Een backup van de Virtuele I/O-server maken

In dit onderwerp vindt u instructies voor het maken van een backup van de Virtuele I/O-server op CD, DVD, band of een bestandssysteem op afstand.

Gebruik de opdracht backupios om een backup te maken van de Virtuele I/O-server. De gemaakte backup is een opstartbaar image dat wordt geïnstalleerd vanaf het apparaat dat u bij het maken van de backup hebt opgegeven. Backups die naar een bestand zijn verzonden, worden opnieuw geïnstalleerd vanaf de HMC met behulp van de opdracht installios. Met de opdracht backupios wordt een backup de Virtuele I/O-server gemaakt; er wordt geen backup gemaakt van eventuele gegevens die in door de gebruiker gedefinieerde volumegroepen of logische volumes zijn opgeslagen.

Waarschuwing: U kunt het gebruik van logische volumes die deel uitmaken van de volumegroep rootvg het best vermijden als u virtuele doelapparaten maakt, omdat deze virtuele apparaten niet beschikbaar komen als de Virtuele I/O-server wordt hersteld na een storing. Als de Virtuele I/O-server-partitie slechts één fysiek volume, rootvg, heeft moet u deze virtuele apparaten opnieuw maken na een herstelprocedure. Voor configuratie-informatie over virtuele apparaten, gebruikt u de opdrachtlsmap.
Opmerking: In een Integrated Virtualization Manager-omgeving gebruikt u de opdracht bkprofdata of de Integrated Virtualization Manager-interface om een backup van uw profielgegevens te maken voordat u de opdracht backupios uitvoert.

Maak een backup van de Virtuele I/O-server telkens wanneer er een wijziging in de configuratie wordt aangebracht. Als u apparatuurconfiguraties toevoegt, wist of wijzigt, worden aangepaste gegevens ook gewijzigd. Deze aangepaste gegevens zijn vereist om de virtuele I/O-omgeving opnieuw te kunnen genereren in het geval van een onherstelbare fout of een platformmigratie.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen