Informatie over volumegroepen.
Een volumegroep is een verzameling van een of meer fysieke volumes van verschillende grootten en typen. Een fysiek volume kan maar tot één volumegroep per systeem behoren. De Virtuele I/O-server kan maximaal 4095 volumegroepen bevatten.
Als een fysiek volume aan een volumegroep wordt toegewezen, worden de fysieke blokken met opslagmedia op het fysieke volume ingedeeld in fysieke partities met een grootte die door het systeem wordt bepaald als u de volumegroep maakt. Voor meer informatie raadpleegt u Fysieke partities.
Als u de Virtuele I/O-server installeert, wordt er automatisch een volumegroep (de hoofdvolumegroep, genaamd rootvg) gemaakt die de basisverzameling logische volumes bevat die nodig zijn om de logische partitie van het systeem te starten. De volumegroep rootvg bevat pagingruimte, het journaallogboek, opstartgegevens en dumpopslag, elk in een eigen, afzonderlijk logisch volume. De volumegroep rootvg heeft kenmerken die verschillen van door de gebruiker gedefinieerde volumegroepen. De volumegroep rootvg kan bijvoorbeeld niet worden geïmporteerd of geëxporteerd. Als u een opdracht of procedure op de volumegroep rootvg uitvoert, moet u op de hoogte zijn van de unieke eigenschappen van deze volumegroep.
| Opdracht | Beschrijving |
|---|---|
| mkvg | Hiermee wordt een volumegroep gemaakt |
| extendvg | Hiermee wordt een fysiek volume aan een volumegroep toegevoegd |
| chvg | Hiermee worden de kenmerken van een volumegroep gewijzigd |
| reducevg | Hiermee wordt een fysiek volume uit een volumegroep verwijderd |
| lsvg | Hiermee wordt informatie over een volumegroep afgebeeld |
| exportvg | Hiermee wordt de definitie van een volumegroep geëxporteerd |
| importvg | Hiermee wordt een nieuwe definitie van een volumegroep geïmporteerd |
| syncvg | Hiermee worden kopieën van logische volumes gesynchroniseerd die niet actueel zijn |
| activatevg | Hiermee wordt een volumegroep geactiveerd |
| deactivatevg | Hiermee wordt een volumegroep gedeactiveerd |
Voor kleine systemen kan één volumegroep voldoende zijn om alle fysieke volumes (buiten de volumegroep rootvg) te bevatten die aan het systeem zijn gekoppeld. Door het maken van afzonderlijke volumegroepen kunt u het onderhoud vereenvoudigen aangezien de andere groepen actief kunnen blijven wanneer er aan één groep onderhoud wordt uitgevoerd. Omdat de volumegroep rootvg altijd online moet zijn, bevat deze slechts het minimumaantal fysieke volumes dat nodig is voor het functioneren van het systeem. Het wordt aanbevolen om de volumegroep rootvg niet te gebruiken voor clientgegevens.
U kunt gegevens van het ene fysieke volume verplaatsen naar andere fysieke volumes in dezelfde volumegroep met de opdracht migratepv. Met deze opdracht kunt u een fysiek volume vrijgeven, zodat deze uit de volumegroep kan worden verwijderd. U kunt bijvoorbeeld gegevens van een te vervangen fysiek volume naar een andere locatie verplaatsen. Zie voor meer informatie de beschrijving van de opdracht migratepv.