xx (meegeleverd bij SLES9). Deze RPM zorgt voor de installatie van de stuurprogrammamodellen voor bcm5700, e100, e1000, emulex, ipr, olympic en pcnet32, voor een update van evlog-ELA-scripts en voor een update van het evlog-opstartscript voor het laden of verwijderen van ELA-regels tijdens het opstarten en afsluiten. Na de installatie moet u evlog opnieuw starten om de nieuwe ELA-regels te laden. Om evlog opnieuw te starten voert u de volgende opdracht uit: /etc/init.d/evlog restart |
| Installatievolgorde | Naam pakket | Overzicht |
|---|---|---|
| 1 | Platform Enablement Library | Het pakket librtas bevat een bibliotheek waarmee toepassingen toegang hebben tot bepaalde functies van de platformfirmware. Deze functionaliteit is vereist door veel service- en productiviteitsprogramma's op hoger niveau. |
| 2 | Servicehulpprogramma's | Met de hulpprogramma's in het pakket ppc64-utils hebt u de beschikking over een aantal RAS-functies (reliability, availability, serviceability). Dit zijn onder andere de opdracht update_flash voor het installeren van updates van de systeemfirmware, de opdracht serv_config voor het aanpassen van verschillende strategieën voor servergeschiktheid, de hulpprogramma's usysident en usysattn voor het bedienen van systeem-LED's, de opdracht bootlist voor het bijwerken van de lijst met apparaten waarmee het systeem kan worden opgestart en ten slotte de opdracht snap voor het vastleggen van uitgebreide foutgegevens voor analyse van eventuele fouten. |
| 3 | Hardware-inventaris | Het pakket lsvpd bevat de opdrachten lsvpd, lscfg, en lsmcode. Samen met het opstartcontrolescript update-lsvpd-db vormen deze opdrachten een hardware-inventarissysteem. Met de opdracht lsvpd verstrekt u vitale productgegevens (VPD) over hardwarecomponenten aan servicegeschiktheidstools op hoger niveau. De opdracht lscfg levert een voor mensen leesbare vorm van de vitale productgegevens op en daarbij ook systeemspecifieke informatie. |
| 4 | Analyse van foutenlogboek | Het programma voor analyse van het foutenlogboek maakt automatisch analyses en meldt fouten die gevonden zijn in de platformfirmware op IBM eServer pSeries-systemen. Deze RPM analyseert fouten die zijn geschreven naar /var/log/platform. Als een herstelprocedure is vereist, wordt een bericht gezonden aan het Service Focal Point op de HMC (als hiertoe de voorzieningen aanwezig zijn) of aan geabonneerde gebruikers uit het bestand /etc/diagela/mail_list. De service-event die naar het Service Focal Point wordt gezonden en in het e-mailbericht staat, bevat mogelijk een serviceaanvraagnummer. Dit nummer is vermeld in het handboek Diagnostics Information for Multiple Bus Systems. |
| 5 | SRC | SRC is een voorziening voor het beheer van daemons op een systeem. Het biedt een standaardopdrachtinterface waarmee u daemons kunt definiëren, de definitie opheffen, starten, stoppen, de status opvragen en de tracering beheren. |
| 6 | Service Agent Vereist IBM Java 1.3.1 (niet Sun Java) |
Met de Service Agent-pakketten maakt u service-events op basis van de analyse van het foutenlogboek (met het hulpprogramma diagela). Met een gekoppelde modem bezorgt u deze events rechtstreeks bij IBM Service. U kunt ook de systeeminventaris verzenden die u met Inventory Scout hebt gemaakt. Raadpleeg de "IBM Electronic Service Agent voor Linux op eServer p5 en pSeries" voor meer informatie over de mogelijkheden van Service Agent. |
Voor de meest recente versie van de informatie over servicehulpprogramma's en hulpprogramma's om de productiviteit te verhogen, raadpleegt u Service and productivity tools-website op https://www14.software.ibm.com/webapp/set2/sas/f/lopdiags/home.html
.