Opdrachtregelinterface voor de Virtuele I/O-server

In dit onderwerp vindt u informatie over de opdrachtregelinterface voor de Virtuele I/O-server.

De Virtuele I/O-server wordt geconfigureerd en beheerd via een opdrachtregelinterface. In omgevingen waarin geen HMC aanwezig is, kunnen sommige Virtuele I/O-server-taken ook worden uitgevoerd met behulp van de Integrated Virtualization Manager. Alle aspecten van het beheer van een Virtuele I/O-server kunnen via de opdrachtregelinterface tot stand worden gebracht, inclusief:

In Integrated Virtualization Manager-beheeromgevingen kan de Virtuele I/O-server-opdrachtregelinterface ook worden gebruikt voor partitiebeheer.

Raadpleeg voor een gedetailleerde beschrijving van alle Virtuele I/O-server-opdrachten Beschrijvingen van Virtuele I/O-server-opdrachten.

Als u zich voor het eerst bij de Virtuele I/O-server aanmeldt, moet u het gebruikers-ID padmin gebruiken. Dit is het gebruikers-ID van de hoofdbeheerder. U wordt gevraagd om een nieuw wachtwoord op te geven.

Beperkte shell

Zodra u zich hebt aangemeld, wordt u in een beperkte Korn-shell geplaatst. De beperkte Korn-shell werkt hetzelfde als een standaard Korn-shell, behalve dat u het volgende niet kunt uitvoeren:

Ten gevolge van deze beperkingen kunt u geen opdrachten uitvoeren die niet toegankelijk zijn voor uw PATH-variabelen. Daarnaast verhinderen deze beperkingen dat u opdrachtuitvoer rechtstreeks naar een bestand kunt verzenden. Opdrachtuitvoer kan in plaats hiervan naar de opdracht tee worden doorgestuurd.

Nadat u zich hebt aangemeld, kunt u help typen om informatie over de ondersteunde opdrachten af te beelden. Als u bijvoorbeeld Help-informatie wilt hebben over de opdracht errlog, typt u help errlog.

Verwerkingsstand

De opdrachtregelinterface van Virtuele I/O-server werkt net als een standaardinterface voor opdrachtregels. Opdrachten worden gegeven met de bijbehorende vlaggen en parameters. Als u bijvoorbeeld alle adapters wilt afbeelden, typt u het volgende:

lsdev -type adapter

Verder kunt u binnen de Virtuele I/O-server-omgeving ook scripts uitvoeren.

Opmerking: Zie voor naslaginformatie over de opdrachten voor de Virtuele I/O-server de Beschrijvingen van Virtuele I/O-server-opdrachten.
Naast de opdrachten van de opdrachtregelinterface van de Virtuele I/O-server kunt u ook gebruikmaken van de onderstaande standaard shell-opdrachten.
Tabel 1. Standaardopdrachten van de shell met de bijbehorende functies
Opdracht Functie
awk Hiermee stemt u patronen op elkaar af en worden er acties op de patronen uitgevoerd.
cat Hiermee schakelt u bestanden aaneen of beeldt u deze af.
chmod Hiermee wijzigt u de bestandswerkstand.
cp Hiermee kopieert u bestanden.
date Hiermee beeldt u de datum en het tijdstip af.
grep Hiermee zoekt u in een bestand naar een bepaalde tekenreeks.
ls Hiermee beeldt u de inhoud van een directory af.
mkdir Hiermee maakt u een nieuwe directory.
man Hiermee geeft u gegevens af voor de Virtuele I/O-server-opdrachten.
more Hiermee beeldt u de inhoud van bestanden per scherm af.
rm Hiermee verwijdert u bestanden.
sed Hiermee maakt u de doorloopeditor beschikbaar.
stty Hiermee stelt u de besturingsparameters van het werkstation (opnieuw) in en rapporteert u deze.
tee Hiermee beeldt u de uitvoer van een programma af en kopieert u deze naar een bestand.
vi Hiermee bewerkt u bestanden in een volledig scherm.
wc Hiermee telt u het aantal regels, woorden, en bytes of tekens in een bestand.
who Hiermee controleert u welke gebruikers momenteel zijn aangemeld.

Telkens als er een opdracht wordt uitgevoerd, worden het gebruikerslogboek en het algemene logboek voor opdrachten bijgewerkt.

Het gebruikerslogboek bevat een lijst van alle Virtuele I/O-server-opdrachten, inclusief parameters, die door een gebruiker zijn uitgevoerd. Voor elke gebruiker in het systeem wordt een gebruikerslogboek aangemaakt. Dit logboek bevindt zich in de hoofddirectory van de gebruiker en kan worden bekeken met behulp van de opdracht cat of de opdracht vi.

Het GCL (Global Command Log) bestaat uit alle door de gebruikers opgegeven opdrachten van de opdrachtregelinterface van de Virtuele I/O-server, inclusief parameters, de datum en het tijdstip waarop de opdracht is uitgevoerd en door welk gebruikers-ID de opdracht is uitgevoerd. De GCL kan alleen worden geopend met het gebruikers-ID padmin en kan worden bekeken met behulp van de opdracht lsgcl. Als de GCL groter is dan 1 MB, wordt deze afgekapt tot 250 kB om te voorkomen dat de capaciteit van het bestandssysteem niet wordt overschreden.
Opmerking: Integrated Virtualization Manager-opdrachten worden op een andere plaats gecontroleerd en kunnen worden weergegeven in Toepassingslogboeken of door de volgende opdracht op de opdrachtregel in te voeren: lssvcevents -t console --filter severities=audit

Zie voor naslaginformatie over de opdrachten voor de Virtuele I/O-server de Beschrijvingen van Virtuele I/O-server-opdrachten.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen